
Hoop in de duistere tunnels
Het verhaal van Segev Kalfon
Van Gaza naar het bijbelverhaal
Laatst kreeg ik een ongelooflijk verhaal doorgestuurd van een goede vriend. Het is het opmerkelijke, geverifieerde relaas van Segev Kalfon, een van de Israëlische gijzelaars die in de tunnels van Hamas vastzat. Het greep me meteen aan. Bedenk eens: 738 dagen. Dat is ruim twee jaar lang, doorgebracht in absolute duisternis.
Overleven door een verhaal
Hoe overleef je zoiets? Hoe voorkom je dat je wegzinkt in wanhoop, depressie of erger?
Voor Segev kwam de redding uit de meest onverwachte hoek. De kracht vond hij in een islamitische tv-serie over Jozef, de zoon van Jakob. Het verhaal van de profeet Jozef gaf hem hoop. Niet gek, want Jozef had zelf ook in de gevangenis gezeten. Wat het pas echt wonderlijk maakt, is dat Segevs vader Kobi precies in die periode door een rabbijn werd aangespoord om te lezen en te bidden over Jozef en Jakob. Toen ze herenigd werden en Segev dit hoorde, was zijn verrassing enorm. Zonder de Bijbel te kennen, ontdekte hij het verhaal daar, in het pikkedonker.
De ontvoering en de hel
Segev was nog maar 27 toen hij van het muziekfestival in de Negev-woestijn werd ontvoerd. Wat volgde was de hel van de Hamastunnels: brute mishandelingen, geseling en een schrijnend gebrek aan alles — voedsel, water, hygiëne. De tijd kroop voort, eindeloos. Uiteindelijk, op 13 oktober van dit jaar, kwam hij vrij als onderdeel van de eerste ruil. Meer dan twee jaar van onmenselijke gevangenschap lag achter hem.
Geloof in de duisternis
De overlevingskracht kwam dus uit het onverwachte: het ontdekken van geloof. In die ondoordringbare duisternis van de tunnels zag Segev een treffende parallel met zijn eigen lot in het verhaal van Jozef. Ook Jozef was verraden, onrecht aangedaan en in de put gegooid. Segev hield, net als zijn bijbelse voorganger, vast aan de hoop op verlossing. Hij voelde dat zelfs de gevangenschap een moment kon zijn waarop Gods licht doorbreekt in de diepste duisternis. Het verhaal van Jozef gaf hem de moed om door te gaan.
De littekens blijven
Fysiek en mentaal heeft Segev zware littekens opgelopen. Door zijn militaire dienst had hij al last van PTSS, en deze gijzeling heeft dat trauma alleen maar verergerd. Volledige medische zorg was er niet. De hel van het overleven heeft hem getekend, hij is een ander mens geworden. De rest van zijn leven staat in het teken van de enorme gevolgen van de ontvoering en de mishandelingen, en de zoektocht naar genezing.
De bijbelse Jozef en het keerpunt
Wat dit verhaal zo intrigerend maakt, is de onmiskenbare herkenning van de bijbelse Jozef. Ook hij belandde door valse beschuldigingen in de gevangenis – die keer omdat hij zogenaamd de vrouw van Potifar wilde verleiden, waar hij als slaaf werkte. Het moet een beproeving zijn geweest, want de Bijbel zegt dat ‘zijn voeten in de boeien werden geslagen, en dat zijn ziel in de ijzers kwam’ (Psalm 105:17-18). Dat is heftig, en een onvoorstelbare wreedheid.
En toch, midden in die duisternis, was God met hem. Net als bij Potifar thuis, wordt herhaaldelijk benadrukt dat God met Jozef was. Dankzij die genade kreeg hij zelfs aanzien bij het gevangenishoofd. Hij werd midden in zijn ‘tunnel’ van gevangenschap een zegen. En dan, het onverwachte keerpunt: Jozefs gave om dromen te duiden werd zijn redding. Twee jaar later kreeg de Farao zelf een onbegrijpelijke droom, en dankzij Jozefs uitleg werd hij niet alleen bevrijd, maar zelfs verhoogd.
Van Jozef naar Jezus
En daarmee komen we, via Segev en Jozef, bij Jezus. Wat zijn de overeenkomsten tussen Jozef en Jezus toch frappant!
Jozef was de geliefde zoon van zijn vader Jakob; God zei over Jezus in Mattheüs 3:17 dat Hij ‘in Hem Zijn welbehagen had’. Jozef werd door zijn vader naar zijn broers gezonden om te zien hoe het met hen ging; Als de gezant van de hemel bracht Jezus een levensveranderende uitnodiging; het was een direct aanbod van Zijn Vader aan alle mensen: geloof in de Zoon en ontvang een nieuwe, onverbreekbare relatie met God. Beiden werden gehaat, verworpen en verraden. Jozef ging voor twintig zilverlingen weg, Jezus voor dertig – in beide gevallen de prijs van een slaaf. Filippenzen 2:7 noemt Jezus ook een ‘dienstknecht’, of ‘slaaf’. Wat een troost moet het zijn voor Segev, om in dat lijdensverhaal van Jozef een baken van hoop te vinden, een voorgevoel van de uiteindelijke verlossing die ook voor hem zou komen.
Vasthouden aan de echte Verlosser
Net als Jozef, die van gevangene tot onderkoning werd verhoogd, is Jezus door de Vader verhoogd tot Zijn rechterhand (Filippenzen 2:9). Jozef redde zijn familie en zijn volk; Jezus is de Redder van de wereld, het Brood des Levens. Jozef vergaf zijn verraderlijke broers en redde hun levens. Jezus omarmde ons, Zijn voormalige vijanden, gaf ons vergeving en bracht ons in het Koninkrijk van God.
Wat een prachtige lijn: van de put in Gaza, via de put in Egypte, naar Jezus! Hij zat niet gevangen, maar daalde vrijwillig af in de dood om ons – allen die zonder God in de duisternis zijn – te bevrijden van onze slavernij. We hoeven geen slaven meer te zijn. Jezus nam de gestalte van een dienaar aan om óns slavenbestaan op te heffen en ons tot kinderen van God te maken. Hij verhoogt ons door ons geloof in Zijn volbrachte werk, net zoals Jozef verhoogd werd tot onderkoning. Laten we bidden dat Segev Kalfon, na zijn indrukwekkende tocht met Jozef, de weg naar de échte Verlosser mag vinden, die ook hem de ultieme vrijheid geeft.

@Wim van Putten