Persoonlijk


Persoonlijk getuigenis uit januari 1981 in het Volle Evangelie tijdschrift

– Kracht van Omhoog –


Getuigenis van Wim van Putten

In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw, werd aan mij als jong gelovige gevraagd om mijn getuigenis te geven in een toonaangevend evangelisch tijdschrift. De schrijftrant en denkbeelden zijn misschien een beetje gedateerd, maar ik sta nog steeds achter de inhoud van dit getuigenis.

Superleuk dat ik hier de kans krijg om iets te delen. Ik wilden heel graag ingaan op het verzoek om te vertellen over het mooie leven dat ik gekregen heb. Een leven dat echt fijn is, dankzij ons geloof in Jezus Christus en omdat ik ‘ja’ gezegd hebben tegen de boodschap van Gods Koninkrijk.

Als ik aan mezelf denk, dan kan ik wel zeggen: ik ben nooit helemaal ongelovig geweest. Ik had per slot van rekening een goede gereformeerde opvoeding gehad. Maar eerlijk is eerlijk, dat maakte me op zich nog geen ander mens. Toen ik een jaar of zestien was, deed ik al flink mee met ‘de wereld’. Dat was toen trouwens best gewoon hoor. Op de gereformeerde jeugdvereniging werd zaterdagsavonds gedanst en zo, gewoon gezellig. In die tijd was ik helemaal weg van popmuziek. De muren van mijn slaapkamer? Die waren volgeplakt met posters! The Beatles, Rolling Stones, noem maar op. Je zag het behang bijna niet meer, het hing echt propvol. Dat was nu eenmaal mijn wereldje, en daar moest ik dan ook wel iets van laten zien.

Humor van God

Was het nou een diep zondig leven? Nee, niet per se, maar ik leefde zeker niet in harmonie met God. En toch… diep vanbinnen, daar was die hunkering wel. Naar een ander, blijer, reiner leven. Maar waar moest ik dat in vredesnaam vinden?

En hier komt de humor van God om de hoek kijken! Hij gebruikte iemand uit mijn klas om mijn ogen te openen. En niet zomaar iemand! Uitgerekend een knul die ik maar vervelend vond en aan wie ik me altijd zat te ergeren. Maar God dacht er anders over! Hij ontfermde Zich over die jongen en openbaarde Zich aan hem. Kort nadat zijn broers tot bekering waren gekomen, boog ook deze klasgenoot de knieën voor Jezus.

En hij zweeg er niet over! Ook niet op school. Ik luisterde met verbazing naar wat hij allemaal te vertellen had. Hij sprak zo vrijmoedig over bekering, genezing en zelfs over bevrijding van gebondenheden. Dat waren dingen die ik echt nog niet kende. Ik zoog zijn woorden op! De honger naar vrede en echte blijdschap, die al die tijd onderhuids aanwezig was, kwam weer helemaal boven bij mij.

Die avond, op mijn kamer, zag ik het plotseling zo duidelijk: ook ik moest me bekeren. De Heiland had al zó lang op me gewacht. Ik knielde neer, beleed mijn zonden en vroeg de Heer: “Kom in mijn hart wonen!” En weet je, ik kon Hem niet zien met mijn ogen, maar ik ervoer Zijn aanwezigheid heel reëel. Er kwam een enorme blijdschap in me op. Ik wist het zéker: nu was ik een kind van God, rechtvaardig in Zijn ogen. Nu kon een ander leven beginnen. Ik was zeventien jaar toen die beslissing viel. En de zekerheid van mijn eeuwig behoud, van het kindschap Gods? Die is nooit meer weggegaan.

De volgende dag vertelde ik het meteen aan die ‘vervelende’ jongen. Hij was opeens mijn ‘wapenbroeder’ geworden! Wat hebben we in de tijd daarna veel met elkaar gepraat. Tot ongenoegen van de leraren trouwens, die merkten dat onze interesse voor de lessen flink gedaald was. Tja, wij hadden belangrijkere dingen aan ons hoofd!

Doop in de Heilige Geest

Omdat ik wist dat mijn ouders er niet blij mee zouden zijn, heb ik aanvankelijk niet alles verteld over wat er met me gebeurd was. Maar ze zagen wel degelijk dat ik veranderd was. En sindsdien viel er ook regelmatig een nummer van ‘Kracht van Omhoog’ in de bus. Ik had me er meteen op geabonneerd.

Ik las daar zoveel moois in, onder andere over de doop in de Heilige Geest. En dat boekje ‘Pinksteren is geen luxe’… dat verslond ik! Ik sprak er veel over met mensen die er al meer ervaring mee hadden dan ik. Nog geen maand na mijn bekering wist ik het heel zeker: dit was ook voor mij! Vrijmoedig bad ik de Heer: “Doop ook mij in de Heilige Geest!”

Ik had eerlijk gezegd weinig kennis van zaken, dus na dat gebed opende ik mijn mond en bleef zo zitten wachten. Net alsof Gods Geest mijn mond letterlijk zou gaan bewegen! Er gebeurde… niets. Opeens begreep ik het: ik moest zelf, vanuit geloof, beginnen met de Heer te loven en te prijzen, en me richten op die tongentaal die dan wel komen zou. En jawel hoor, opeens vloeiden er woorden over mijn lippen die van de Geest van God waren. De Heer had ook mij vervuld met Zijn Geest! Ik was zó blij daardoor.

Ik begon steeds meer boekjes en boeken te lezen, en natuurlijk: de Bijbel zelf! Hoewel ik veel evangelische en pinksterlectuur las, bleef ik wel naar onze eigen kerk gaan. Maar eerlijk gezegd, het bevredigde me niet meer echt.

Regelmatig las ik over bevrijding, en ik kreeg steeds meer door dat ook ik dat op bepaalde gebieden nog nodig had. Zo had ik me al vaak voorgenomen om te stoppen met roken, maar het lukte nooit definitief. Ik zat eraan vast. Bevrijding was dus nodig. Op een avond was ik hier heel erg mee bezig. Na mijn huiswerk besloot ik naar een medegelovige te gaan om erover te praten. Toen ik bij hem aanbelde, bleek dat de Heer hem al had laten weten dat ik eraan kwam! Ik hoefde dus niet veel uit te leggen. “We gaan er meteen voor bidden en die macht uitdrijven,” zei hij. En dat deden we! Hij legde me de handen op en verdreef in Jezus’ naam de boze macht die me gebonden hield aan de nicotine.

Leven in vrijheid

Na die bediening vroeg ik: “Is dat ’t nou?” Ik had eigenlijk een of andere bijzondere ervaring verwacht, maar niets van dat alles. En tóch… tóch zou blijken dat de Heer me krachtig had aangeraakt. Want sinds die avond heb ik helemaal niet meer gerookt! Geen enkele moeite meer mee gehad! Zo ben ik gaandeweg losgekomen van meer dingen die niet passen bij een kind van God. Bij Jezus vind je verlossing en bevrijding. Hij wil dat we in vrijheid leven!

Een tijdje later mocht ik dat ervaren op een heel ander gebied. Doordat ik nogal wat had gelezen over vliegende schotels (UFO’s) met wezens van andere planeten, had ik een enorm angstcomplex gekregen. Ik werd als het ware overrompeld door boze geesten die me steeds meer begonnen te knechten. Op den duur durfde ik ’s avonds niet eens meer naar de lucht te kijken, zo bang was ik om een UFO te zien aankomen. Dit was eigenlijk een aanslag op mijn geloof. Want als het waar zou zijn dat er leven op andere planeten is, zou de Bijbel niet waar zijn. En dan… dan zou heel mijn geloofswereld instorten. Dit alles legde zo’n beklemming op me, mijn innerlijke vreugde verdween.

Op een avond kwam iemand van de Lucas-orde bij ons in Rotterdam spreken. Het ging vooral over geloofsgenezing. Na afloop stapte ik naar de spreker toe en vertelde hem over mijn probleem. Hij vroeg of hij er met me voor mocht bidden. Natuurlijk wilde ik dat! In de naam van Jezus, de grote Overwinnaar, werden die angstaanjagende geesten verdreven. En ik werd vrij! Een hele last viel van me af.

Gaandeweg werd ik actiever in het evangelisatiewerk. Met een aantal andere jongeren uit de gereformeerde jeugdvereniging, die ook tot bekering waren gekomen, begonnen we een Bijbelstudiegroep. Er kwamen ook andere mensen bij, waaronder pinkstergelovigen. Sommige van die gereformeerde jongeren hadden trouwens ook de doop in de Heilige Geest ontvangen en zagen het als hun taak om opwekking in de kerk te brengen. Alleen… dat bleek een onbereikbaar ideaal.

Inmiddels was ik verloofd met Ingrid (mijn vrouw), die ik kende van de jeugdvereniging. Ook zij wilde de Heer dienen en groeide steeds verder op de weg die Hij voor ons heeft. Zoals zovelen deden, begonnen ook wij verder te zoeken en bezochten we verschillende samenkomsten. Drie jaar lang hebben we met die jongerengroep in de kerk ons best gedaan voor de Heer, maar toen werd het duidelijk: we moesten ‘uittrekken’.

We kwamen terecht bij een pinkstergemeente. Zij hingen de ‘Jesus Only’-leer aan. Omdat we dachten dat de Heer ons daarheen had geleid, accepteerden we die leer ook maar. In het begin was het echt een warme, liefdevolle gemeenschap. Het was er erg fijn. Samen met velen lieten we ons daar dopen – iets wat we in onze oude kerk al die jaren niet hadden kunnen doen omdat de dominee dat niet wilde. In deze gemeente konden we ons volop storten op evangelisatiewerk. Er was praktisch iedere dag wel iets te doen. Zaterdagsavonds werkten we bijvoorbeeld onder de verslaafden – en daar blijken er in Rotterdam heel wat van te zijn! Dat was erg moeizaam werk. We leerden de macht van satan daar meer dan ooit kennen.

samen ervaren en uitdragen!

Mede daardoor merkten we na een tijdje dat we met de boodschap zoals die daar verkondigd werd, ‘aan het plafond’ kwamen te zitten. De preken waren meer gericht op het afbreken van het ‘ik’, dan op een leven in overwinning door de Heilige Geest. En de nadruk op het apostelschap gaf één persoon eigenlijk teveel zeggenschap over het leven van anderen. Uiteindelijk kwam een flinke groep tot de conclusie: zo kan het niet langer. Dus trokken wij met elkaar uit deze gemeente, na eerst vreedzaam afscheid te hebben genomen.

Zo begonnen we met deze groep eigen samenkomsten te houden. Eén van de oudsten die met ons was meegekomen, nam de leiding. Vooral door ‘Kracht van Omhoog’ had hij helderdere inzichten gekregen. Het evangelie van Jezus Christus had méér te bieden, en dat ‘meerdere’ wilden we samen ervaren en uitdragen!

Nadat ik mijn MTS-opleiding had afgerond, kreeg ik werk op een scheepswerf. Maar mijn hart lag ergens anders. Na verloop van tijd kwam ik in aanraking met maatschappelijk werk. Omdat ik me echt interesseerde voor mensen, besloot ik me daarin te gaan bekwamen. Ik ging naar de Sociale Academie en heb die opleiding afgerond. In 1972 begon ik als maatschappelijk werker in de kinderbescherming. Wat maak je dan veel mee! Wat zie je dan hoe de duivel levens in zijn greep heeft! En wat wil je die mensen graag helpen! Toch mocht ik alleen de ‘natuurlijke’ middelen aandragen, zoals ik geleerd had. Ik zag eens te meer: alleen door een innerlijke vernieuwing kunnen levens en relaties echt herstellen.

Ongeveer zes jaar geleden verlieten Ingrid en ik de Rotterdamse dreven. Ik kon als maatschappelijk werker in Alphen a/d Rijn aan de slag. Zo kwamen we hier terecht in de volle-evangeliegemeente. We voelden ons er meteen thuis! Na een tijdje zaten we alweer volop in het gemeentewerk, onder andere in de leiding van de jeugd. Ons leven is sterk gericht op de gemeente. We leven de boodschap die gepredikt wordt ook echt in de praktijk. Net als vele anderen hier, krijgen we steeds meer zicht op de werkingen van de onzienlijke wereld. En we leren steeds meer om daar overwinningen te behalen, in de kracht van de Heilige Geest.

Een gevolg van deze ontwikkeling was dat het in mijn dagelijkse werk steeds moeilijker werd. Ik moest denken en spreken langs heel andere lijnen dan ik in mijn persoonlijke geloofsleven had leren kennen en waarderen. Een jaar geleden nam ik de beslissing: ik stop met dat maatschappelijk werk. Vanaf toen ben ik me meer gaan verdiepen in Bijbelsonderwijs. Ik ben een studie gaan volgen voor godsdienstonderwijs. Sinds vorig jaar augustus (1980) werk ik nu als leraar maatschappijleer en godsdienst in het voortgezet onderwijs.

Wanneer ik zo terugkijk op de afgelopen jaren, zie ik hoe de Heer al die tijd bezig is geweest om mij op een ‘hoger plan’ te brengen. Niet zozeer in het natuurlijke leven, maar vooral in het geestelijke. Die bekering toen was fijn. De Geestesdoop een haast nog heerlijkere ervaring. En toen ik me in water liet dopen, wist ik: hiermee was een belangrijk deel van mijn geloofsfundament compleet. Al die activiteiten, vooral in het begin – jeugdwerk, straatevangelisatie – waardoor ook anderen tot bekering kwamen, gaven een heerlijke voldoening.

Maar… toch miste ik jarenlang nog werkelijk inzicht in de achtergronden van veel problemen. Problemen waar anderen, en soms ook ikzelf, mee worstelden. Door de boodschap van het Koninkrijk van de hemel leerden we zien: er is een geestelijke wereld. En vanuit die wereld wordt ons leven gedirigeerd, ten goede of ten kwade. We begonnen de ware achtergronden te zien van allerlei situaties in het dagelijks leven en leerden hoe we ons daarin geestelijk moesten opstellen.

proclameren de overwinning

Een van de belangrijkste dingen die we leerden, is om aan geen enkel mens meer een hekel te hebben. We kunnen nu zoveel meer verdragen, omdat we de mens scheiden van de macht die erachter zit. Dat onderscheid is echt cruciaal. En je hebt het allereerst nodig in je eigen gezinsleven! Dat bleek een paar dagen geleden nog. Onze kleine Jiska werd huilend uit bed gehaald door Ingrid. Ze bleef maar huilen, zonder dat er eigenlijk iets aan de hand was. Vroeger zou Ingrid in zo’n situatie misschien angstig zijn geworden. Maar nu ging het heel anders. Ze kreeg door dat een boze macht het kind bang maakte. Ze bestrafte die macht, in de naam van Jezus, de Heer. Een paar snikken nog van de kleine meid, en toen was het over! Even later zat ze weer vrolijk te spelen.

Een klein voorvalletje misschien, maar zó tekenend voor het leven zoals wij dat nu leiden. De boze krijgt nu steeds minder kans om ons te pakken te nemen. We herkennen zijn ‘listen en lagen’ en proclameren de overwinning van Jezus!

Een belangrijk deel van de ‘volle boodschap’ is dat je innerlijk helemaal gaat herstellen. Je wordt de mens die God bedoeld heeft: goed en gaaf. Dat is het mooie van de boodschap die wij horen en die we ook zelf verkondigen: het blijft niet bij vrome theorieën. Het werkt in de praktijk! Nog niet helemaal perfect, natuurlijk. We zijn er nog niet. Maar er zit zéker beweging in! Zo groeien wij, door vast te houden aan de waarheid, in liefde steeds meer naar Hem toe, die het Hoofd is, Christus’ (Efeze 4:15).

Ik ben zo dankbaar voor dit leven in Christus!