
Jeanne Booy-Advokaat (1941)
Een leven vol vrucht

Het bijzondere levensverhaal van Jeanne Booy en haar roeping.
Wij kennen haar al jaren. In de tijd dat wij nog jeugdleiders waren van een grote groep jongeren, bezochten we haar en Arend twee keer in Zuid-Italië. Twee moedige strijders in het Koninkrijk van God. Nu, vele jaren later, is Jeanne alleen overgebleven. Arend overleed tien jaar geleden en sindsdien heeft zij als weduwe haar plek gevonden in een mooi en gezellig appartement in Amersfoort. Voor mijn vrouw en mij is het een voorrecht om haar te bezoeken, herinneringen op te halen en te genieten van de getuigenissen over haar leven met de Heer.
Een jeugd vol contrasten
Jeanne komt uit Alblasserdam, onder de rook van Rotterdam en vlak bij de molens in Kinderdijk. Haar vader werkte als bedrijfsleider op de plaatselijke scheepswerf. Hij was een man die met beide benen stevig op de grond stond. Het gezin had het goed. Als ze op vakantie gingen, reed een privéchauffeur hen langs de hotels door heel Nederland. “Een stukje welvaart”, zoals Jeanne het zelf nuchter omschrijft.
Toch was het gezinsleven niet bepaald “warm” te noemen. Er werd weinig echt gepraat. Vader was een stille man, moeder gastvrij en actief, maar de diepgang ontbrak. “We kwamen nooit echt dicht bij elkaars hart”, vertelt Jeanne eerlijk. Ieder ging een beetje zijn eigen gang.
Wat haar als kind al opviel, was het scherpe contrast wat de zondagbesteding betrof. Omdat ze als gezin een boot hadden, gingen zij met witte gymschoenen en zeilpakken naar de jachthaven. Daarentegen gingen de ‘zware’ kerkgangers in de straat op zondag langzaam lopend, vaak donker gekleed, meisjes met zwarte lakschoentjes, naar de kerk. Volop ernst en somberheid. Daarentegen genoot Jeanne met haar familie, al zeilend, van vrijheid op de golven. “Ik had eigenlijk een hekel aan het geloof”, geeft ze toe. “Ik dacht dat dát het geloof was: die kleurloze strengheid.”
De eerste vonk
Na de lagere school in Kinderdijk — op de Biggeltjesschool met de karakteristieke buitenmuren van cement met grind — volgde de HBS in Rotterdam-Zuid en daarna de secretaresseopleiding bij Schoevers. Jeanne genoot van die tijd tussen de ambitieuze meiden. Maar het echte keerpunt in haar jeugd lag elders.
Ze was een jaar of vijftien toen haar moeder radicaal tot geloof kwam nadat zij een droom had gehad. Daarin zat zij in een diepe put. Herhaaldelijk probeerde zij om omhoog te krabbelen, maar helaas viel ze steeds terug op de bodem. Plotseling verscheen er een groot licht met de figuur van Jezus bovenaan de rand van de put en Hij sprak: “Zonder Mij kun je niets doen!” Toen stak Hij Zijn hand naar haar uit en werd ze uit de put omhooggetrokken.
Door deze ommekeer in het leven van haar moeder kwam er meer warmte en blijdschap in het gezin. “Als ik thuiskwam, trof ik mijn moeder vaak al zingend in de keuken aan!” De bekering van haar vader liet nog tientallen jaren op zich wachten, maar op 72-jarige leeftijd is hij door onderdompeling door Dick van Steenis gedoopt.
Jeanne ging mee naar de bijeenkomsten van de Volle Evangelie Gemeente in het Groothandelsgebouw in Rotterdam, waar mannen als Jan Rothuizen, Doornbos en Sjaak Roose spraken. Ook Hans Sas en Henk Dik waren bekende namen in die tijd in deze kerk.
“Bekeren?” Als tiener begreep Jeanne er aanvankelijk niets van. “Ik ben toch een braaf meisje? Ik doe niemand kwaad?” Maar in een gesprek met de voorganger Jan Rothuizen stelde hij haar een paar indringende vragen: “Ga je naar de kapper? Koop je kleren? Waarom ga je naar school?” Aan het eind zei hij: “Zie je waar het om draait? Het draait allemaal om jòù!” Dat kwam binnen. “Ik wil geen egoïst zijn”, besloot ze. De volgende stap — waarom ze Jezus persoonlijk nodig had — moest toen nog indalen. Maar het werd helder!
Het fundament
Op negentienjarige leeftijd liet Jeanne zich dopen door Johan Maasbach in het Sportfondsenbad in Dordrecht. De acht jaren die volgden, stonden in het teken van werk en evangelisatie, maar ook van een groeiend verlangen naar een stevig fundament. Ze was weliswaar bezig met bekering, de Heilige Geest en genezing, maar ze voelde dat de diepere Bijbelkennis en omgang met God nog ontbrak. Via Piet Waljaard kwam ze terecht bij wintercursussen op een bijbelschool in het Deense stadje Kolding. Twee winters lang trok zij daarheen.
Ook de bijeenkomsten in Hilversum, waar ze Sidney Wilson en Anne van der Bijl hoorde spreken, lieten haar niet los. Tijdens een jeugdweekend waar Anne sprak, stelde hij de vraag: “Ben je altijd zendingsveld waarin gezaaid moet worden, of word jij zelf een zendeling die gaat zaaien?” Mede door die vraag is de koers van Jeannes leven meer richting zending gegaan.
De roeping naar Italië
Na twee vakantieweken van evangelisatie met “Operatie Pinkstervuur” in Velp en in Aalten, o.l.v. Dick Zwart, vroeg hij haar of ze als administratief ondersteuner van het team mee wilde naar Italië. Jeanne was met stomheid geslagen. “Heilige mensen gaan in de zending — mensen die al helemaal gevormd zijn en vol gaven zitten. Dat ben ik toch niet?” Ze beloofde erover te bidden.
In die periode werkte Jeanne op kantoor bij het blad “Kracht van Omhoog”. Als de drukproef klaar was, werd die persoonlijk naar de drukkerij in Hoenderloo gebracht. Aldaar werd er voor een zegen van het blad gebeden. Tijdens die bidstond deelde broeder Riemersma een beeld: hij zag een grote weg die smaller werd en aan het eind afboog (de laars van Italië) en precies die weg werd helder verlicht. Jeannes hart bonsde in haar keel. “Dat zegt me alles, broeder!” Niet alleen uit deze onverwachte hoek, maar ook door een volgende gebeurtenis bevestigde God op wonderlijke wijze haar roeping naar Italië.
Toen ze haar leidinggevende bij “Kracht van Omhoog”, broeder Van den Brink, over haar plannen vertelde, reageerde hij enigszins sceptisch, want hij wilde Jeanne niet missen. Maar zij beloofde hem om hem niet in de steek te laten, maar voor een opvolger te gaan bidden. En die kwam er: Frieda Bakker. Haar sollicitatiebrief lag de maandag erop al op de mat. Frieda nam niet alleen haar functie over, maar werd later zelfs de schoondochter van br. Van den Brink. “Als ik niet was gegaan”, plaagde Jeanne hem later, “dan had u nooit zo’n lieve schoondochter gehad!”
Cultuurschok
In januari 1968 reisde Jeanne met nog een medewerkster met de trein naar de provinciehoofdstad Potenza in Zuid-Italië. “Er leek geen eind aan te komen.” De gesloten houten rolluiken van de huizen vielen haar direct op. “Houden de Italianen niet van het daglicht?” Een maand eerder was Arend met een busje vanuit Drenthe gekomen. Toen het team compleet was (familie Zwart, Gerrit Heemink, Arend Booy, Hetty Dalhuijsen, Nel Zwart, Bianca Bouman, Janneke Houwen en Jeanne) werd het op het conferentieoord Beukenstein in Driebergen uitgezegend.
Het zendingsavontuur, dat voor Arend en Jeanne ruim vijfenveertig jaar zou duren, ging van start. Zij trouwden in februari 1969 en kregen vijf kinderen: vier zonen en een dochter. Mede dankzij de hulp van Nederlandse au-pairmeisjes kon Jeanne naast Arend betrokken blijven bij de opbouw van de diverse gemeenten en daarnaast ook haar taak als vertaalster voor het blad “Pensieri dall’Alto” en diverse boeken voortzetten.
Hun huis, genaamd “Arendsnest”, had ook “De zoete inval” kunnen heten. Vaak aanloop, gasten of opvang van mensen met problemen.
Strijd en bescherming
Het leven in de zending was echter geen sprookje. In Molfetta, een stad vol occulte praktijken, woonden ze in een voormalige priesterwoning. De kinderen sliepen slecht en een van de jongens zag elke avond een demon aan het voeteneinde van zijn bed. Arend was op dat moment voor een tournee in Nederland; Jeanne stond er alleen voor met vier jonge kinderen. Gelukkig kon zij de geestelijke hulp van hun medewerker Pinuccio inroepen om het huis vrij te bidden. Direct daarna kwam de rust terug bij de kinderen.
Dagelijks kwam er een vrouw langs voor gebed, omdat zij wilde vrijkomen van de zwarte magie waarin zij verstrikt was geraakt. Ze toonde dan de blauwe plekken op haar lichaam van haar nachtelijke gevechten met het duister. Het was een zware geestelijke strijd die pas na lang volhouden een doorbraak gaf. Op een ander moment ervoer Jeanne een specifieke bescherming van de Heer toen er een vrouw aan de deur kwam die een foto van de kleine Liliana vroeg. Niet wetende dat zij kwade bedoelingen had, ging Jeanne zoeken, maar de innerlijke stem van de Heilige Geest waarschuwde haar: “Zij is een wolf in schaapskleren.” Jeanne stuurde de vrouw met lege handen weg. Later bleek dat zij een heks was die via de foto van haar dochtertje boze invloed wilde uitoefenen op het gezin en de bediening.
Een ruimer hart
Dankzij voortrekkers als evangelisten Ab en Corine van Ommen ontstonden er gemeenten in de volgende plaatsen: Potenza, Trani, Tolentino en San Severino. Arend en Jeanne hebben hen opgevolgd als pastorale werkers.
In 1988 veranderde hun roeping. De Volle Evangelie Zending Italië kocht een landhuis aan als conferentieoord, het huidige Centro Evangelico “Il Rifugio” in Ruvo di Puglia. Arend en Jeanne kregen daar de verantwoordelijkheid. In die periode leerden zij omgaan met baptisten, adventisten, Jeugd met een Opdracht, enz., die conferenties hielden op het centrum. Gaandeweg werd het hart van Jeanne ruimer. “Niet zo zwart-wit, maar met meer respect voor andersdenkenden.” Voor haar is dat ‘geen water bij de wijn doen’, want zij houdt vast aan de Bijbel, maar zij is meer gericht op het zien van Jezus in de ander.
Ook het loslaten van haar kinderen was een grote leerschool. Toen het thuisfront adviseerde de kinderen voor hun middelbare schoolopleiding naar Nederland te sturen, besloten Jeanne en Arend in Italië te blijven, mits ze “groen licht” van God zouden krijgen. Dat licht kwam niet en achteraf bleek dat de juiste keuze; alle vijf vonden hun weg in de maatschappij, of dat nu in Amerika, Italië of Nederland was. Wat het “loslaten” betreft, deed Henk Lijzenga een wijze uitspraak: “God gaat altijd met onze kinderen mee, zelfs in de discotheek!” “Loslaten” is niet “laten vallen”, maar hen overdragen in Gods handen.
Wonderen
Toen Arend een hartinfarct kreeg en de artsen in het ziekenhuis in Bari een operatie te riskant vonden, moest hij met spoed naar het San Raffaele Ziekenhuis in Milaan. Via de ambassade werd geregeld dat Arend met het privévliegtuig van Berlusconi vervoerd kon worden. De kosten van 40.000 euro werden volledig gedekt door de verzekering. “Een puur wonder!”, zegt ze nog steeds met grote dankbaarheid.
Ook toen de financiële situatie van het ontmoetingscentrum “Il Rifugio” nijpend was, vond er een goddelijk wonder plaats. Via een goed bevriend voorgangersechtpaar hoorden zij dat er een hele grote gift via een erfenis onderweg was. Tranen van diepe zorgen werden tranen van overweldigende dankbaarheid! Hierdoor konden alle leningen en schulden worden afgelost en bleef er nog geld over voor de nodige restauratie. Halleluja!
Afscheid
Na ruim 45 jaar keerden Arend en Jeanne terug naar Nederland. Sinds het overlijden van Arend mist Jeanne haar klankbord: “Als mensenmens wil je dingen samen beleven, dan terugkoppelen, samen bidden, samen betrokken zijn bij het wel en wee van je kinderen, van de gemeente, enz. Een knuffel, een compliment… ik mis zoveel. Maar ik ben ontzettend dankbaar voor mijn kinderen en aangetrouwden, 17 kleinkinderen (waarvan er al 1 bij de Heer is), voor vrienden in binnen- en buitenland, voor de gemeente en last but not least voor mijn gezondheid. “Alle eer aan mijn Hemelse Vader!”
Jeanne ontdekte later dat ze hooggevoelig (HSP) is. Eigenlijk wist ze het als kind al, toen ze op de lagere school in de lunchpauze liever alleen in een klaslokaal wilde zijn met uitzicht op de molens dan in een drukke aula. Die gevoeligheid maakt haar kwetsbaar, maar het is ook haar kracht. Ze luistert echt, ze voelt mensen aan. Of het nu een vrouw uit Iran is die ze bij het meertje in haar omgeving ontmoet, of een kennis van de sportschool: Jeanne ziet de mens.
De boodschap voor nu
Aan de jongere generatie geeft ze de wijsheid van Spreuken 3 mee: “Jouw leven doet ertoe voor God. Je bent kostbaar voor Hem. Zoek daarom Zijn leiding bij elke keuze en ontwikkel je talenten, of dat nu schrijven, schilderen of dienen is. En besef: wijsheid krijg je niet in één keer, die groeit met je mee.”
Een blijvende vrucht
De ontstane gemeenten worden inmiddels geleid door de tweede, zelfs derde generatie gelovige mannen Gods. Het blad “Pensieri dall’Alto”, dat als een klein gemeenteblaadje begon, groeide uit tot een prachtig, veelkleurig tijdschrift dat gedurende veertig jaar door heel Italië verspreid is, niet alleen per post, maar ook dankzij de spreekbeurten van Arend en andere voorgangers.
Bij hun vertrek uit Nederland kregen zij ooit de krachtige tekst uit Johannes 15:16-17 mee:
“Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in Mijn Naam. Dit gebied Ik u, dat gij elkander liefhebt.”
Als je nu na vele jaren naar het leven van Jeanne kijkt, kun je alleen maar concluderen: die vrucht is er en die is gebleven.
@wimvanputten

Startpagina