
Een boeiende verkenning van leven en dood
“Dit is niet de enige dans die wij dansen.”
Een boeiende verkenning van leven en dood

Gewoon wat rondkijkend op Facebook, zag ik plotseling een advertentie voor een avond over het kersverse boek ‘Uit de tijd – denken over dood en leven’ van dominee Pieter Both. Ik twijfelde geen seconde. Pieter Both had ik al vaker horen spreken in zijn gemeente ‘De Regenboog’ in Harderwijk, en ik was altijd weer onder de indruk van zijn manier van woordverkondiging. Deze avond bleek precies te zijn wat ik ervan verwachtte: een fascinerend en bovenal persoonlijk verhaal.
Een persoonlijke zoektocht naar het mysterie
Twaalf jaar geleden schreef Pieter Both al ‘Dag zeggen’, een boekje over rouw en rouwverwerking. Het kwam voort uit een pijnlijk gemis: na het plotselinge overlijden van zijn eerste vrouw Rolinda in 2006 – zij was pas 31 jaar – viel het hem op dat er maar weinig mannelijke stemmen te vinden waren in de rouwliteratuur. “Het is meer een vrouwending om überhaupt over dat soort dingen te schrijven,” legt hij uit.
Maar waar de boekwinkels uitpuilen van rouwboeken, zijn er opvallend weinig die zich richten op de dood zelf. Pieter Both mijmert: “Misschien wel omdat we daar een beetje voor terugdeinzen om daar eens over na te denken.”
Het thema van de dood fascineert hem eigenlijk al zijn hele leven. Zesentwintig jaar geleden, na zijn theologiestudie, ging hij aan de slag als docent godsdienst en levensbeschouwing. Wat hem destijds al opviel: leerlingen kwamen altijd bij hem terecht met vragen rond de dood.
“Een van de opmerkelijkste dingen die ik nog weet, is dat ik na twee of drie jaar wel eens dacht: hoe komt het dat er altijd leerlingen met iets rond de dood bij mij komen?” vertelt hij. “Dan staat die leerling wel eens bij mijn tafel als alle anderen al weg zijn en kwamen ze bij mij met verhalen over de dood.”
Het ging over overleden grootouders, suïcidale gedachten, of gestorven familieleden. “Altijd kwamen ze met dat soort verhalen,” zegt hij. “Op de een of andere manier was dat toen al een thema voor me. Ik zeg wel eens dat het om me heen hangt. Kennelijk.”
Begraven: ‘het mooiste wat er is’
Na het verlies van zijn eerste vrouw werd Pieter dominee. Nu vindt hij begraven “het mooiste wat er is.” Een opmerkelijke uitspraak die hij graag toelicht: “Ik vind begraven mooier – en dieper en mooier – dan een bruiloft. Ik denk ook wel omdat het dan echt ergens over gaat. Dan doet het er echt toe. En ik vind het ook gewoon mysterieus.”
Als dominee staat hij regelmatig bij sterfbedden, wat hij als een bijzondere ervaring beschouwt. “Daar ligt iemand. Vaak natuurlijk in zijn laatste uren. En die ligt daar, beweegt nog. En als je dan een dag later komt, ligt er nog een lichaam. En wat is daar dan in die tussentijd gebeurd?”
Hij deelt een indringende ervaring waarbij hij een stervende man zegende. De familie vertelde dat de man al twee dagen niet meer bij bewustzijn was geweest. Toch gebeurde er iets onverwachts tijdens de zegen. “Zijn ogen gingen open en zijn hand ging zo naar boven en hij pakte me vast. Gelukkig stond zijn vrouw naast me, dus ik legde zijn hand in de hare en maakte het gebed af.” Nog voor Pieter thuis was, kwam het telefoontje dat de man was overleden.
Drie manieren om naar de dood te kijken
Pieter Boths nieuwe boek ontstond als een zoektocht naar het mysterie van de dood, mede ingegeven door zijn eigen angst. “Ik ben bang voor de dood, misschien gewoon omdat ik heel veel niet weet,” geeft hij eerlijk toe.
In zijn boek onderscheidt hij drie manieren waarop onze cultuur met de dood omgaat: als vriend, als vijand, en als taboe.
De dood als vriend
“Je ziet de laatste tijd in onze cultuur dat de dood als vriend opkomt,” stelt Pieter Both. “En dat komt door boeddhistische stromingen die veel meer invloed op onze cultuur hebben dan men vaak denkt.” Hij wijst op tijdschriften als Happinez – naar eigen zeggen het op twee na meest gelezen tijdschrift van Nederland – waar vaak te lezen valt dat je niet bang hoeft te zijn voor de dood.
Het probleem dat Both hiermee heeft, is dat in deze visie de ziel vaak belangrijker wordt gezien dan het lichaam. “Het lichaam, dat lijf, wordt dan een beetje gezien als de gevangenis waar die ziel in zit.” Vanuit bijbels perspectief ziet hij dit anders: “God heeft ons voor het leven gemaakt met onze ziel én ons lichaam. En voor God is beide even belangrijk.”
De dood als vijand
Pieter Both sluit zich aan bij de apostel Paulus, die de dood als vijand beschouwt. “We zijn gemaakt voor het leven. En dat betekent dat God ons leven zo waardevol vindt, dat als de dood dat afkapt, die dood ook een vijand is.”
Hij haalt de gereformeerde theoloog Okke Jager aan, die schreef dat we de dood moeten verslaan, omdat God ons gemaakt heeft voor het leven. Hij zegt: “Okke Jager, een gereformeerde theoloog uit Kampen, heeft me op dit vlak enorm geholpen. Misschien heb je zijn bekende boekje ‘Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens?’ zelf nog ergens liggen.”
Hij heeft twee boeken geschreven die me echt aan het denken hebben gezet. Het eerste, ‘Liever langer leven’, gaat over het wonder van de moderne geneeskunde. Hij stelt dat het fantastisch is dat we tegenwoordig veel ouder kunnen worden en dat de eerste mens die 130 haalt waarschijnlijk al geboren is. Een mooi idee, toch? Dit sluit perfect aan bij het idee dat God ons heeft gemaakt voor het leven.
Zijn andere boek, ‘De dood in zijn ware gedaante’, heeft een compleet andere insteek. Daarin beschrijft hij de dood als een ware vijand die we moeten verslaan, omdat God de dood niet heeft gewild.
Toch waarschuwt Pieter Both voor het gevaar om de dood alleen als vijand te zien, vooral in bepaalde evangelisch-charismatische kringen. “Waar ik dat weleens zie ontsporen, is waar mensen een woord van God hebben gekregen dat iemand die ernstig ziek is, zal genezen. Als dat niet gebeurt, wordt er vaak geen afscheid genomen en raken nabestaanden soms hun geloof kwijt, of blijven ze met heel veel vragen achter.”
De dood als taboe
“Dat herken je toch zelf ook wel? Is toch gewoon omdat je even geen zin hebt in gesprekken over de dood,” erkent Pieter Both. Als dominee merkt hij dit regelmatig bij oudere gemeenteleden. Hij vertelt over een levenslustige tachtigjarige mevrouw die nog volop in het leven stond, tot zij op een dag zei: “Ik dacht drie weken geleden: ik word oud.” Een half jaar later overleed zij.
Bijbelse perspectieven en hoop
Een interessante ontdekking die Pieter Both deed tijdens het schrijven van zijn boek, is dat het Oude Testament “bijna niets over een leven na dit leven” zegt. “In het Oude Testament geloven de meeste mensen: dood is dood.” Denk maar aan psalmen, waar staat: “In het graf kan ik U niet loven.”
Het Nieuwe Testament daarentegen heeft als kern dat Jezus opstond uit de dood. Voor Pieter Both heeft dit het schrijven van zijn boek verrijkt. “Ik kom zelf uit een klassiek gereformeerd-hervormd milieu,” zegt hij. “Ik ben volledig opgevoed met de gedachte: waarom sterft Jezus? Voor mijn zonden. Punt. En ik geloof dat nog steeds. Tegelijkertijd heb ik ook bedacht dat dat wel een beetje beperkt is.”
Hij ziet het nu breder: “Als de Heer Jezus geboren wordt met Kerst, dan is dat omdat God mét ons wil zijn. Hij deelt heel ons leven. Een van mijn favoriete zinnetjes is: Hij danst op de bruiloft te Kana en weent bij het graf van zijn vriend Lazarus.”
Pieter Both maakt een belangrijk onderscheid tussen ‘de hemel’ en ‘de nieuwe hemel en de nieuwe aarde’. “Eigenlijk zou je kunnen zeggen: de hemel is een tussenstation, want je bent er nog niet. En om het nog anders te zeggen – dat wordt een woordspelletje – in de hemel ben je zielig.”
Hij legt uit: “Wij bestaan uit een ziel en een lichaam. Als jij sterft, dan gaat jouw lichaam de grond in en je ziel gaat naar God toe. Dan ben je dus alleen maar ziel. Ben je zielig.” De eindbestemming is volgens hem de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar we weer een nieuw lichaam krijgen.
Herkenning in de eeuwigheid
Een vraag die velen bezighoudt: zullen we elkaar herkennen in de eeuwigheid? Pieter Both denkt van wel. “Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat het niet zo zou zijn.” Hij wijst erop dat wie we zijn grotendeels bepaald wordt door onze relaties. “Ik ben eigenlijk – kan ik wel zeggen – mezelf niet zonder hen. Ik ben niet iemand op mezelf.”
Hij heeft een prachtig perspectief op de eeuwigheid: “Elk mens heeft talloze mogelijkheden die hij onbenut laat in het leven. Zeker als je een beperking hebt of als je heel jong sterft. En al die mogelijkheden die er al in jou zitten, die komen in de eeuwigheid ergens aan het licht, denk ik.”
Bijzondere gebeurtenissen
Een onderwerp dat Pieter Both fascineert, maar waar in christelijk Nederland vaak een taboe op rust, zijn bijzondere gebeurtenissen rond het sterven. Hij hoort regelmatig verhalen over vogels die plotseling in de tuin verschijnen, regenbogen bij begrafenissen, of vlinders die opduiken op bijzondere momenten.
“Ik heb daar geen antwoord op. Maar in christelijk Nederland mag dat niet, want die ziel is gelijk naar de hemel. Daar ligt een soort taboe op,” constateert hij. Zelf vraagt hij er bewust naar als dominee, omdat hij “echt de mooiste verhalen” hoort van mensen.
Over vlinders merkt hij op: “Het Griekse woord voor vlinder is psyche. Ons woord psyche komt daar vandaan en heeft ook met de metamorfose van de vlinder te maken.” Hij deelt een persoonlijke ervaring: na het overlijden van zijn eerste vrouw verschenen er regelmatig vlinders tijdens zijn preken in haar voormalige kerk.
Een troostrijk perspectief
Pieter Boths kinderen hebben hun moeder nauwelijks gekend – zijn oudste dochter heeft als eerste herinneringen eigenlijk de begrafenis van haar moeder. Voor hen is het perspectief van een nieuw leven bijzonder troostrijk. Zijn huidige vrouw Annemarie zegt wel eens: “Het lijkt me toch eens leuk om met haar over jou te praten.” Pieter Both reageert dan gekscherend: “Ik weet niet of ik daarbij moet zijn.”
“Hij sluit af met een krachtige boodschap, waarbij hij de film “Antonia” citeert: “Dit is de enige dans die wij dansen.” Deze uitspraak uit de film benadrukt dat het leven uniek is en dat je er het maximale uit moet halen. Pieter Boths reactie: “Ik zeg altijd: dit is niet de enige dans die wij dansen. Want er is nog een hele wereld voor ons op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.”
Reflectie
De studieavond met Pieter Both leverde precies op wat ik ervan verwachtte: een doordachte, persoonlijke en tegelijk theologisch gefundeerde benadering van een onderwerp waar velen liever niet over praten. Zijn openheid over eigen angsten en twijfels, gecombineerd met zijn praktijkervaring als dominee, maakt zijn verhaal authentiek en herkenbaar.
Wat me vooral aanspreekt, is zijn weigering om gemakkelijke antwoorden te geven op moeilijke vragen, terwijl hij tegelijkertijd vasthoudt aan de hoop die hij in zijn geloof vindt. De dood blijft een mysterie – maar het is geen hopeloos mysterie.

Als predikant leid ik geregeld begrafenissen. De mensen die ik daarbij ontmoet, zijn degenen voor wie ik dit boek heb geschreven. En natuurlijk voor iedereen die nadenkt over de dood en meer van het christelijke perspectief erop wil weten. Ik heb geprobeerd mijn lezers te helpen om te snappen wat de dood is en of ze er bang voor moeten zijn.

@Wim van Putten