
Oprichten in plaats van tackelen
Haal de ander niet neer, maar help elkaar omhoog.
Wie herinnert zich niet de achtervolging op het schoolplein? Kinderen op de basisschool rennen achter hun vriendjes of ‘vijanden’ aan met maar één doel: pootje haken. Iemand ten val brengen om te stoeien of te vechten.
Dit spelletje verdwijnt niet als we ouder worden. Op het voetbalveld zien we het terug wanneer een verdediger, met het risico op een rode kaart, een doorgebroken aanvaller tackelt om te voorkomen dat hij scoort. En in het volwassen maatschappelijke leven heet het anders: iemand een loer draaien, een hak zetten, bijvoorbeeld uit jaloezie over het succes van een collega. De vormen veranderen, maar de kern blijft hetzelfde: je haalt iemand neer die vooruitgaat.
Dat is schadelijk, want daarmee beschadigen we elkaar.
In de Bijbel staat in 1 Johannes 2:10 een tekst die hier recht tegenover staat: „Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht en er is in hem niets dat een ander doet struikelen.”
Wie dicht bij God wil leven, heeft geen enkele intentie om een ander te laten vallen. Het verlangen is juist het tegenovergestelde: bemoedigen en oprichten. Want wie zegent, ontvangt zelf ook zegen. In het licht leven, zoals de tekst ons schrijft, betekent dat jouw gedrag niet gericht is op valstrikken of het naar beneden halen van een ander. Liefde richt zich niet in eerste instantie op eigenbelang, maar mede op het belang van de ander. Vandaar de oproep: richt mensen op.
„…als u merkt dat iemand een misstap heeft begaan, moet u hem in een geest van zachtmoedigheid weer op de rechte weg helpen.” (Galaten 6:1, NBV)
Oprichten klinkt eenvoudig, maar wat betekent het in de praktijk? Als iemand een fout maakt, als er spanningen zijn in een relatie of als er iets in iemands leven openbaar komt wat niet goed is, denk dan niet: eindelijk, het werd tijd dat het aan de dag komt. Richt je in plaats daarvan met bewogenheid op het herstel van die ander. Zelfs als je diegene niet bijzonder mag. Want ook dan vraagt de Bijbel ons om het belang van de ander op het oog te houden, met Gods hulp.
Barnabas
Zo iemand, een mens die opbouwt in plaats van afbreekt, noemt de Bijbel een bemoediger. Een van de mooiste voorbeelden in de Bijbel daarvan is Barnabas. Zijn echte naam is Jozef, maar de apostelen gaven hem een bijnaam: Barnabas, wat ‘zoon van de bemoediging’ of ‘zoon van de troost’ betekent. Die bijnaam zegt alles over wie hij was.
We ontmoeten hem in Handelingen 4, maar zijn mooiste optreden vinden we in Handelingen 9. Na zijn radicale bekering probeert Paulus, die toen nog Saulus heette, zich aan te sluiten bij de discipelen in Jeruzalem. Niemand vertrouwt hem. Waarom zou je ook? Dit was de man die christenen vervolgde, die aanwezig was bij de steniging van Stefanus. Dat zo iemand plotseling christen was geworden, geloofde niemand.
Saulus stond er alleen voor, buitengesloten en gewantrouwd. Toen deed Barnabas iets wat niemand anders durfde. Hij nam Saulus bij de hand en bracht hem naar de apostelen. Hij zette zijn eigen reputatie op het spel en vertelde de anderen wat er werkelijk was gebeurd: hoe Saulus onderweg de Heer had gezien en hoe vrijmoedig hij al had gepreekt in Damascus.
Barnabas keek niet naar het verleden van Saulus, hij keek naar wat er in zijn hart was. Hij zag dat deze man radicaal veranderd was en hij durfde een arm om hem heen te slaan. Hij opende deuren die anders voor altijd gesloten waren gebleven. Zonder Barnabas was de apostel Paulus er niet geweest.
Karakter
Barnabas deed meer dan af en toe iets vriendelijks. Het was een houding, een karaktereigenschap. Hij was een geestelijke steun, iemand met oog voor de potentie van de ander. Waar anderen een mislukkeling zagen, of iemand die fouten had gemaakt, zag Barnabas de mens daarachter.
Hij kon luisteren, niet oppervlakkig, maar echt. Hij bezat empathie: het vermogen om zijn eigen mening opzij te zetten, zijn oordeel te parkeren en het belang van de ander te zoeken. Hij was een bruggenbouwer. Een echte bemoediger raakt niet gefrustreerd als iemand niet snel verandert. Hij heeft een lange adem. Hij blijft geloven in herstel en in mogelijkheden, ook als dat lang duurt. Die houding van Barnabas leidde ertoe dat Saulus veranderde in Paulus: een man van grote betekenis voor de christelijke kerk wereldwijd.
Zo komen we weer terug bij die tekst uit 1 Johannes 2. We moeten er niet op uit zijn om een ander te tackelen. We moeten er juist op uit zijn om een ander op te bouwen en wie gevallen is, op te richten.
Steunpilaar
Ik wil dit verhaal afsluiten met een mooi beeld. Denk aan een jong boompje, net geplant, kwetsbaar voor elke storm, elke windvlaag. In de plantsoenendienst plaatst men dan naast zo’n kwetsbaar boompje een stevige paal waaraan men de jonge stam bevestigt. Als het stormt, geeft die paal steun. Als de wind hard waait, houdt het boompje stand.
Zo was Barnabas voor Paulus een steunpilaar.
En zo mogen ook wij voor elkaar zijn: niet om te doen struikelen, maar om op te richten. Niet om neer te halen, maar om te zegenen. Zodat mensen kunnen blijven staan, tot ontwikkeling kunnen komen en gaan leven in hun bestemming.
@wimvanputten

Startpagina