Blogs 2026


De marathon van je leven


Karakter en discipline: de weg naar de finishlijn.

Op 26 april 2026 leverde ene Sebastian Sawe een prestatie die de sportwereld op zijn kop zette. De Keniaan liep in Londen de marathon onder de twee uur. Voor het eerst in de geschiedenis werd die magische grens in een officiële wedstrijd doorbroken; een mijlpaal die velen voor onmogelijk hielden. De nummer twee, een Ethiopiër, finishte ruim elf seconden later. Ook hij doorkruiste die mythische grens. Twee mannen uit Oost-Afrika die op één dag deden wat geen mens ooit eerder had gedaan.

Wat een ongekende inspanning

Een marathon van 42 kilometer en nog wat extra meters is geen wandelingetje. Het is een enorme fysieke en mentale uitdaging. Voor gezonde mensen is het haalbaar, zeker, maar onderschat het absoluut niet. Ook al ben je goed getraind en zijn je benen gewend aan lange afstanden — het vraagt een discipline die heel veel van je vraagt.

Alles in je wordt getest. Een marathon loop je namelijk niet alleen op karakter; je moet het strategisch aanpakken, maanden van tevoren. Je stapt niet zomaar van de bank om aan een schema te beginnen. Je hebt minstens een half jaar voorbereiding nodig om überhaupt blessurevrij aan een specifiek trainingsschema te kúnnen beginnen. En zo’n schema duurt dan zelf ook nog eens zestien tot twintig weken.

Dat is de standaard. Je bouwt wekelijks de kilometers uit, zodat je pezen en gewrichten langzaam wennen aan de enorme impact van het lopen. En dan begint die beruchte long run: één keer per week een afstand van minimaal 30 kilometer. Je traint je lichaam om vet als brandstof te gebruiken op het moment dat de suikervoorraad opraakt. En dat lichaam van jou, schreeuwt moord en brand als je door die grens heen gaat.

De laatste 10 kilometer, dat is de echte wedstrijd

Ik ben er zelf nooit aan begonnen. Ik moet er niet aan denken, eerlijk gezegd.

Maar wie wél aan die marathon begint, ontmoet vroeg of laat de man met de hamer. Lang niet iedereen haalt de startlijn, laat staan de finish. Dat heeft vrijwel altijd te maken met drie zaken.

Ten eerste de fysieke belasting: elke stap is een klap van twee tot drie keer je eigen lichaamsgewicht. Je traint zes tot tien uur per week. Ten tweede de mentale kant: rond de 30 kilometer is de suiker in je spieren op. Je lichaam smeekt je om te stoppen. Precies daar gaat biologie over in psychologie. Dan komt het aan op wilskracht, op karakter en op puur doorzettingsvermogen.

En dan is er nog de ongeschreven wet van de marathon: de eerste 32 kilometer zijn slechts de warming-up. De laatste 10 kilometer, dat is de echte wedstrijd.

Hierin hoor ik de apostel Paulus spreken.

Paulus, die aan het einde van zijn leven terugkijkt en zegt: ik heb zo’n marathon gelopen. In 2 Timotheüs 4:7 schrijft hij: “Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop tot het einde gebracht, ik heb het geloof behouden. Verder is voor mij weggelegd de kroon van de gerechtigheid.”

Ik heb de loop tot het einde gebracht. Die woorden klinken als iemand die die laatste 10 kilometer heeft volgehouden. Niet als iemand die halverwege de handdoek in de ring heeft gegooid.

Een leven met Jezus.

Het leven van een marathonloper vertoont veel gelijkenissen met een leven met Jezus.

Je maakt een start bij je bekering; dat is de warming-up. In de eerste jaren begin je te lopen en moet je hele wezen wennen aan de nieuwe situatie. Je denken, je gewoonten, je hele systeem past zich langzaamaan. Het gaat er uiteindelijk om dat je de loop volhoudt tot de streep, juist wanneer je haast niet meer kunt. Wanneer je na jaren van geloof door moeilijke fases gaat en de energie lijkt op te raken. Dan heb je God nodig om deze reis te volbrengen.

Je mag komen zoals je bent

Er is een bekende uitspraak: je mag komen zoals je bent. En dat klopt. Maar door met Jezus die marathon te lopen — en dat is mijn persoonlijke invulling — blijf je niet zoals je was. Je wordt onderweg gevormd. Je karakter verandert, je denken verandert. Je gaat anders naar situaties kijken; je leert boven de omstandigheden uit te kijken, zoals God naar de dingen kijkt. Je houding naar anderen verzacht en je prioriteiten verschuiven. Zelfs je tijdsbesteding verandert: je neemt de tijd om God echt te ontmoeten.

Zoals een marathonloper snakt naar rust — omdat spieren alleen herstellen tijdens rust en niet tijdens de inspanning — zo krijgt ook je geloofsleven meer diepte wanneer je de rust van God opzoekt.

In Psalm 84 staat iets wat me altijd raakt (vers 6 en 7): “Welzalig de mens van wie de kracht in U is. In hun hart zijn de gebaande wegen. Zij gaan van kracht tot kracht.”

Die kracht ontvangen ze; ze wekken hem niet zelf op.

Met andere woorden: je hebt uit jezelf niet genoeg kracht om die eindstreep te halen of alle weerstand te overwinnen. Maar wie zijn kracht in God vindt, gaat van kracht tot kracht. Die raakt niet uitgeput. Integendeel: naarmate het doel dichterbij komt, verblijdt het hart zich, omdat de finish in zicht is.

In 2 Korinthe 3 schrijft Paulus dat die verandering niet alleen innerlijk is, maar zichtbaar wordt in je hele houding: “Wij worden veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Geest van de Heere.”

Iedere mijl telt.

Die eerste mijl mag je met blijdschap omarmen: “Heer, dank U voor dit begin, voor dit moment van overgave.” Dan volgen de tiende, de twintigste, de dertigste mijl. Stuk voor stuk mijlpalen waar je met dankbaarheid op mag terugkijken.

Maar na die dertigste mijl komt de verzuring.

Dan lijkt de koek op. Alles in je schreeuwt om stil te staan. En dan komen die stemmen: “Ga even zitten. Doe rustig aan. Kies voor jezelf.” Stemmen van ontmoediging en teleurstelling. Stemmen die geen brandstof geven, maar als een blokkade werken. Paulus waarschuwt hiervoor in 1 Timotheüs 4: dat er tijden komen dat sommigen afvallen van het geloof, verleid door dwaalgeesten die hen van de weg afhouden. Geef geen gehoor aan die stemmen. Ze moedigen je niet aan; ze houden je tegen.

Maar dan Paulus, hij laat zich niet verleiden. Want 2 Korinthe 2:14 zegt: “Godzijdank, die ons in Christus te allen tijde doet zegevieren.”

Paulus heeft zijn eigen marathon gelopen. Vijf keer kreeg hij zweepslagen. Drie keer stokslagen. Hij werd gestenigd, leed schipbreuk, zat gevangen en werd verraden. Hij kende honger, slapeloze nachten en een enorme geestelijke druk. En toch kon hij aan het einde zeggen: ik heb getriomfeerd. Door Christus.

“Alle dingen kan ik aan door Christus, die mij kracht geeft” (Filippenzen 4:13).

Zijn overwinning was geen sportieve triomftocht, maar een geestelijke marathon. En dat is precies de loop die jij en ik ook lopen. Een tocht samen met Jezus, geleid door de Heilige Geest, met het einddoel scherp in het vizier.

Zo zie ik in dit verhaal eigenlijk twee hardlopers: Sebastian Sawe, die de grens van de tijd verlegde, en Paulus, die de grens van de eeuwigheid opzocht. Beiden laten zien dat de finishlijn pas betekenis krijgt door de weg die je ernaartoe hebt afgelegd.

Dus: houd vol. Ga door. Blijf lopen.


@wimvanputten

Naar
Startpagina