
Koningskind met een microfoon
Het verhaal van MCLA

Van gepest kind tot christelijke rapper
Lennart Tomassen is 28 jaar, geboren en getogen in Harderwijk, en op het eerste gezicht iemand die behoorlijk wat hooi op zijn vork neemt. Hij is godsdienstdocent op Groevenbeek, waar hij lesgeeft aan de brugklassen en de tweede klassen van het havo en atheneum, Daarnaast zet hij zich in voor Stichting Strong Life, een organisatie die jongeren helpt om hun geloof praktisch te maken en lessen uit de Bijbel te vertalen naar hun eigen leven. Dat gebeurt onder meer via podcasts, video’s en programma’s. En alsof dat nog niet genoeg is, is er zijn andere grote passie: christelijke rapmuziek, die hij uitbrengt onder de artiestennaam MCLA.
Van samples naar songtekst
Zelf bespeelt Lennart geen instrument. “Daar heb ik altijd bewondering voor gehad, maar het is niet mijn ding. Voor mij draait het echt om het schrijven van de teksten.” De muziek zelf wordt gemaakt door twee vrienden met een eigen studio. Zij laten hem allerlei muzikale fragmenten horen – samples – en als er iets bij zit waar Lennart energie van krijgt, gaan ze daarmee verder.
Het schrijfproces start vrijwel altijd bij de muziek, niet bij de tekst. “We luisteren naar een aantal samples en op een gegeven moment voel ik: dit doet iets met me. Dan ga ik graven. Wat voel ik hierbij? Word ik er vrolijk van, of is het juist heel serieus? Welke emoties liggen eronder? Aan de hand daarvan bepaal ik het thema.” Eerst werkt hij het refrein uit, de kern van de track, en van daaruit groeit de rest van de tekst.
Naast emotie speelt ook het geloof een grote rol in de studio. Voor een sessie wordt er soms gebeden, en als een nummer af is, volgt er een dankgebed. “Door de emotie heen, en met Gods leiding.”
De samenwerking met zijn vrienden is voor Lennart onmisbaar, ook al ligt de uiteindelijke beslissing bij hem. “Het staat onder mijn naam, ik betaal hen voor hun diensten en ze staan netjes in de credits op Spotify. Maar ik krijg geregeld feedback, vooral over het ritme: het moet soms net wat strakker op de beat.” Bij livemuziek is er nu eenmaal meer ruimte voor variatie dan bij rap, waar de cadans precies moet kloppen.
De naam MCLA
Wie Lennart op Spotify zoekt, vindt hem niet onder zijn eigen naam, maar als MCLA. De afkorting MC staat voor Master of Ceremony, of ook wel Mic Controller: degene die in de hiphopcultuur de microfoon vasthoudt en de sfeer bepaalt. LA verwijst simpelweg naar his doopnamen: Lennart Aaron.
Die naam ontstond toen Lennart als zeventienjarige zijn eerste nummer “Genade” had geschreven en optrad tijdens een jongerendienst in zijn kerk. De leider van de dienst kondigde hem toen voor de grap aan als MC Lenny. Later kwam Lennarts vader met het idee om er MCLA van te maken. “Achteraf gezien niet bepaald handig voor een Nederlandse rapper om een Engels klinkende naam te kiezen,” lacht Lennart, “want ik heb helemaal geen behoefte om in het Engels te gaan rappen.”
Dat eerste nummer, geschreven op een geleende beat van YouTube, sloeg in als een bom. De reacties van vrienden, gemeenteleden en mensen van alle leeftijden waren overweldigend positief. “Iedereen zei: hier moet je echt meer mee doen. Als je zeventien bent, en je krijgt die bevestiging voor iets wat je al je hele leven fantastisch vindt, dan doet dat wat met je. Toen wist ik: hier moet ik mee verder.”
Twee werelden
Al rond zijn negende raakte Lennart gefascineerd door hiphop, na het horen van een nummer van Ali B. Op zijn veertiende voelde hij voor het eerst de spanning tussen twee werelden: hiphop aan de ene kant, zijn geloof aan de andere. “Die matchten niet altijd. Heel lang heb ik die twee strikt gescheiden gehouden. Het is maar muziek, dacht ik dan, het stelt niks voor.”
Inmiddels luistert hij een stuk minder hiphop dan vroeger, en al helemaal geen Nederlandse seculiere rap. “Wel ben ik altijd gefascineerd gebleven door de woordkunst: de rauwheid, de vergelijkingen, de woordspelingen. De manier waarop rappers elkaar in rapbattles met creatieve taal proberen te overtreffen, dat vind ik nog steeds prachtig.”
Rond zijn zeventiende veranderde er iets fundamenteels. Lennart begon een Youth Alpha-cursus te volgen, nadat er eerder al een wereld voor hem was opengegaan tijdens zijn eerste bezoek aan de Opwekkingsconferentie. “Ik ontdekte dat geloven geen verplichting is, maar een relatie met God. Dat kwartje viel bij de Alpha-cursus, en die cursussen ben ik sindsdien zelf blijven geven.” Geleidelijk verschoof zijn focus: minder seculiere muziek, meer verlangen om te bouwen aan Gods koninkrijk. Die omslag zag je ook terug in zijn studiekeuze.
Een teken van God
Na de havo begon Lennart aan de opleiding Social Work, een stap die destijds te groot bleek. “Cognitief kon ik het prima aan, maar het cultuurverschil en de plotselinge verantwoordelijkheid voor mijn eigen studie gaven de doorslag.” Er volgde een jaar mbo Maatschappelijk Werk – leuk, maar het voelde niet als zijn uiteindelijke bestemming.
Ondertussen groeide het verlangen om theologie te studeren. Zijn ouders adviseerden hem om eerst eens een opleiding af te maken voordat hij wéér zou overstappen, maar Lennart was vastberaden: hij wilde de switch maken naar Godsdienst-Pastoraal Werk. Om absolute zekerheid te krijgen, vroeg hij God om een teken.
“Ik bad: ik wil komende zondag in de kerk op wat voor manier dan ook bemoedigd worden. Een duidelijke bevestiging dat ik deze keuze moet maken.” Die zondag ging de preek over Jonathan, de zoon van Saul, die samen met zijn wapendrager een wachtpost van de Filistijnen aanviel, waarna God voor verwarring zorgde in het vijandelijke kamp. De kern van de boodschap? Het zetten van een eerste stap in vol vertrouwen op God. “Die preek sloeg in als een bom. Ik dacht: ik ga deze stap gewoon zetten en ik vertrouw erop dat God er iets prachtigs van maakt.”
Die bevestiging had hij later nog hard nodig. Tijdens een stage in Suriname moest hij vanwege de coronauitbraak na drie weken al halsoverkop terugkeren, wat hem een half jaar studievertraging opleverde. “Op de momenten dat ik er echt doorheen zat, dacht ik terug aan die preek. God heeft hier gesproken. Dit ga ik afmaken, dit is Zijn plan.”
Anne Martine
Vorig jaar trouwde Lennart met Anne Martine, die hij sinds 2021 kent. Ze groeiden allebei op binnen de PKN, maar waar Lennart zich meer aangetrokken voelde tot evangelische evenementen, had zij een hervormde achtergrond met wat reformatorische invloeden; ze bezocht een reformatorische basisschool en studeerde aan de Driestar in Gouda. Zelf is ze afkomstig uit Alblasserdam.
“Op geloofsgebied zitten we helemaal op één lijn,” vertelt Lennart. “Ze is altijd open geweest naar andere kerken en gemeenten en ziet ze allemaal als plekken waar God werkt.” Sinds een paar weken zijn ze officieel samen lid van de Christengemeente Sefanja in Harderwijk.
In het dagelijks leven is Anne Martine vooral zijn rustpunt. “Ze is mijn steunpilaar. Wat ik ook doe – muziek maken, optreden – het is haar om het even. Ze vindt het geweldig voor mij en is supertrots, maar hoeft zelf echt niet in de spotlight. Waar ik soms honderduit kan praten over wie ik heb ontmoet of wat ik heb meegemaakt, blijft zij liever op de achtergrond. Ze steunt me door dik en dun, zonder dat ze zelf op de voorgrond hoeft te treden.”
Gepest, en toch een koningskind
Een emotioneler onderwerp is Lennarts pestverleden. Die periode bracht hem uiteindelijk tot het schrijven van het album Koningskind, dat volledig in het teken staat van identiteit. Het slotnummer, “Gods plan”, vertelt het verhaal van die basisschooltijd en de sporen die het heeft nagelaten. “Iets in mij schiet nog weleens terug in de patronen die ik destijds heb aangeleerd,” legt hij uit. “Echt lijden wil ik het niet noemen, het heeft me ook gevormd. Maar in grote groepen zul je mij sneller op de achtergrond vinden.”
Op de basisschool was Lennart een ijverige leerling: hij wist altijd de antwoorden en stak direct zijn vinger op, wat bij klasgenoten wrevel opwekte. “Voor hen was het: daar heb je hem weer. Achteraf zie ik dat pesters soms zelf ook slachtoffer zijn, of simpelweg niet begrepen worden.” Nog altijd merkt hij dat hij in grote gezelschappen bewust een stap terug moet doen om zichzelf te herinneren aan zijn basis: “Ik ben een koningskind.”
Dat besef, het diep door laten dringen van wat God over je zegt, is de rode draad op het album. “En die reis is nog lang niet klaar, ik ben pas 28. Het album was de afsluiting van een specifieke fase: de zoektocht die ik als tiener doormaakte rond eigenwaarde, zelfverzekerdheid en vertrouwen. Maar die dynamiek blijft een leven lang meegaan.”
De deur op slot
Een andere track op het album heet “De deur op slot”, over hoe je onbewust deuren gesloten kunt houden voor nieuwe stappen die God je wijst. Als concreet voorbeeld noemt hij gamen: een hobby waar hij dol op is, maar waarin hij zich destijds te veel liet meeslepen door schietspellen. “Op een gegeven moment merkte ik dat God me liet zien dat het beter was om daarmee te kappen. Tegenwoordig speel ik liever een racegame of een potje FIFA.”
Ook in zijn werk als docent herkent hij dat mechanisme. Als hij door een opmerking van een leerling persoonlijk geraakt wordt, kan hij soms even dichtslaan. “Dat hangt direct samen met dat pestverleden; ik sta nu ten slotte les te geven op de school waar ik vroeger zelf als leerling rondliep. Een opmerking kan dan een trigger zijn. Ik ben me daar gelukkig bewust van. Het raakt je, en dan moet je het even een plekje geven.” Dat ziet hij inmiddels niet meer als een zwakte, maar als een stuk persoonlijke groei.
Applaus voor de Koning
Binnen de christelijke muziekwereld zijn er artiesten die een ware sterrenstatus genieten en grote scharen fans trekken. Hoe bewaakt Lennart zijn eigen bescheidenheid wanneer hij voor honderden of duizenden jongeren staat, zoals op evenementen van Opwekking?
“Het geeft ontzettend veel adrenaline, maar het is ook spannend. Ik denk dat mijn pestverleden, hoe dubbel dat ook klinkt, me helpt om met beide benen op de grond te blijven. Mijn opvoeding speelt daarin ook een grote rol: thuis gold altijd de nuchtere regel dat je gewoon normaal moest doen.” Tijdens optredens zal hij dan ook nooit om een applaus voor zichzelf vragen. “We juichen voor God, we klappen voor Jezus. Ik sluit mijn sets steevast af met: ‘Laat je horen voor Koning Jezus!’ Op die manier stuur ik de eer direct door naar boven. Ik doe dit voor Zijn koninkrijk, en dat is meer dan genoeg. Daar heb ik zelf geen applaus voor nodig.”
Genade als cadeau
De titel van Lennarts allereerste nummer, “Genade”, klinkt op het eerste gezicht misschien wat zwaar voor een zeventienjarige. Het thema vloeide destijds rechtstreeks voort uit de jongerendienst waarvoor het geschreven werd. Gevraagd naar wat genade nu echt voor hem betekent, antwoordt hij: “Genade is dat ik van God krijg wat ik absoluut niet verdien, en dat ik níét krijg wat ik eigenlijk wel verdien. Het is een cadeau dat klaarligt voor iedereen, maar je moet het wel zelf uitpakken en aannemen.” En wat zit er in dat pakket? “De diepe zekerheid dat je een koningskind bent. Het vertrouwen dat God er altijd is, en dat werkelijk niets je kan scheiden van Zijn liefde.”
Christelijke muziek in een seculier jasje
Moet christelijke muziek altijd expliciet evangeliserend zijn? Lennart kijkt daar genuanceerd naar. “Een christelijke artiest hoeft van mij niet per se diehard-christelijke teksten te droppen. Er zijn genoeg gasten in de scene die christen zijn en in hun tracks af en toe een subtiele verwijzing naar God stoppen, zonder dat het er in het refrein dik bovenop ligt. Dat is muziek gemaakt vanuit een christelijk hart en met christelijke normen, maar verpakt in een seculier jasje.”
De kunst is volgens hem om die balans te bewaken: muziek maken die ook een niet-gelovig publiek aanspreekt, zonder dat de essentie van je boodschap verwatert. “Ik wil gewoon vette tracks maken die jongeren ’s ochtends op de fiets naar school graag in hun oortjes opzetten.” Daarbij waakt hij voor geforceerde ‘gelegenheidsmuziek’. “Als een dominee denkt: ‘Laat ik eens hip doen voor de jeugd en gaan rappen’, dan voel je aan alles dat het half werk is. Het initiatief is leuk bedacht, maar het komt totaal niet over.”
Voor de klas, met respect voor verschil
Het onderwijs vindt Lennart, ondanks de energie die het kost, fantastisch om te doen. “Geen dag is hetzelfde, de dynamiek is elke les weer anders.” Op een christelijke school met een heel diverse leerlingenpopulatie – waaronder een groep jongeren met een islamitische achtergrond – zoekt hij bewust de dialoog op. “Ze weten donders goed dat ik christen ben, ik loop tenslotte ook in christelijke kleding door de school. Maar ik respecteer hun achtergrond volledig. Ik zal nooit zeggen dat een leerling het fout heeft; ik leg uit hoe ik erin sta en vraag puur naar hun eigen visie.”
Een klein gebaar zoals een attentie tijdens de ramadan – een zakje snoep dat de leerlingen mee naar huis kunnen nemen voor na zonsondergang – typeert zijn aanpak. Ook pittige theologische discussies, zoals een leerling die worstelde met het concept van de drie-eenheid, gaat hij niet uit de weg. “Je probeert simpelweg te zaaien. Dat is het mooie van dit werk: tussen de lessen door mag je af en toe een zaadje planten.”
Wat jongeren nodig hebben
Als docent en veelgevraagd spreker staat Lennart met zijn voeten in de klei. Het valt hem op dat het geloof, mede door social media, weer aan populariteit wint onder de jeugd. “Gen Z is zover ik zie de eerste generatie die weer actiever met het geloof bezig is dan de generatie daarvóór, die van de millennials.” Tegelijkertijd merkt hij dat veel jongeren die tot geloof komen, weinig basis hebben meegekregen vanuit hun opvoeding. “Ik spreek soms gasten die al een jaar christen zijn; ze hebben de Bijbel wel opengeslagen, maar kennen nog lang niet alle verhalen. Het verhaal van Jona vinden ze dan een bizar en fascinerend verhaal.”
Wat hij vooral signaleert, is een enorme behoefte aan kaders en duidelijkheid. “Jongeren kunnen vandaag de dag letterlijk alles worden wat ze willen. Online zien ze constant het perfecte plaatje, terwijl de realiteit natuurlijk heel anders is. Juist in die overvloed zoeken ze naar richting: niet de boodschap dat álles kan, maar dat er één vast fundament is waar je bewust voor kunt kiezen.”
Daarin ligt volgens hem ook een duidelijke taak voor ouders. Onderwerpen zoals seksualiteit en geloofsopvoeding moeten niet gemakzuchtig worden afgeschoven op de school of het jeugdwerk. “Het is prachtig als er jeugdleiders zijn die richting geven, maar dat begint thuis. Geef als ouders zelf het goede voorbeeld en leg vooral uit wááruit je bepaalde keuzes maakt.”
De accu opladen
Met een fulltimebaan in het onderwijs, sprekersbeurten en een actieve muziekcarrière is de agenda overvol. Hoe houdt hij die ballen in de lucht? Als extravert persoon krijgt Lennart juist energie van het contact met mensen, al moet er ook worden afgeschakeld. Thuiskomen betekent voor hem vaak eerst even hersenloos op de bank hangen – bijvoorbeeld met een sportwedstrijd op tv – voordat de lichten uitgaan.
Geestelijk gezien laadt hij zijn accu vooral op tijdens de zondagochtend in de kerk. Bijbel mee, pen in de aanslag en aantekeningen maken tijdens de preek, gevolgd door een goede bak koffie en een goed gesprek. “Ik merk dat die zondagochtend echt heilig voor me is geworden. Dat is het moment waarop ik zelf even helemaal mag ontvangen.” Stille tijd doordeweeks helpt uiteraard, maar als extravert heeft hij juist de christelijke gemeenschap keihard nodig om gevoed te blijven.
Het is precies dat samenspel – van muziek en geloof, van kwetsbaarheid en herwonnen zelfvertrouwen – dat het verhaal van MCLA dieper maakt dan dat van zomaar een rappende leraar. Het is het verhaal van een man die na een lange zoektocht precies weet waar hij staat: hij is een koningskind.
@wimvanputten

Startpagina
