
Een kritische blik
Van ‘betrokken herder’ naar ‘manager’: een kritische blik op de moderne kerk.
Het verschil
Wat is de wereld in een paar decennia ongelooflijk veranderd. Ik ben vlak na de Tweede Wereldoorlog geboren, in de tijd van de wederopbouw. We hadden niets en kenden weinig luxe, maar waren gelukkig met wat we hadden. We hadden geen speelgoed, dus maakten we het zelf. Geen mooie skelters zoals nu, maar gewoon een plank met de wielen van een oude kinderwagen. Was het leven saai? Absoluut niet! We voetbalden en knikkerden op straat en deden straatspelletjes. Het leven was eenvoudig, maar leuk. Tenminste, zo heb ik het ervaren.
Ook het kerkelijk leven is enorm veranderd. De vrome strengheid van toen, met de zondagsheiliging en de plechtige liederen, zie je bijna nergens meer. Je moet tegenwoordig naar de Biblebelt om dat nog mee te maken. Zowel de traditionele als ook de evangelische kerken zijn veranderd. In de naoorlogse pinkster- en evangelische gemeenten golden strenge regels. In sommige gemeenten droegen vrouwen nog een hoofddoek en rokken in plaats van broeken, make-up was verboden en de televisie werd ‘hellevisie’ genoemd. Wat een verschil met nu.
De apostel Paulus beschrijft de kerk als het lichaam van Christus. Elk lid heeft een unieke rol en Christus is het hoofd (1 Korintiërs 12:12-27). Dat organische, levende beeld staat haaks op wat we tegenwoordig in veel kerken zien, waar bedrijfsmatige structuren en methodes de overhand lijken te krijgen. Deze verschuiving zet mij aan het denken: Is dit een goede ontwikkeling en wat is onze roeping? Is de kerk van nu nog zoals God het bedoeld heeft?
Van herder naar manager
Mede door de sterke invloed van evangelische en charismatische kerken uit de Verenigde Staten, hebben onze diensten een heel andere sfeer gekregen. Bekende evangelisten en sprekers hebben via conferenties en media zoals YouTube hun stempel gedrukt, ook op onze geloofscultuur.
Jezus noemt zichzelf de Goede Herder die zijn leven geeft voor de schapen (Johannes 10:11). Hij roept zijn volgelingen op om zijn kudde te leiden, niet als heersers, maar als dienende voorbeelden (1 Petrus 5:2-3). Sterker nog, Petrus waarschuwt nadrukkelijk voor het ‘heersen’ over Gods volk. Toch zien we steeds vaker dat leiders meer op bedrijfsmanagers lijken, geobsedeerd door groei, efficiëntie en resultaten.
Dit is problematisch omdat het voorbijgaat aan de essentie van geestelijk leiderschap. Waar Jezus spreekt over dienen, draait het in gemeenten om ‘leiden en besturen’. Waar de Bijbel nederigheid predikt, vraagt een voorgangerspositie om assertiviteit en managerskwaliteiten. Paulus geeft een radicaal ander voorbeeld van leiderschap: ‘Wij verkondigen niet onszelf, maar Christus Jezus als Heer, en onszelf als uw dienaren om Jezus’ wil’ (2 Korintiërs 4:5). Dat is een wereld van verschil met een cultuur waarin leiders zichzelf nu op een voetstuk plaatsen en hun ‘visie’ uitvoeren.
Concurrentie versus eenheid
Jezus bad vurig voor de eenheid van zijn volgelingen: ‘dat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U’ (Johannes 17:21). Helaas is er veel verdeeldheid tussen kerken, niet alleen door theologische verschillen, maar ook door jaloezie en een strijd om het ‘marktaandeel’. Voorgangers zijn jaloers op het succes van anderen. We zien veel mensen wisselen van kerk omdat ergens anders de preek beter is, de muziek professioneler klinkt, of om andere vergelijkbare redenen. Niet voor niets kennen we de uitdrukking ‘churchhoppers’, hoe triest is dat.
Wanneer kerken elkaar als concurrenten zien, lijdt de eenheid ernstig hieronder. In plaats van samen het koninkrijk van God uit te breiden, ontstaat er een strijd. Dit staat haaks op Paulus’ oproep om ‘één geest, één doop, één God en Vader van allen’ te belijden (Efeziërs 4:4-6). Deze concurrentie leidt bovendien tot meer focus op de buitenkant: aantrekkelijke programma’s, charismatische predikers en moderne faciliteiten. De aandacht verschuift van persoonlijke geestelijke vruchten zoals liefde, vrede, geduld, trouw en zelfbeheersing (Galaten 5:22-23) naar een gepolijste buitenkant.
Zo anders
Geestelijke principes, zoals de Bijbel die beschrijft, laten zich niet vervangen door programma’s of formules. Ze vragen om een persoonlijke relatie met God. Wanneer ze worden vervangen door gestandaardiseerde methodes, verdwijnt de intimiteit met God. Wat in schril contrast staat met de moderne neiging om alles te willen beheersen.
Ook aanbidding wordt soms opgezet als een show met professionele artiesten en geregisseerde emoties. Dit kan de spontane werking van de Geest belemmeren. Paulus geeft richtlijnen voor samenkomsten waar ruimte is voor verschillende bijdragen: ‘De een heeft een psalm, de ander een lering, weer een ander een openbaring’ (1 Korintiërs 14:26). Echte aanbidding verandert de aanbidders. Jesaja’s reactie op Gods heiligheid en tegenwoordigheid was geen entertainment, maar overtuiging van zonde en een oproep om God te dienen (Jesaja 6:5-8). Aanbidding die alleen maar vermaakt, mist deze levensveranderende kracht.
Wil ik terug naar vroeger, nee natuurlijk niet. Sommige zaken zijn verbeterd. Andere situaties vragen een kritische bezinning. Het is geen oproep om te blijven hangen in starre tradities, maar een pleidooi voor trouw aan de Bijbelse visie op de kerk. Verandering en vernieuwing zijn nodig, maar moeten geworteld blijven in de fundamentele principes die God zelf heeft gegeven voor zijn gemeente.

@wimvanputten