
Het hooglied van de liefde
Waarom 1 Korintiërs 13 om dienen draait en niet om romantiek
We horen de prachtige woorden van 1 Korintiërs 13 vaak tijdens huwelijksdiensten, omringd door romantiek. Paulus schreef deze brief echter aan een kerk vol ruzie, trots en competitie rondom geestelijke gaven. In dit blog beschrijf ik de oorspronkelijke context van dit bekende hoofdstuk. Het is geen romantisch gedicht, maar een indringende oproep tot agape, een onzelfzuchtige, dienende liefde die de basis vormt van alles wat je doet. Dit hoofdstuk houdt ons allemaal een spiegel voor.
Als de liefde ontbreekt
Ik luisterde onlangs naar de podcast van het Nederlands Dagblad, waarin Dick en Daniël in gesprek gingen met Willem Ouweneel. Het onderwerp was het spreken in tongen. Wat mij opviel, was de manier waarop Willem nadrukkelijk de verbinding zocht met hoofdstuk 13 uit de eerste brief aan de Korintiërs. Dit bekende gedeelte over de liefde bevindt zich precies tussen de hoofdstukken 12 en 14, die beide over de geestelijke gaven gaan. Hij maakte duidelijk dat deze gaven nooit tot hun recht komen als de liefde ontbreekt. Zonder die basis mist de uitwerking haar doel. Omdat dit inzicht zo essentieel is, besteed ik daar de komende tijd in mijn blogs extra aandacht aan.
1 Korintiërs 13 staat bekend als het Hooglied van de Liefde. Het is een van de meest geliefde passages uit de Bijbel. Je hoort deze woorden vaak tijdens een huwelijksdienst, maar de oorspronkelijke context heeft weinig met romantiek te maken. Paulus schreef dit deel van zijn brief uit zorg voor een kerk waar grote onderlinge verschillen bestonden. De gemeente in Korinte bestond uit rijke mensen, armen, weduwen en wezen. Er waren ook slaven die in die tijd geen enkel recht bezaten op een zelfstandig bestaan.
Toepassing op elke plek
In het Oude Testament vind je ook een bijzonder boek over de liefde, namelijk het Hooglied. Dat gaat over de verhouding tussen man en vrouw, wat we ook kunnen zien als een beeld van de relatie tussen Christus en de gemeente. Daar vind je waardevolle principes voor je omgang binnen een huwelijk of een relatie. In het Nieuwe Testament verschuift de focus naar de relatie met God en mensen, en mensen onderling. Dit specifieke hoofdstuk richt zich volledig op hoe je met elkaar omgaat. Dat geldt voor je huwelijk, maar evengoed voor je plek in de kerk, je familie, de samenleving en op je werk. Het is van toepassing op elke plek waar je met anderen optrekt.
Dit hoofdstuk vormt de brug tussen de hoofdstukken 12 en 14. Die delen behandelen de bijzondere gaven en geestelijke vermogens die God aan mensen schenkt. Het zijn gaven die aan jou ter beschikking worden gesteld; het is iets wat je krijgt. In de kerk in Korinte was onduidelijkheid over het toepassen van deze uitingen van de geestesgaven, zoals het spreken in tongen (of klanktalen, zoals een andere vertaling dat noemt), profetie en bijzondere kennis. Dit zorgde voor trots, onderlinge competitie en verwarring.
Gaven van de Geest
God heeft deze geschenken daar niet voor bedoeld. De geestelijke gaven horen bij de Heilige Geest. We spreken dan ook van gaven van de Geest; dan moet ook de houding van die Geest herkenbaar zijn. Hij schenkt ze aan jou om te gebruiken voor de ander. Iedereen heeft een eigen inbreng of een geestelijke kwaliteit van God ontvangen. In de Bijbel staat dat er een verscheidenheid is aan bedieningen, terwijl het om dezelfde Heer gaat. Er is een verscheidenheid aan werkingen, maar het is dezelfde God. Vaak worden er negen vormen of gaven genoemd, maar er zijn veel meer manieren waarop je de ander kunt dienen. Het gaat hierbij niet om je eigen bekwaamheid, je natuurlijke talenten of je intellect. Het is iets anders dan je vermogen om goed te zingen, te spreken of te schrijven. Het zijn werkingen die hun oorsprong vinden in het bovennatuurlijke.
Paulus laat in hoofdstuk 13 zien dat gaven zonder liefde waardeloos zijn. Je hebt er niets aan, omdat ze de kern missen waarvoor God ze geeft. Je krijgt ze om de ander te dienen en niet om zelf gediend of geëerd te worden. In het koninkrijk van God draait het niet om wat je kunt, maar om wie je bent. Je maatschappelijke status of je positie in de kerk is niet bepalend. De Heer Jezus zei al dat wie groot wil worden, de dienaar van de anderen moet zijn.
Agape
De liefde waar Paulus over schrijft, is de agape. Dit Griekse woord duidt niet op vriendschap of romantiek. Het is een onzelfzuchtige en dienende liefde die gericht is op het geluk en de ontwikkeling van de ander. Soms om aan te sporen, soms om te corrigeren, maar altijd bemoedigend. Als een van deze kenmerken ontbreekt, dan moet je voorzichtig zijn om een woord te aanvaarden. Ga het overdenken, ga ermee naar de Heer in gebed en als je het niet begrijpt, leg het dan voor een poosje opzij. Wellicht wordt het later duidelijk voor je. Of niet, dan laat je het rusten.
Maar ieder die de agape als basis van zijn of haar spreken kent, zal dan ook een afhankelijk hart hebben. Die spreekt niet met trots zijn woorden, maar weet dat ook zijn woorden betrekkelijk zijn, of zoals de Bijbel zegt in 1 Kor. 13:9: “…wij profeteren ten dele.” Met andere woorden: het is nog niet volmaakt, er zit altijd iets van de spreker bij.
Diepe afhankelijkheid
Wie daarom door de Heer gebruikt wordt om een ander profetisch te bemoedigen, zal dit alleen kunnen vanuit een diepe afhankelijkheid van Gods Geest, anders volgen er brokken. Je hoeft daarom niet trots te zijn op je geestelijke gaven, je succes in de bediening, je inspanningen voor de Heer of je kennis van de geestelijke wereld. Alles is slechts ten dele en verliest zijn betekenis als je het niet inzet om de ander lief te hebben. Dit hoofdstuk vraagt je om kritisch naar jezelf te kijken. Je mag jezelf afvragen: in hoeverre handel ik vanuit liefde? Ben je bezig met je eigen belang of met het belang van de mensen om je heen, inclusief de mensen die verder van je af staan?
Zie je de ander staan of zie je alleen jezelf? De Heer had oog voor de ander. Dat is een vermogen dat God schenkt, namelijk zien wat een ander niet ziet. Het gaat om opmerkzaamheid voor de nood van de naaste, een bemoedigend woord op het juiste moment of een arm om een schouder bij iemand die zich eenzaam voelt. Geestelijke gaven moeten daarop gericht zijn en ingebed blijven in de liefde. Wanneer je de tekst uit dit hoofdstuk 13 leest, is het de bedoeling dat je jezelf toetst. Paulus stimuleert ons — of moet ik zeggen: dwingt ons — om te kijken naar onze omgang met onze medemens. Is er agape, of spelen andere motieven een hoofdrol?
…maar de meeste van deze is de liefde.
@wimvanputten

Startpagina