In gesprek met ….


In gesprek met Mahima vd Brink – Gunnink


Mahima verbindt werelden met haar camera en haar hart.

Tussen twee werelden

Ze valt op tijdens de aanbidding op zondagochtend in de Living Hope-gemeente in Putten. Zingend, naast Gert, met een aanwezigheid die je niet kunt negeren. Het was dan ook niet voor niets dat ik haar vroeg voor dit interview — achter haar blik schuilt een verhaal dat verteld moet worden.

Mahima is 47 jaar, woont in Putten en is vanaf haar tweede jaar in Nederland. Geboren in India, opgegroeid in Amsterdam. Ze is zo Nederlands als het maar kan, en toch droeg ze decennialang twee werelden met zich mee.

Het kindertehuis en de terugkeer

Ze kwam uit een christelijk kindertehuis in India. Haar adoptieouders stonden op Schiphol op haar te wachten — zonder foto, zonder voorkennis, alleen een naam en een leeftijd. Haar vader stond in verkiezingstijd met een standje van het GPV op het Hoofddorpplein en zag plotseling haar moeder aan komen rennen: “Morgen komt Mahima.” Die nacht zetten vrienden nog snel een bedje in elkaar; de volgende dag zagen ze haar voor het eerst.

Mahima was de oudste van de groep kinderen die aankwam. Ze werd direct herkend. “Zij is het,” dachten ze. En zo is het gebleven.

Jaren later, rond haar negentiende, reisde ze terug naar India — uit nieuwsgierigheid, om haar roots te zien. Maar ze was nog niet geland of ze wilde alweer weg. Het vliegveld van Bombay, de benauwde lucht, de chaos en de drukte vielen rauw op haar dak. Het contrast was pijnlijk: kinderen zonder schoenen, vrouwen met zware verminkingen die door het verkeer strompelden, mensen die op straat sliepen alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

“Ik kom uit dat land,” zegt ze. “Ik voelde me schuldig dat ik het wél goed had.”

Qua uiterlijk hoorde ze daar, maar van binnen was ze volledig Nederlands. Die kloof was bijna onverdraaglijk. Na anderhalve week wist ze het zeker: ze moest naar huis. Via een obscuur reisbureautje boekte ze een vlucht terug via het Midden-Oosten en Londen. De weerstand die ze voelde bij aankomst in India, is nooit meer helemaal weggegaan.

Amsterdam: vrijgemaakt en open

Thuis was warm. Haar vader en moeder — vrijgemaakt gereformeerd, later meegegaan in de fusiekerk — hadden te maken gehad met onbegrip uit hun omgeving toen ze besloten te adopteren. Maar zodra Mahima er was, verdween iedere twijfel.

De Amsterdamse gemeente waar ze opgroeide, was geen gesloten bolwerk. Het was een stadsgemeente, missionair en vol studenten met grote vragen. Haar vader zat zijn hele leven in de kerkenraad. Ze volgden de lijn van Willow Creek: het orgel ging eruit, een podium kwam ervoor in de plaats. De preek mocht niet langer dan een half uur duren. Laagdrempelig, beeldend en naar buiten gericht.

In die omgeving ontdekte Mahima rond haar vijftiende iets wat ze nooit meer heeft losgelaten: een persoonlijke relatie met God. Geen droge theorie, maar echt contact. De dominee herhaalde het zo vaak dat het in haar geheugen gegrift staat: Je bent slechter dan je ooit had kunnen geloven, maar je bent meer geliefd dan je ooit had kunnen dromen. Dat zaadje is altijd blijven groeien.

Van de Guido de Brès naar het mbo

Op de Guido de Brès in Bloemendaal zat ze veilig. Een kleine school, een vertrouwde christelijke bubbel. De overstap naar het mbo was dan ook een cultuurschok. Agressie, seks, drugs — alles wat God verboden heeft, gebeurde gewoon in de klas, vertelt ze nuchter. Ze werd weggezet als ‘het christelijke meisje’, en dat was niet als compliment bedoeld.

Maar ze liet zich niet uit het veld slaan. Ze vroeg een docent of ze twee lesuren mocht vertellen over haar geloof. De docent gaf haar de ruimte en Mahima greep die. De vragen kwamen, vaak ongezouten en vol vloeken, maar ze ging het gesprek aan. “Jullie zijn heel uitgesproken over jullie overtuigingen,” zei ze tegen de klas. “Dan mag ik dat ook zijn.”

Haar stage liep ze in een Blijf-van-mijn-lijfhuis. Ze was pas zeventien jaar oud. De doelgroep varieerde van baby’s tot achttienjarigen. Er was misbruik, ellende en er waren overspannen collega’s. Mahima trok ’s avonds de deur achter zich dicht en ging naar huis; ze lag er geen nacht wakker van. Daar ontdekte ze een talent: ze kon observeren en tot in detail rapporteren. Een negen, oordeelde haar begeleider.

Een grote camping

Na jaren op kamers in Amsterdam — een vrij, sociaal stadsleven — ontmoette ze Gert via internet. Het ging snel: verkering, zwanger, getrouwd. En dus: verhuizen naar Putten.

Het duurde zes jaar voordat ze daar kon aarden. “Amsterdam is zo ontwikkeld,” legt ze uit. “De mensen met wie ik omging waren hoogopgeleid. Dan kom je in Putten en daar was het heel anders… ik weet niet goed hoe ik het moet omschrijven.”

Vergeleken met Amsterdam gaan mensen hier anders om met verschillen van inzicht of mening. Dit is een persoonlijke indruk, maar misschien zie ik het verkeerd. In Putten willen mensen graag snel overgaan tot de orde van de dag. Men praat er liever niet meer over als er iets gebeurd is.

“Hoe bestaat dit?” dacht ze destijds. Inmiddels heeft ze het geaccepteerd. Ze paste zich aan zonder zichzelf te verliezen. Ze vond haar weg via de mensen in het dorp — de meiden van de Etos en de Blokker — en via haar zoon Jesse. Dankzij zijn vriendschappen kreeg ze een heel nieuw netwerk. “Putten is eigenlijk een grote camping,” lacht ze nu. “Je kent niet iedereen, maar je groet wel iedereen.”

De camera

Ze had altijd al een kleine Sony op zak, zo’n apparaatje met een klepje dat overal mee naartoe ging. Haar vader merkte haar passie op en gaf haar een betere camera.

Het was Mahima die Gert uiteindelijk vroeg om echt foto’s van haar en Jesse te gaan maken. Toen ze zag hoeveel moeite hij deed voor het perfecte plaatje, dacht ze: dat kan ik die jongen niet aandoen, dat ga ik zelf doen. Een kennis adviseerde haar werk naar de krant te sturen. Ze dacht dat het kansloos was, maar de foto werd direct geplaatst.

Inmiddels fotografeert ze met een vaste zoomlens — geen gedoe met lenzen wisselen terwijl de vogel al gevlogen is. Ze legde steenuilen vast in coronatijd, een jongetje dat van een plateau in Katwijk springt, en een Marokkaans gezin dat in de wind hun spullen bij elkaar probeert te houden. Ze wacht en observeert. Ze ziet wat anderen over het hoofd zien.

“Wat zie jij door de lens wat een ander niet ziet?” vraagt ik.

Ze denkt even na. “Ik merk dingen op. Ik wil de echtheid vastleggen.”

Natuurfoto’s bewerkt ze niet; geen filters op een ondergaande zon. Foto’s van mensen bewerkt ze minimaal, enkel om de kleuren natuurlijker te maken. Het principe blijft: vastleggen wat er is. En ze wil verder, voorbij het ‘mooie’ plaatje. Juist de gebrokenheid trekt haar aan; de rauwheid van het leven. Ze bidt erover en vraagt God om haar de weg te wijzen op dat pad. Als oefening fotografeerde ze een zwerver in een slaapzak in Amsterdam — alleen zijn schoenen waren zichtbaar. De grachtenpanden zijn prachtig, maar dit hoort er ook bij.

“Elke foto die ik maak, is een afspiegeling,” zegt ze. “Ik leg vast wat God heeft gemaakt.”

Gerts ziekte

Elk half jaar een scan. Elk half jaar de vraag: krijgen we er nog zes maanden bij?

Mahima is eerlijk over hun proces. Ze bewondert Gerts rotsvaste vertrouwen en zijn gebrek aan angst. Zelf heeft ze het geloof ook, maar het vertrouwen schuurt soms. “Ik hoop vooral dat Gert er nog is als Jesse achttien is,” zegt ze.

De eerste oncoloog was lomp. “Zestig haal je niet, aan pensioen hoef je niet te denken.” Ze stonden huilend buiten. De chirurg daarvoor was juist het tegenovergestelde geweest — hoopvol en positief — terwijl het dossier exact hetzelfde was.

Het nieuws overviel haar rauw. Haar eerste reactie was pure boosheid, een logisch verzet tegen de harde realiteit. Pas later volgde de omslag en maakte de woede plaats voor een bewuste keuze. Ze besloot te gaan genieten zolang het hen gegeven was. Samen met Jesse genoot ze van het strand van Katwijk en de Amsterdamse grachten. Verder gingen vader en zoon samen op vakantie naar de ruige natuur van Madeira, Oostenrijk en IJsland. Geld speelde in die periode geen rol meer, het maken van onbetaalbare herinneringen was het enige dat telde.

Wanneer het leven plotseling kantelt door de ziekte van Gert, merk je pas hoe belangrijk een veilige haven is. De warmte en de onvoorwaardelijke steun van zijn familie voelen in deze intens moeilijke periode als een deken om je heen. Zij vormden vanaf het eerste moment een onmisbaar vangnet, een baken van rust in een stormachtige tijd. Die hulp was er niet alleen op de zwaarste momenten, want je voelt hun steun en liefde tot op de dag van vandaag. Het geeft rust dat je deze weg niet alleen hoeft te bewandelen.

Authenticiteit als levenshouding

Mahima laat zich niet dwingen in het keurslijf van andermans verwachtingen. Die eigenzinnigheid had ze op haar negentiende al. Geen collectief, geen ‘zo hoort het’, maar haar eigen koers. “Dan maar niet,” is haar motto als iets niet goed voelt. “Dat ben ik niet.”

Die houding is in Putten alleen maar sterker geworden, ook in haar geloof. Ze zoekt geen instituut, ze zoekt contact — met God, met mensen en met het kwetsbare. In Mozaïek in Nijkerk kwam dat onlangs weer heel dichtbij. Ze zat anoniem achterin en binnen tien minuten was ze tot tranen toe geroerd. God kwam naar haar toe; ze hoefde niet aan een bepaalde religieuze standaard te voldoen. “Ik kon daar gewoon zijn.”

Dat raakt haar. Bij dieren ook — de kwetsbaarheid van een kitten in een motorkap in Huinen, of een gewonde duif waar ze de dierenambulance voor belt.

“Gods hart gaat uit naar de kwetsbaren,” zegt ik. “Hij is nabij de gebrokenen van hart. Dat is een goddelijke vonk in jouw leven.” Ze lacht; ze weet dat het klopt.

Mahima groeide op tussen twee werelden en koos voor beide, zonder volledig in één van de twee op te gaan. Ze is een Amsterdamse in Putten, gelovig zonder vaste formule, een fotografe zonder filter. Haar advies aan de buitenstaander: “Wacht niet af. “Neem zelf initiatief. Verbind je. Onthoud dat een kind of een kassamedewerker soms de beste brug is naar een ander, als je er oog voor hebt.”


@wimvanputten

Naar
Startpagina