Blogs


Het kapelletje van Staverden


Aan het begin van verdriet: lofzang. De dood heeft niet het laatste woord.

Psalm 100

Dankt de HEER, juich hem toe.

1 Juich de HEER toe, heel de aarde,
2 dien de HEER met vreugde,
kom tot hem met jubelzang.

3 Erken het: de HEER is God,
hij heeft ons gemaakt,
hem behoren wij toe,
zijn volk zijn wij, de kudde die hij weidt.

4 Kom zijn poorten binnen met een loflied,
hef in zijn voorhoven een lofzang aan,
dank hem, prijs zijn naam:

5 De HEER is goed,
zijn liefde duurt eeuwig,
zijn trouw van geslacht op geslacht.
De gevelsteen

Afgelopen zondag zat ik in het kleine kapelletje van Staverden. Wat een bijzondere plek is dat toch. Zo’n gebouwtje uit 1875, dat er prachtig bijstaat, vlak naast het kasteel en omringd door een park waar je uren kunt dwalen. Maar wat me direct opviel was die gevelsteen. Er staat ‘Psalm C’ op. Nu kun je je afvragen: waarom in vredesnaam die C?

Dat deed me denken aan een vriend van mij. Hij was met zijn broer ook in dit kerkje beland en vroeg na afloop aan zijn oudere broer: “Snap jij waarom er Psalm C staat op de gevelsteen boven de kerkdeur?” Zijn broer keek hem aan alsof hij water zag branden en zei: “Jij hebt toch gestudeerd? Jij bent toch de slimste van ons twee?” Tja, natuurlijk, die C staat voor honderd, in Romeinse cijfers. Stom… had ik kunnen weten. Psalm 100. Deze anekdote was de aanleiding voor het schrijven van dit artikeltje.

Een psalm vol dankbaarheid

Psalm 100, dat is er eentje die je wakker schudt. “Juich de HEER toe, heel de aarde!” begint het. Alsof David zegt: kom op mensen, laat je horen! Het bijzondere is dat dit de enige psalm is die helemaal om dankzegging draait. Geen geklaag over vijanden of zonde, maar gewoon puur geluk om God.

En dat terwijl David het niet makkelijk had. Verre van dat. Maar hij richtte zijn blik niet op de ellende, maar op wie God is. In het Hebreeuws betekent ‘bedanken’ eigenlijk zoiets als ‘de aandacht vestigen op iemands karakter’. Het is meer dan een automatisme zoals “dank je wel” mompelen als iemand je de suikerpot aangeeft. Het gaat erom dat je uitspreekt: zo bent U, dat is Uw aard.

God is goed. God is trouw. God is altijd daar. Dat zie je het sterkst in Jezus, die was bewogenheid in eigen persoon. Johannes beschrijft het prachtig: “Hij heeft bij ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid gezien, vol van genade en waarheid.” Niet een verre, ontoegankelijke God, maar iemand die mensen echt raakte.

De koning van alle tijden

Als je de psalmen rond nummer 100 leest, dan kom je steeds hetzelfde refrein tegen: “De HEER is koning.” Psalm 93, 97, 99… overal zie je het. Alsof David het niet vaak genoeg kan zeggen. En terecht. Door alle eeuwen heen is gebleken dat Hij trouw blijft, wat er ook gebeurt.

Toen ze in 1875 dat kapelletje bouwden, hebben ze vast ook die waarheid in steen willen vastleggen. Psalm C – alsof ze wilden zeggen: hier geloven we in een God die koning is, wat er ook komt.

Intimiteit met God

Er is trouwens geen echt Hebreeuws woord voor ‘danken’. Het kan ook ‘belijden’ betekenen. Niet zoals je een misdaad bekent, maar eerder zoals je je liefde bekent aan iemand die je dierbaar is. Het dankoffer uit deze psalm is eigenlijk een liefdesoffer. Een manier om te zeggen: ik ben van U, U bent van mij.

Dat doet me denken aan het Hooglied, waar de bruid zegt: “Ik ben van mijn lief en hij verlangt naar mij.” Zo mag het tussen God en ons ook zijn: vol verlangen naar elkaar, vol intimiteit. “Kom binnen, mijn liefde,” zegt God tegen ons. Hij verlangt naar ons. Stel je voor, de God van het heelal die naar jou verlangt.

Welkom voor iedereen

“Dient de HEER met vreugde,” staat erin vers 2. Het is bijna een bevel, maar dan een liefdevol bevel. Zoals een geliefde zegt: kom nou, kom dichterbij, wees niet bang. Ik bijt niet. Integendeel, ik heb alleen maar liefde voor je.

En dan dat mooie van vers 3: “Erken: de HEER is God. Hij heeft ons gemaakt. Hem behoren wij toe. Zijn volk zijn wij, de kudde die hij weidt.” Als een herder. Op een paar honderd meter van dat kapelletje, op de Ermelose heide, zorgt nog steeds een herder voor zijn 240 schapen. Dag in, dag uit. Regen of zonneschijn. Altijd daar om ze te voeden, bij elkaar te houden en veilig thuis te brengen.

Zo is onze God ook. Jezus zei het zelf: “Ik ben de goede herder. Mijn schapen horen mijn stem en ik ken ze.” Om die stem te horen, moet je wel dichtbij komen. Alle andere stemmen even tot zwijgen brengen. Luisteren.

In de tempeltijd mochten alleen Joden het heiligdom in. Buitenlanders konden wel in het voorhof komen, maar niet verder. De profeten zagen al dat dit zou veranderen, dat ook vreemdelingen ooit intiem met God mochten zijn. En kijk, dat is precies wat er gebeurd is. Wij, Nederlanders en wie dan ook, waren allemaal ooit ver weg. Maar Jezus riep: “Kom.” Hij is de deur, de poort.

“Kom zijn poorten binnen met lofzang,” zegt vers 4. Ook als je hart zwaar is, ook als je worstelt. Kom met een lied. Dat doet me denken aan Elie Wiesel, die Nobelprijswinnaar die de oorlog overleefde. Hij verloor zijn moeder, zijn zus – vreselijk leed. Maar hij zei ooit:

“Mijn vader geloofde in mensen en leerde me spreken; mijn grootvader geloofde in God en leerde me zingen.”

Zingen te midden van verdriet. Het kan.

De Postweg

Bij dat kapelletje begint een weg: de Postweg. Tien kilometer lang, hij eindigt bij de hervormde kerk in Putten. En Putten, dat is een plaats met een zwarte bladzijde. In de oorlog werden daar 600 mannen weggehaald naar de kampen van de Duitse duisternis. Slechts tientallen kwamen terug. Een dorp vol weduwen.

Aan het begin van die weg: Psalm C, lofzang. Aan het eind: verdriet, dood, gemis. En toch, de gevelsteen is er nog. Ze hebben hem niet weggehaald toen die mannen slachtoffer werden van de gruweldaden van de nazi’s. Alsof ze wilden zeggen: de dood heeft niet het laatste woord.

Die steen hangt er nog steeds. Ook nu, in 2025, te midden van alle ellende in deze tijd. “De HEER is goed, zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid en zijn trouw tot in verre geslachten.”

Daar kun je op bouwen. Daar kun je je leven op zetten. Ook als de wereld op z’n kop lijkt te staan. Die gevelsteen blijft hangen, als een gedenkteken dat God er is en dat Hij goed is. En dat is, denk ik, precies wat David wilde zeggen toen hij die psalm schreef. Niet kijken naar wat mis is, maar naar wie God is. Juichen, ook als je eigenlijk wilt huilen. Want Hij is de koning. Hij is er altijd. Hij houdt van je.


@wimvanputten