
Welke kerk willen wij zijn?
Een overdenking vanuit de gelijkenis van de zaaier
De gelijkenis van de zaaier uit Mattheüs 13 behoort tot de meest bekende verhalen die Jezus heeft verteld. Er zijn bibliotheken over volgeschreven en het onderwerp is in talloze preken voorbijgekomen. Toch houdt dit oude beeld uit de landbouw ons telkens weer een spiegel voor die verrassend actueel is voor de kerk van nu.
Meestal lezen we dit verhaal als een persoonlijke oproep. We vragen ons af hoe het zaad in ons eigen hart valt. Deze keer benader ik het anders en stel ik de vraag aan de kerk als gemeenschap. Welke bodem bieden wij aan mensen die bij ons binnenstappen? Wat ervaren zij als zij de drempel overgaan en welke grond treffen zij aan?
Jezus beschrijft vier plekken waar het zaad terechtkomt. Het zijn vier beelden die je kunt zien als vier soorten kerken. Laten we ze eens langsgaan.
De gesloten kerk
Het eerste zaad valt langs de weg. De grond is hard en platgetreden door jarenlang gebruik. Er is geen beweging meer in die aarde te krijgen. Het zaad dringt niet door en vogels pikken de korrels snel weg.
Dit is het beeld van een kerk die op de automatische piloot draait. Alles gaat zijn gangetje, maar er gebeurt weinig van wezenlijk belang. De tradities zijn aanwezig, de rituelen kloppen en de dogmatiek is dominant. Mensen groeten elkaar op zondag vriendelijk, maar de innerlijke deur blijft op slot.
Woorden glijden van de toehoorders af en in de diepte krijgt de Heilige Geest geen ruimte. De gedachten dwalen tijdens de preek al af naar de koffie na de dienst. Zodra je de drempel van het kerkgebouw weer overstapt, ben je de boodschap kwijt.
Een vruchtbare gemeente begint bij openheid. Het gaat niet om het gebouw, de dogmatiek of de liturgie, maar om de bereidheid om ontvankelijk te zijn voor het Woord en voor de naaste. Wij willen geen toeschouwers zijn, maar mensen die de boodschap diep in hun hart toelaten.
De oppervlakkige kerk
Het tweede zaad valt op rotsachtige grond. Het schiet razendsnel op en dat wekt verwachtingen. Zodra de zon echter begint te branden, verdort de plant. Er zijn geen wortels en er is geen reserve.
Je herkent dit type kerk vast wel. De sfeer is fantastisch en een goede band neemt je mee in de aanbidding. De spreker raakt precies de juiste snaar en het voelt als een grote opwekking. Toch schuilt hier een gevaar.
Gevoel is een onbetrouwbare voedingsbodem. Een kerk die uitsluitend drijft op beleving en emotie houdt geen stand in de rauwe realiteit van alledag. In je gezin, tijdens ziekte of bij tegenslag op je werk is er vaak geen plek voor euforie. Dan blijkt het enthousiasme van de zondag niet bestand tegen de hitte van de week.
We moeten de diepte zoeken door wortels te slaan in Jezus Christus, de bron van het leven. Dat vraagt om eerlijk onderwijs, persoonlijk gebed en het lezen van de Bijbel. Wie een geloof bouwt op louter emotie, merkt dat er niets overblijft als dat gevoel wegvalt. We verlangen naar een geloof dat standhoudt in de storm.
De drukke kerk
Het derde zaad valt op goede grond, maar daar groeien ook doorns. Omdat de grond vruchtbaar is, groeien die doorns krachtig mee. Ze verstikken het zaad nog voordat het kan bloeien.
Dit beeld is verraderlijk. Aan de buitenkant lijkt er niets aan de hand. Je zingt mee, bezoekt trouw de gebedsbijeenkomst en staat op de vrijwilligerslijst. Ondertussen zit jouw hart te vol met zaken die niets met het koninkrijk van God te maken hebben. Een veeleisende carrière, de hypotheek of uitgebreide vakantieplannen eisen alle aandacht op.
De doorns groeien ongemerkt. Je hoort een oproep om iemand te helpen of te bidden, maar op de parkeerplaats ben je alweer met morgen bezig. Je vergeet wat je hebt toegezegd.
Wat je niet wiedt, groeit vanzelf. Een gezonde kerk maakt bewust ruimte voor wat telt en geeft het onkruid van de wereld geen ruimte. Dat betekent keuzes maken en prioriteiten stellen. We moeten eerlijk zijn over wat ons hart werkelijk vult.
De echte kerk
Het vierde zaad valt in goede aarde en draagt rijkelijk vrucht. Dit is de kerk die we willen zijn.
Dat is niet per se de grootste kerk of de gemeente met de beste band of bekende predikers. Het succes meet je niet in aantallen. De mensen op de achtergrond bepalen het gezicht van deze gemeenschap. Denk aan de vrijwilliger die er altijd is, de vrouw die onvermoeibaar bidt of de voorganger die zich opstelt als een nederige dienaar.
In deze kerk heeft de boodschap inhoud gekregen. Mensen zien naar elkaar om, bidden samen en lezen de Bijbel; hier functioneren de gaven van de Geest. Er wordt geluisterd naar God en naar de ander. Je bent bereid jezelf weg te cijferen, omdat je de naaste hoger acht dan jezelf.
Echtheid is hier belangrijker dan de grootte van de kerk. De harten zijn open en er is ruimte voor iedereen die binnenkomt. Deze oprechtheid vormt het fundament van een kerk die werkelijk vrucht draagt.
De grond is in beweging
Het bemoedigende van deze gelijkenis is dat de grond niet onveranderlijk is. Harde grond kun je losbreken, rotsen kun je verwijderen en doorns kun je wieden. De belangrijkste vraag is niet wat voor kerk we op dit moment zijn, maar welke kerk we willen worden.
Dat vraagt om de moed om eerlijk te kijken naar wat hard is geworden of wat oppervlakkig is gebleven. We moeten durven snoeien in wat ons verstikt. Als wij als kerk de aarde gereedmaken, kan de Zaaier zijn werk doen. Dan volgt er een oogst die alle verwachtingen overtreft. Dat is de kerk waar we naar streven en verlangen.

Startpagina