
In gesprek met Leen Koster
Een leven herschreven door genade

Over radicale ommekeer en de kracht van onvoorwaardelijke liefde.
Vandaag ben ik op bezoek bij Leen Koster. In zijn kerkgebouw in Nieuwerkerk aan den IJssel word ik hartelijk ontvangen, waarna we in zijn kantoor een openhartig gesprek voeren. Ik kende Leen nog niet persoonlijk, maar ik had al veel over hem gelezen en wist dat hij een groeiende gemeente leidt. Ik zie in hem een oprechte man van God; iemand die met hart en ziel bouwt aan zijn gemeente — niet op eigen kracht, maar gedreven door de Geest. Dat was precies de reden dat ik hem opzocht voor een gesprek van hart tot hart.
Opgegroeid zonder God, zonder vader
Leen Koster komt niet uit een christelijk nest. Zijn opa was een Joodse man die de synagoge de rug toe had gekeerd na alles wat hij in de oorlog had meegemaakt. Hij was aan de Duitsers ontsnapt door het riet in te duiken en zich muisstil te houden, terwijl omstanders hem zagen maar zwegen. Die Joodse wortels waren er dus altijd wel, maar van een geloofsleven was in Leens jeugd absoluut geen sprake. Thuis kreeg hij een duidelijke boodschap mee: God bestaat niet.
Zijn biologische vader was alcoholist en vertrok toen Leen pas een half jaar oud was. Later kreeg hij een stiefvader — eveneens verslaafd aan de drank en ‘gezegend’ met losse handjes. Zijn moeder, die hij liefdevol een ‘schat’ noemt, had het zwaar. Ze incasseerde alles: van scheldpartijen tot fysiek geweld. Leen herinnert zich beelden die op zijn netvlies gebrand staan. Zo kon zijn stiefvader uit het niets in woede ontsteken. Wanneer zijn moeder bijvoorbeeld de jam niet direct zag staan, pakte hij de pot, draaide het deksel eraf en goot de inhoud zo over haar hoofd.
Leen groeide op in Crooswijk, Rotterdam. Een rasechte arbeidersbuurt: hart op de tong, niks mis mee, maar ook een omgeving waar je al vroeg leerde om van je af te bijten. Hij voetbalde in de jeugd van Feyenoord en speelde op hoog niveau, maar er stond nooit iemand langs de lijn om hem aan te moedigen. Geen vader die klapte. Soms kwam zijn zus kijken, maar dat was het. Dat gemis zat diep, al besefte hij dat destijds nog niet volledig.
Zijn echte vader zag hij in zijn hele leven slechts drie keer. De afkeer zat zo diep dat hij op zijn rapport zelfs de achternaam Koster had vervangen door die van zijn stiefvader. En met God hoefde je bij hem al helemaal niet aan te komen.
Een ontmoeting in de nacht
Vijf jaar getrouwd, geen geloof, geen God — en dan staat er midden in de nacht plotseling een gestalte in de deuropening van zijn slaapkamer. Er scheen een fel licht, zoals hij nog nooit had gezien. Hij gaf zijn vrouw een zetje in de hoop dat zij wakker zou worden en dat felle licht ook zou zien. Zij gaf echter geen krimp en bleef diep in slaap. Vanwege de felle schittering trok hij het dekbed maar over zijn hoofd, omdat hij er heilig van overtuigd was dat hij droomde. Maar toen hij weer durfde te kijken, stond de gestalte er nog steeds. Toen klonken de woorden: “Je moet het evangelie verkondigen. Door mijn striemen ben jij genezen.”
Leen begreep er werkelijk niets van. Hij wist niet eens wat het evangelie was. De volgende ochtend vroeg hij zijn vrouw: “Hebben wij eigenlijk een Bijbel in huis?” Ze keek hem stomverbaasd aan. Uiteindelijk vond hij op zolder, achter een schot, een oud exemplaar met een paarse kaft — een overblijfsel van haar schooltijd. Hij had nog nooit zo’n boek vastgehouden. Bij het openslaan van de Bijbel viel zijn oog onmiddellijk op Jesaja 53:5. Daar stonden ze: precies de woorden die hij ’s nachts had gehoord. Hij brak volledig en begon te huilen. Iets in hem — die Joodse wortels, dat volk, dat verhaal — raakte hem in de kern.
Een bijzonder detail: de straat waar hij die bewuste nacht woonde, loopt precies uit op de straat waar nu zijn kerkgebouw staat. Dat is hem altijd bijgebleven.
De ontmoeting met zijn vader
Kort nadat hij tot geloof was gekomen, belde zijn zus. Hun biologische vader lag op sterven in Rotterdam-Schiebroek. Of hij wilde komen. Vroeger zou het antwoord een resoluut ‘nee’ zijn geweest, maar nu besloot hij te gaan.
Hij klopte aan bij de kamer en deed de deur open. Toen zijn vader hem zag, zei hij zacht: “Ben jij het, Leentje?” Het was de derde keer in zijn leven dat Leen hem zag. En voor het eerst in zijn leven antwoordde hij: “Ik ben het, papa.”
Zijn vader was op dat moment ‘clean’; hij had al maanden geen druppel gedronken. Terwijl hij daar stil in bed lag, begon hij plotseling naar de muur te wijzen en zei herhaaldelijk: “Kijk, kijk, kijk dan toch.” Leen zag niets, maar zijn vader mompelde: “Ik zie drie kruisen. En die man in het midden — die geeft licht.” De tranen rolden over zijn wangen en hij fluisterde: “Had ik het maar eerder geweten.”
Leen wist direct wat er gebeurde. Net als bij hemzelf verscheen de Heer aan zijn vader. Ze hebben samen gebeden en zijn vader gaf op zijn sterfbed zijn leven aan Jezus. Kort daarna overleed hij, maar niet voordat hij met een lach en een traan had gezegd dat hij naar de hemel ging.
“Wat me het meest opviel,” zegt Leen, “is dat mijn haat weg was. Helemaal. In die kamer ontstond er in één klap een vader-en-zoonrelatie.” Die ontmoeting bleek ook zijn eigen genezing te zijn.
De kerk: voor de start, eerst een praiseavond met één bezoeker
Op 14 november 1999 startte Leen zijn eigen gemeente. Zijn vrouw wilde er aanvankelijk niets van weten. “Doe het maar alleen,” zei ze. Dat deed pijn, maar achteraf ziet hij daarin de hand van God. Hij had zelf nog veel te leren over trots en hoogmoed.
Op een avond, nog voor de startdatum van de gemeente op 14 november, werd een praiseavond georganiseerd. Mensen in de buurt hadden geflyerd en posters opgehangen waarop ook Leens naam stond. Even later bleek zijn naam overal doorgestreept te zijn. Wie dat had gedaan, is nooit duidelijk geworden, maar het deed Leen weinig. Die avond stond hij op het podium met de band, klaar voor de start. Er was precies één bezoeker. Eén man.
Ze speelden de hele dienst voor die ene man en gingen onverminderd door. Daarna werd de gemeente een feit en begon deze gestaag te groeien. Van tweewekelijkse diensten in een huurzaal naar wekelijkse diensten in een kinderdagverblijf, totdat uiteindelijk het huidige gebouw op hun pad kwam. De sleutel tot dit succes is volgens Leen drievoudig: roeping, gehoorzaamheid en hard werken. Maar roeping is het fundament. “Als de Heer het huis niet bouwt,” zegt hij, “vergeet het ploeteren dan maar.”
India, een slangenbeet en een wonder
Naast zijn werk in de kerk zette Leen zich met hart en ziel in voor de zending. Hij ondernam talloze missiereizen en bezocht India regelmatig. Ook in veel andere landen verkondigde hij het evangelie. Tijdens een van die reizen naar India gebeurde er een bijzonder wonder.
Via een droom van een Indiase voorganger — die een blanke man zag met een vuur dat kerken deed opvlammen — kwamen ze met elkaar in contact. De Indiase broeder herkende Leen direct bij de eerste kennismaking. Deze man was namelijk voor een conferentie in Nederland en werd geleid om naar de gemeente in Nieuwerkerk te gaan. Leen was aanvankelijk terughoudend, maar ging toch op de uitnodiging in om met hem naar India te reizen om campagnes te houden.
Sinds 2002 was hij regelmatig in India te vinden en mede door zijn werk zijn daar 22 nieuwe gemeentes ontstaan. Eén verhaal blijft hem altijd bij. Tijdens een campagne in de jungle werd er een vrouw op een baar voor hem neergelegd. Ze was gebeten door een koningscobra. Haar been was paars en dik opgezwollen; ze was lijkbleek. Leen bad voor haar, maar is daar nu heel eerlijk over: hij had op dat moment geen greintje geloof. “Ik kan er niks aan doen,” zegt hij nuchter. “Ik hang hier geen mooie verhalen op, maar zo was het gewoon.”
De vrouw verdween weer in de bossen en hij ging ervan uit dat ze zou sterven. De volgende dag, tachtig kilometer verderop bij een andere campagne, zag hij plotseling een vrouw uitbundig dansen in de menigte. Het was dezelfde vrouw. Ze vertelde dat ze thuis was gaan liggen en voelde hoe het leven uit haar wegvloeide, toen er plotseling een enorme kracht in haar terugkwam. Ze wist direct dat ze genezen was en was tachtig kilometer meegelift op een tractor met aanhanger om God te danken. Toen ze voor hem stond, stroopte ze haar broek op. Er waren alleen nog twee kleine puntjes van de beet te zien.
“Ik had geen geloof, en die vrouw ook niet. Zij dacht ook dat zij zou gaan sterven. Wie heeft haar dan genezen? Dat was de Heer zelf.”
Over vergeving, depressie en eerlijkheid
Leen heeft zijn stiefvader vergeven. Iets wat zonder Christus nooit was gelukt, zegt hij resoluut. De wil was er simpelweg niet geweest.
Toch is hij zelf ook door diepe dalen gegaan. Er was een periode waarin hij meerdere keren het bewustzijn verloor achter het stuur door een enorme druk op zijn borst. Op een dag lag hij zelfs op het asfalt van de snelweg. Een ambulancemedewerker die hem niet kende, keek hem aan en zei: “Je moet God niet verzoeken.” Die woorden raakten een snaar. Daarna volgde een periode van twee jaar waarin hij kampte met zware angst en niet meer naar buiten durfde. Het lukte hem niet meer om de straat op te gaan en hij liet de auto noodgedwongen staan. Hij zei zelfs tegen zijn schoonvader dat hij niet meer wilde leven.
Uiteindelijk beleed hij zijn zonden — een term die volgens hem tegenwoordig bijna een ‘vies woord’ is geworden — en bracht alles bij het kruis. De bevrijding was zo totaal dat hij kort daarna met zijn gezin naar Spanje reed. Hij was weer vrij.
Inmiddels heeft Leen zijn prediking veranderd. Hij denkt nu bijvoorbeeld anders over de gangbare genezingsleer en het ‘proclameren’. “Mensen krijgen tegenwoordig vaak de schuld als ze niet genezen; ze zouden niet genoeg geloof hebben,” legt hij uit. “Maar kijk naar de verlamde bij de tempel: die geloofde voor geen meter, die wilde alleen een aalmoes. Toch werd hij genezen. Het hing niet af van zijn geloof.” Leen is teruggekeerd naar de basis van genade en gelooft nog altijd in Gods genezing! Dat terugkeren naar de basis heeft hem ook mensen gekost, maar hij zou het morgen weer doen. De vrede en de balans die hij nu ervaart, ook in de gemeente, is hem alles waard.
Begrafenisondernemer, zanger en grootvader

Naast zijn werk in de kerk is Leen begrafenisondernemer door heel Nederland. “De mens is geen nummer,” is zijn motto. Hij neemt de tijd en bouwt een band op met de nabestaanden. Ook bij seculiere uitvaarten, waar hij soms niets over zijn geloof mag zeggen, is hij aanwezig. In het begin worstelde hij daarmee, maar hij leerde dat getuige zijn niet altijd in woorden zit. Aan de vrucht herken je de boom.
Zijn zangcarrière begon bijna per ongeluk. Een opname als verrassing voor zijn dochter groeide uit tot een cd die op nummer één belandde in de Nederlandse Gospel top 10. Hij zocht die aandacht niet, maar zag wel de vrucht ervan. Een man uit Limburg leerde de Heer kennen via zijn muziek en kwam naar een kerk waar Leen sprak. Later, toen Leen op Bonaire was, belde diezelfde man op zijn sterfbed om hem te bedanken. Twintig minuten later overleed hij. “Alleen daarom al was die cd een zegen,” zegt Leen.
En dan is hij grootvader. Hij heeft zes kleinkinderen — eigenlijk zeven, want Destiny stierf in de buik van zijn dochter door een chromosoomafwijking. Leen had vurig geloofd in een wonder, maar het hartje stopte. “Ik zie nu naar haar uit,” zegt hij rustig. Zoals David zei, zegt Leen: “Zij kan niet meer naar mij toe, maar ik wel naar haar.”
Grootvader zijn betekent veel voor hem. Omdat hij vroeger zelf nooit hand in hand met zijn vader liep, nam hij zich voor het later anders te doen. Nu maakt hij die belofte waar: wat hij zelf nooit heeft gekend, geeft hij nu door, door zelf, vol trots, eerst met zijn kinderen en nu ook met zijn kleinkinderen aan de hand te lopen. Zodra zij binnenkomen, gaat alles aan de kant. Het leven van Leen Koster is een aaneenschakeling van breuken die heelden. Van haat die omsloeg in liefde, en van die ene bezoeker naar een bloeiende kerk. Niet omdat hijzelf zo groot is, maar omdat hij heeft geleerd dat het niet van hem afhangt.
“Ik begrijp menselijk gezien nog steeds niet dat ik in Zijn dienst mag staan,” zegt hij tot slot. Maar misschien is dat ook precies de bedoeling.
Volle-Evangeliegemeente Het Kruispunt
@wimvanputten

Startpagina