In gesprek met ….


In gesprek met Ton Campfens

Een man die zijn weg heeft gevonden

Een portret over de weg van een zachtmoedige doorzetter.

Je kunt niet om hem heen: een boomlange man met een prachtige grijze kop vol krullen. Maar wat vooral opvalt bij onze eerste ontmoeting, is zijn liefdevolle en vriendelijke uitstraling. Hij is een man met wie je graag praat, maar die ook heeft geleerd om te luisteren. En dat luisteren, dat doe ik in dit interview met hem.

“Ton, ik ken je eigenlijk nauwelijks,” begin ik.

Ik hoorde hem voor het eerst spreken toen hij trouw aan de zijde van Ineke de gemeente binnenkwam. Met de één heb je nu eenmaal meer contact dan met de ander; met Ton bleef het tot nu toe bij een vriendelijk knikje of een hand. Maar toen ik zijn getuigenis hoorde, raakte me dat. Vooral omdat hij zo’n enorme reis heeft afgelegd.

Een babyboomer uit een moeizaam gezin

Ton is van 1947 — een rasechte babyboomer. Vanwege de bombardementen op Rotterdam vluchtten zijn ouders de stad uit. Via Leidschendam belandden ze uiteindelijk in Leiden en later in Wassenaar. Een bewogen start, al werd daar thuis nauwelijks over gesproken.

“Dat vind ik nog steeds bijzonder,” zegt Ton. “Tussen ouders en kinderen zat veel afstand. Er was geen openheid. Op latere leeftijd denk je ook: wat haal ik nog naar boven? Je wilt bij mensen geen oude wonden openrijten.”

Het huwelijk van zijn ouders was moeizaam. De sfeer in huis werd bepaald door wat hij omschrijft als ‘kadaverdiscipline’. “Er werd iets gezegd en dat deed je. Geen tegenspraak, geen inspraak. Dat was de ouderwetse cultuur.”

Was er dan geen rebellie? “Nee. Ik was heel volgzaam en schikte me erin. Het was pure zelfbeheersing, een soort overlevingsmechanisme. Thuis, maar ook op school. Ik paste me aan om zo min mogelijk op te vallen en de minste schade op te lopen.”

Ton was het vierde kind in een gezin van zes. Een ‘sandwichkind’, noemt hij het zelf. “Ik zwom overal tussendoor. Ik had iets vertederends over me, mede door mijn uiterlijk. Die krulletjes gaven me iets ontwapenends. Dat speelde ik niet bewust uit, maar de ouderen ontfermden zich over mij. Mijn oudste zus — die onlangs is overleden — moederde echt een beetje over me.”

Een kleine baby was hij trouwens niet: elf pond bij de geboorte. Zijn moeder stond om vijf uur ’s ochtends nog vis te bakken, terwijl de bevalling op het punt van beginnen stond. “Dat was haar onvermogen,” zegt Ton droogjes.

Hooggevoelig in een harde wereld

Leuke herinneringen aan zijn jeugd? Ton denkt even na. “Natuurlijk zijn er momenten geweest, maar om nu te zeggen dat ik heb genoten van mijn jeugd… nee. Op school was het heftig. Pesterijen, tot chantage aan toe.”

Hij beschrijft zichzelf als hooggevoelig — iemand die meer prikkels oppikt dan een ander. “Geluiden komen bij mij twee keer zo hard binnen. Felle kleuren beleef ik intenser. Een volle kamer met visite is een kwelling. Als ik na de kerkdienst in die drukke hal sta, word ik helemaal ’turtel’ (trek ik me terug in mijn schild).”

Toch heeft die gevoeligheid hem ook iets gebracht. “Ik voel mensen aan en heb een scherp analyserend vermogen. Daar heb ik veel aan gehad, ook in mijn werk als maatschappelijk werker.”

De pesterijen op school kwamen door die gevoeligheid dubbel zo hard aan. “Waar een ander het van zich af liet glijden, kon ik er niet goed mee omgaan. Kinderen die willen domineren, pikken vaak degenen uit die in hun ogen de zwakste zijn. Dat heb ik aan den lijve ondervonden.”

Inmiddels is veel van die pijn weggezakt, al blijft agressie een gevoelig punt. “Als ik agressie zie, op televisie of waar dan ook, resoneert dat met mijn opvoeding. Het roept herinneringen op. Niet zozeer dat ik er direct iets mee moet, maar op bepaalde momenten komt het even boven.”

Het verlies van zijn eerste vrouw

Voordat Ton zijn huidige vrouw Ineke ontmoette, verloor hij zijn eerste echtgenote. Hij zag het aankomen. “Ze leidde een risicovol leven. Toen ze kanker kreeg, voelde het bijna onvermijdelijk. En toch sta je machteloos.”

Wat hem altijd is bijgebleven, was haar nuchterheid. “De specialist zei: ‘U heeft nog drie maanden.’ Waarop zij kalm antwoordde: ‘Dat weet ik.’ Precies drie maanden later, bijna op de dag af, was de begrafenis. Ik was meer van de kaart dan zij.”

Het huwelijk was toen al jaren moeizaam. Ton had emotioneel al afstand genomen nog voordat het definitieve afscheid kwam. “Die afstand ging langzaam over in afscheid. Dat verzachtte het trauma achteraf. Het verklaart misschien ook waarom ik na zes maanden al de behoefte voelde aan een nieuwe relatie. Dat lijkt snel, maar soms loopt het leven zo.”

Op zoek naar de waarheid

Ton is een denker. De zoektocht naar zijn identiteit begon vroeg, maar raakte in een stroomversnelling tijdens zijn studie Maatschappelijk Werk. Zijn eindscriptie droeg de veelzeggende titel: Wie ben ik? Op zoek naar mezelf.

“Ik was een doordenker. Gaandeweg heb ik daarin mijn weg gevonden.”

Maar voor het zover was, maakte hij een flinke omweg. Eerst zocht hij het in het oppervlakkige, in hedonisme. Daarna belandde hij bij Transcendente Meditatie (TM). “Aanvankelijk vond ik daar rust. Maar het bracht ook onrust in mijn relatie, omdat ik een ander persoon werd. Het was een geforceerde rust. Zen-achtig. De realiteitszin verdween.”

Wat veel mensen niet weten, is dat TM diepe wortels heeft in het hindoeïsme. Bij de inwijding moet je fruit en een zakdoek offeren op een altaar. “Het wordt gepresenteerd als een soort spel,” legt Ton uit, “maar het is een inwijding in een religie.”

Halverwege de sessies begon er iets te wringen. Niet omdat het niet werkte, maar omdat het niet klopte. Hij stopte. Later heeft hij daar spijt van betuigd en vergeving voor gevraagd aan God, omdat hij een verkeerde keuze had gemaakt. “Die band is verbroken. Ik heb er nooit nare gevolgen van ondervonden. Geen nare dromen, niets. Heel bijzonder.”

Hij vermoedt dat dit ook te maken heeft met het geestelijke fundament dat er al lag. Ton stond namelijk ooit op het punt om priester te worden. Zijn ouders waren verguld, zijn oom was immers ook priester. “Alleen werd ik gewogen en te licht bevonden. “Ik moest namelijk na de lagere school toelatingsexamen doen voor het zogeheten Klein Seminarie; dit was echter op gymnasiumniveau, terwijl de testuitslag het lagere mulo-niveau aangaf.” Met een grijns voegt hij eraan toe: “Waarschijnlijk zagen ze toen al in dat ik dat celibaat nooit zou volhouden.”

Het boek dat alles in beweging zette

Na de TM bleef de leegte. Tot hij stuitte op het boek De kracht in jezelf van psycholoog Joseph Murphy. Een cliënte had het van haar huisarts gekregen en vroeg of Ton het wilde lezen. “Ik ging er helemaal in op. De boodschap was bijna te mooi om waar te zijn. En dat was het ook.”

De kern van het boek: wat je visualiseert en gelooft, trek je aan. Welvaart, gezondheid, geluk — het ligt voor het oprapen. Murphy onderbouwde dit zelfs met Bijbelteksten als ‘Zoekt en gij zult vinden’.

“Dat was zijn fout,” zegt Ton. “Hij vergat dat er mensen zijn die de Bijbel ook echt gáán lezen. En dat deed ik. Na tien jaar pakte ik de Bijbel weer uit de kast.”

Hij had dat exemplaar jaren daarvoor gekregen van een verzekeringsman. “Die man zei bij het weggaan: ‘Heel vrijblijvend, maar misschien wilt u er eens in kijken.’ Uit beleefdheid nam ik het aan, maar het verdween direct in de kast.”

De bekering

Uiteindelijk leidde het lezen van de Schrift tot een keerpunt. Ton bezocht de gereformeerde kerk en in 1987 — met Pinksteren, in zijn veertigste levensjaar — ging hij bewust op zijn knieën. “Ik heb om vergeving gevraagd en mijn leven aan de Heer gegeven.”

Het leven werd daarna niet direct makkelijker. “In de beginfase werd het zelfs zwaarder. Ik was de enige in het gezin die tot geloof kwam. Mijn vrouw keek me aan van: wat krijgen we nu weer? Maar mijn keuze bleef staan. Later accepteerde ze het, en uiteindelijk kwam zij zelf ook tot geloof na een kerstnachtdienst.”

Ton doorliep in de jaren daarna zeven verschillende kerkstromingen. “Ik was van plan daar een boekje over te schrijven. Over mijn beleving in al die kerken en hoe ik dat zag in het Bijbelse licht.”

Dat boekje is er nooit gekomen. “Ik was op de helft en ben toen gestopt. Ik weet zelf niet precies waarom.” Hij lacht; de blik van Ineke naast hem spreekt boekdelen. Soms moet je samen een geheimpje bewaren. Waar hij zich het meest thuis voelde? “Bij de baptisten. Een blij geloof, een sterk accent op het Woord en studie. Een zekere ingetogenheid die gecombineerd werd met oprechte blijheid. Die balans sprak me aan.”

Een liefde-haatverhouding met de gemeente

Over zijn plek in hun huidige charismatische gemeente is Ton eerlijk. “Ik heb er een liefde-haatverhouding mee. Ik draag de gemeente een warm hart toe, maar de vorm — het podiumgebeuren, de manier waarop dingen gezegd worden — staat soms ver van me af. Het voelt voor mij weleens als een voorstelling.”

Hij benadrukt dat dit niets zegt over de inhoud of de intentie van anderen. “Ik zou nooit zeggen dat wat zij doen verkeerd is. Dat zou hoogmoedig zijn. Het past simpelweg niet bij mij.”

Op aanraden van Ineke zit hij nu tijdens de dienst vaak op het balkon. Wat meer op afstand, als toeschouwer. “Dat gaat beter. Door mijn hooggevoeligheid is een volle zaal met zoveel prikkels erg zwaar.” Dat Ineke en hij de kerk anders beleven, is geen probleem. “We respecteren elkaars weg.” Juist in de verschillen vinden we elkaar; in de overeenkomsten gaat het immers vanzelf.”

Het wonder van een gelukkig huwelijk

Het mooiste van het gesprek komt bijna terloops naar voren. “Dat wij zo’n harmonieus huwelijk hebben, ervaren we als een wonder. We hebben allebei een rugzak en geen gemakkelijk verleden. En toch leven we met zoveel openheid en liefde samen. Menselijkerwijs kan dat bijna niet.”

Als maatschappelijk werker zou hij vroeger hebben gezegd: begin er niet aan. De statistieken voor twee mensen met zo’n belast verleden zijn niet best. “Maar we leven allebei dicht bij God. Ieder vanuit een eigen, unieke relatie, maar ook gezamenlijk. We bidden en lezen elke dag samen. En tegelijkertijd laten we elkaar vrij; soms gaat een van ons naar boven voor dat intieme, persoonlijke contact met God.”

Ineke vult aan dat er natuurlijk ook ‘schuurmomenten’ zijn geweest. “Maar dan kijk je naar jezelf: wat is mijn aandeel? Zo vonden we elkaar steeds weer. En konden we weer luisteren en weer lachen.” Ton knikt. “Zonder die basis had ik het niet gered. Dat weet ik zeker.”

De weg gevonden

Ton is een man die zijn weg heeft gevonden via vele omwegen. De pesterijen, de TM, de verschillende kerken en twee huwelijken: het heeft hem gevormd. Hij is milder geworden, ruimer in zijn blik en steviger in zijn fundament.

“In elke kerk heb ik iets waardevols gevonden,” besluit hij. “Dat heeft mijn blik verruimd. Ik zeg niet meer snel: ‘Zo zit het’. Ik zeg liever: ‘Naar mijn mening’. Dat is een gezonde ontwikkeling.”

En het gevoel van thuiskomen? “Dat heb ik gekend. In de gemeente heb ik dat nu helaas minder, maar God wijst me altijd de weg. Daar vertrouw ik op.”


@wimvanputten

Naar
Startpagina