
In gesprek met Joyce de Vos

Loslaten, leren en liefhebben — een eerlijk gesprek over geloof, gezin en groei
Er zijn van die vragen die je ’s nachts wakker houden. Vragen over het eeuwige leven, over wat er na de dood is, maar ook over of je het wel goed doet als ouder, als gelovige of simpelweg als mens. Wim stelt ze open en zonder omwegen, en precies dat maakt dit gesprek zo bijzonder. Want eerlijkheid, zo blijkt al snel, is de rode draad door alles heen.
Een warm nest
Als Wim vraagt naar mijn vroegste herinneringen aan het gezin waarin ik ben opgegroeid, hoef ik niet lang na te denken. Warm. Veilig. Liefdevol. Mijn moeder is iemand die echt van gezelligheid houdt, van koken, en van er gewoon zijn als je thuiskomt. Ze wachtte je altijd op. Mijn vader was de dominantere persoonlijkheid van de twee — uitgesproken en heel duidelijk in wat hij vond — maar juist dat heeft mij destijds veel vastigheid gegeven. Je wist precies waar je aan toe was.
Pas als je ouder wordt en om je heen kijkt, besef je hoe bijzonder zo’n stabiele basis eigenlijk is. In de therapeutische wereld zeggen ze weleens: de fontein stroomt van boven naar beneden. Ik heb altijd onvoorwaardelijk kunnen ontvangen van mijn ouders. Het zijn gevers.
Als je me vraagt of er ook dingen zijn die ik gemist heb, dan is het – achteraf gezien – een diepere emotionele aansluiting. Mijn vader verloor zijn eigen vader toen hij pas dertien was. Heftig, maar het leven ging gewoon door. Hard werken en voor je gezin zorgen is het voorbeeld dat hij meekreeg. Mijn moeder heeft een Molukse achtergrond; warm en gezellig, absoluut, maar in die cultuur zijn ze niet gewend aan vragen als: hoe voel je je nou écht en waarom? Verdriet toelaten zonder er omheen te praten, dat was er niet bij. Dat heb ik later pas moeten leren, samen met David. En dat lag niet aan mijn ouders — zij hebben alles gegeven wat ze in zich hadden. Maar je kunt een ander niet geven wat je zelf niet hebt ontvangen.
Wat ik van mijn vader heb meegekregen
Ik lijk in veel opzichten meer op mijn vader dan op mijn moeder. Het zwart-witdenken heb ik echt van hem — al heb ik dat met de jaren gelukkig wat bijgeschaafd. Maar ook de duidelijkheid en het directe. Ik hoef meestal niet lang te twijfelen: dit vind ik mooi, dat vind ik niks. Hij heeft dat precies zo. Net als het aanwezig zijn in een groep, of het schrijven en het fijngevoelige voor teksten. Dat zijn allemaal dingen die ik heel erg in mijzelf herken.
Ik kan mijn mening goed verwoorden en ik ben ondernemend. Ik heb, zoals ik dat zelf noem, wat dat betreft meer mannelijke dan vrouwelijke trekken. Het zorgzame moest ik echt bewust ontwikkelen. Als David vroeger ziek was, belde hij in het begin eerder zijn moeder dan dat hij van mij veel zachte warmte hoefde te verwachten. Dat gaat inmiddels gelukkig heel anders. Maar ik ben een laatbloeier op dat vlak — trouwens op wel meer vlakken.
Het zingen is ook zoiets. Dat had ik veel eerder willen oppakken. Maar alles heeft zijn tijd, zoals Wim terecht opmerkt. Mijn persoonlijke ontwikkeling was die van iemand die pas op latere leeftijd echt durft te laten zien wat er vanbinnen leeft.
Een geloofsreis, geen plotselinge switch
Mensen die onze weg de afgelopen jaren hebben gevolgd, zeggen weleens: “Jullie zijn ineens compleet omgegaan.” Alsof er van de ene op de andere dag een knop is omgezet. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Wie het boek Rauw heeft gelezen, begrijpt beter hoe dit is gegaan. Het was een reis van acht jaar waarin David steeds vaker en harder tegen zichzelf aanliep. Hij raakte depressief, terwijl het werk gewoon doorging, de agenda bomvol bleef en we ook nog de zorg voor de kleine kinderen hadden.
Er lag destijds loodzware druk op ons gezin. David werd mentaal echt ziek en ondertussen moest alles draaiende worden gehouden. Juist in die periode kwamen er patronen naar boven die we allebei jarenlang diep hadden weggestopt. Hij merkte dat hij zijn ei niet meer bij mij kwijt kon en zei op een gegeven moment: “Ik kan dit niet alleen, we moeten samen de diepte in.”
Ik weet zeker: als David niet aan zijn eigen hersteltraject was begonnen, had ik waarschijnlijk nog heel lang comfortabel in mijn vertrouwde denkpatronen gezeten. Dat was veel veiliger geweest. Lekker laten zo. Maar die optie was er niet meer, want het ging met hem alleen maar bergafwaarts. Dus ging ik mee: mee naar de therapie, mee naar de psycholoog. Op zo’n moment ben je niet meer alleen met zijn ziektebeeld bezig, maar word je ook geconfronteerd met je eigen blinde vlekken en de dingen die bij jezelf niet lekker lopen.
Toen de diagnose ADD ter sprake kwam, vielen er ontzettend veel puzzelstukjes op hun plek. David had altijd enorm zijn best gedaan om aan te sluiten bij hoe de wereld functioneert, terwijl zijn brein simpelweg anders werkt. Dat kost bakken met energie en het vlakt je af. Als je dat jarenlang volhoudt, bouw je onbewust ook in je huwelijk een mijnenveld op: als we dit of dat maar vermijden, ontploft de boel tenminste niet. Totdat het op een dag natuurlijk wél ontploft.
God is groter dan onze kaders
We kwamen uit een wereld waarin het geloof een vrij overzichtelijke formule had: je leest de Bijbel, je bidt, je proclameert en je hebt vertrouwen. Voor sommige mensen werkt dat perfect, echt waar. Maar bij ons werkte het op die manier niet meer. En dat dwong ons tot het stellen van vragen die we voorheen nooit hadden durven uitspreken.
Spreekt het woord van God nou alleen over het vernieuwen van je geest? Of gaat het net zo goed over je ziel en je lichaam? De Bijbel spreekt over de drie-eenheid, en dat geldt ook voor de mens. Maar wat wij destijds meemaakten in de kringen waarin we opgroeiden, was een bijna exclusieve focus op het geestelijke. Iemand kan bijvoorbeeld met zwaar overgewicht op de kansel staan preken, maar niemand die dat bespreekbaar maakt. Of relaties thuis die volledig vastlopen, maar dat vroom toegedekt wordt. Zijn dat dan geen zaken die wezenlijk bij het evangelie horen?
Jezus huilde toen Lazarus was gestorven. Dat is pure emotie. Die gevoelens mogen er dus zijn. En toch lijken we, zeker binnen de evangelische beweging, soms doodsbang voor die rauwe emoties. Wat is nog acceptabel en wat niet? Wij dachten op een gegeven moment: we willen uit die cocon van het beperkte denken breken. We willen dat álle facetten van het leven een eerlijke en open plek krijgen.
Dat geldt ook voor de manier waarop David nu met zijn brein omgaat. Hij mediteert en doet ademhalingsoefeningen. Hij zoekt eerst de rust op om te kunnen zijn: wie ben ik in God? Ik ben Zijn geliefde kind en ik hoef helemaal niks te presteren om iets te bereiken. Daarin ligt voor mij de absolute kern van het evangelie. Iemand met ADD kan zich nu eenmaal vaak geen kwartier concentreren op een traditionele manier van bidden. De Bijbel luisteren via een audioboek werkt voor hem fantastisch. Terwijl drie uur achter elkaar gefocust lezen juist weer heel goed bij míj past. Ik pieker er niet over om in een ijsbad te stappen, dat is echt niks voor mij. Maar ik zie dat het hem enorm helpt.
Het is niet dé universele methode; het is een manier. En daarin laten we elkaar gelukkig volledig vrij.
Vrienden kwijtraken
Eerlijk is eerlijk: dat verlies doet pijn. Het zou onmenselijk zijn om te beweren dat zoiets zomaar van je afglijdt. Er zijn waardevolle relaties voorbijgegaan, mensen hebben afstand genomen en sommigen hebben ons destijds keihard aangevallen. Soms denk ik in een eerste emotie: bekijk het maar, ik gooi alles in de prullenbak en ik hoef niks meer met dat evangelische wereldje te maken te hebben. Maar dat past diep vanbinnen helemaal niet bij wie ik ben.
Wat helpt, is dat ik het kan begrijpen. Ik heb vroeger exact op diezelfde plek gestaan en ik kom uit exact diezelfde cultuur. Ik snap hun overtuigingen en ik begrijp heel goed waar hun reacties vandaan komen. Dat besef verzacht de pijn een beetje. Het geeft me de ruimte om te denken: zij mogen hun eigen proces doormaken. Ze hoeven niet te denken zoals ik denk.
Wat ook enorm heeft geholpen, is dat David en ik die intense processen zeven of acht jaar geleden al samen hebben doorleefd. Als we die basis toen niet hadden gelegd, was het nu een stuk moeilijker geweest om elkaar zo stevig vast te houden. Je krijgt er immers behoorlijk van langs als je in de openbaarheid treedt. Maar we doen dit echt samen.
Onze zoons
Toen het boek Rauw verscheen en de samenwerking met Doorbrekers stopte, merkten we aan onze jongens meteen hoe zij erin stonden. De jongste — die qua emotionaliteit meer op mij lijkt — zei tegen David: “Ik vind het knap van je, je bent echt moedig.” Dat raakte hem diep. Onze oudste, die qua karakter juist meer op David lijkt, had in eerste instantie zoiets van: “Wat heb je nou gedaan? Waarom kon dat niet gewoon samen?” Hij confronteerde hem heel rechtstreeks. Prachtig vind ik dat, die openheid.
Het afgelopen halfjaar — en dat was achteraf gezien nog zwaarder dan de periode rondom Rauw — merk ik dat ze allebei hun weg goed vinden. Maar er zijn natuurlijk ook uitdagingen. Er wordt hen, zo jong als ze zijn, gevraagd wat zij ervan vinden en waar ze zelf staan in hun geloof. Wat we hen op zulke momenten meegeven is: dit is jullie eigen reis. We vinden het fijn als jullie begrijpen hoe wij erin staan, maar we verwachten absoluut niet dat jullie het in alles met ons eens zijn. David heeft ook letterlijk tegen hen gezegd: “Als jij je geroepen voelt om een stichting als Go and Tell op te richten, dan ben ik de allereerste die je financieel steunt. Want ik sta onvoorwaardelijk achter jou als persoon.”
Het allerbelangrijkste wat we onze zoons willen meegeven is dit: wat je ook doet, waar je ook terechtkomt en wie je ook wordt — leg je hand op je hart en weet dat je de geliefde zoon van de Vader bent. Als je dat vasthoudt, zijn wij gelukkige mensen. Niets of niemand kan Gods liefde van je afnemen. Punt.
Getrouwd blijven
Wim vraagt tot slot: wat is nou het geheim van 23 jaar getrouwd zijn? Mijn antwoord is simpel: we zijn soulmates. Dat waren we vanaf het allereerste begin al. We weten diep vanbinnen allebei dat God ons aan elkaar heeft gegeven, ik geloof dat na al die tijd nog steeds heilig. Wij zijn voor elkaar bedoeld.
Alles wat er bij mij aan eigenschappen ontbreekt, dat heeft David. En alles wat hij mist, vul ik aan. De kunst van de reis is om die verschillen niet bij elkaar te gaan bevechten, maar om elkaar er juist in te versterken. Begrijp me niet verkeerd, dat bevechten hebben we lang genoeg gedaan. Maar de honger en de wil om elkaar écht te begrijpen was altijd groter, juist door de diepe dalen waar we samen doorheen zijn gegaan. Op een gegeven moment bereik je een punt waarop je weet: dit ga ik voor geen goud ter wereld inruilen.
We zeiden het van de week nog tegen elkaar, toen we in onze omgeving weer eens zagen dat stellen uit elkaar gingen. We keken elkaar aan en dachten: wat wij hebben is veel te waardevol om zomaar weg te gooien. We zijn na al die jaren gewoon nog ontzettend gek op elkaar. En dat is, denk ik, het werkelijke geheim.
@wimvanputten

Startpagina
