Persoonlijk


2 oktober 1978

Een dankbare herinnering

Een Verhaal van Hoop en Verwachting

Vandaag is zo’n dag waarop mijn gedachten terugdwalen. Het is 2 oktober, en ik denk terug aan de geboorte van ons eerste kind, onze dochter Jiska, in 1978. Haar komst ging niet over rozen, er zat een heel verhaal aan vast.

Een jeugdliefde die standhield

Ingrid en ik leerden elkaar kennen rond 1965. Ik was zeventien, zij zestien. Twee jonge mensen die nog aan het begin van hun leven stonden en eigenlijk geen idee hadden wat de wereld te bieden had. Het was zo’n typische jeugdliefde. Na vijf jaar elkaar te hebben leren kennen – eerst een paar jaar verkering en daarna, zoals destijds gebruikelijk, twee jaar verloving – trouwden we in 1970. We hadden één groot verlangen: elkaar een leven lang liefhebben en samenleven voor elkaar en voor de Heer. En dat is gelukt, tot op de dag van vandaag.

Het stille verdriet

In die tijd was er echter ook een grote zorg, een stil verdriet. We wilden dolgraag een kind, zo’n gewoon, leuk gezinnetje. Huisje, boompje, beestje, niets bijzonders, gewoon gelukkig met elkaar. Maar dat laatste werd overschaduwd, want Ingrid kon geen kinderen krijgen. Maand na maand keken we uit naar een teken van leven, maar elke keer opnieuw was er de teleurstelling. De wanhoop leidde tot verdriet en tranen. Soms vroegen we ons af: wat is er toch aan de hand? We lieten ons onderzoeken door artsen, maar ze konden niets vinden. Er was geen lichamelijke blokkade, geen duidelijke reden voor onze kinderloosheid.

Een onverwachte vraag

Ongeveer zeven of acht jaar na ons huwelijk sprak iemand uit onze kerk Ingrid aan. Misschien was het onwetendheid, misschien was het een gebrek aan tact, maar ze vroeg: ‘Ben je nou nog steeds niet zwanger?’ Het was geen liefdevolle opmerking, al was het misschien goed bedoeld.

Maar aan die opmerking voegde ze iets toe: ‘Het is toch van de zotte dat er maar geen kind komt? Er moet iets zijn.’ Die laatste woorden gaven ons te denken. We hadden er nooit bij stilgestaan dat er in onze levens of in onze geschiedenis iets kon zijn dat een blokkade veroorzaakte. Iets dat ondanks het feit dat we lichamelijk gezond waren, in de weg stond.

Op zoek naar antwoorden

We gingen nadenken over ons verleden. Wat hadden we gedaan? Wat was er misschien fout gegaan? Een van de dingen die we hadden gedaan was pendelen. We dachten dat het onschuldig was. Je nam een draad met een voorwerp eraan – in ons geval een ring – en stelde een vraag. Het pendelen voorspelde dat we drie kinderen zouden krijgen. Als zo’n simpel trucje al zoiets voorspelt, mag je dan geen hoop hebben?

Maar al snel kwamen we tot de ontdekking dat pendelen een zonde is. Je moet je toekomst niet laten bepalen op deze manier, omdat we wisten dat ons leven in Gods hand is. We hebben dit beleden en de Heer om vergeving gevraagd. Maar daarmee was het probleem nog niet opgelost. De woorden van die vrouw bleven in ons hoofd hangen.

Een gebed dat alles veranderde

Uiteindelijk besloten we naar de voorganger van onze gemeente te gaan en hem te vragen voor ons te bidden. In dat gesprek kwamen we tot de ontdekking dat in onze voorgeslachten vaker sprake was geweest van de dood, van doodgeboren kinderen of vruchten die zich niet ontwikkelden.

Er werd voor ons gebeden: dat de invloed van de dood op geen enkele manier een blokkade zou vormen voor ons levensgeluk. De machten van de duisternis werden verbroken over ons leven. Terwijl hij dit uitsprak en voor ons bad, kreeg de voorganger ineens een visioen. Het was geen man die hier trots mee pronkte; het was een liefdevolle, nederige broeder. Hij zei: ‘Ik krijg een beeld en dat wil ik graag met jullie delen.’ Hij zag een huis met gesloten luiken en een dorre, saaie tuin. Ineens, zo vertelde hij, begon het te stralen, gingen de luiken open en kwam de tuin tot bloei. Voor ons was dat een teken van hoop, een signaal vanuit de hemel dat er een verandering zou komen. En die verandering kwam inderdaad. Een of twee maanden later was Ingrid zwanger.

Er was een moment dat het spannend werd, toen Ingrid tijdens haar zwangerschap plotseling ernstig begon te vloeien. We schrokken natuurlijk, maar gingen onmiddellijk bidden. En niet alleen wij, maar ook de mensen om ons heen aan wie we het vertelden. Gelukkig is alles goed gekomen.

De vervulling van de belofte

Nu, zoveel jaar later, denk ik aan dit verhaal terug. Onze dochter heeft inmiddels haar eigen gezin met opgroeiende kinderen en staat met haar man midden in het leven. Het is 47 jaar geleden dat haar leven begon. Een leven met ons, een leven met God en nu ook een leven met haar eigen gezin. Straks gaan we naar haar toe om het leven te vieren, en mooie woorden over haar toekomst uit te spreken, hoe leuk is dat.

Een geboortekaartje vol betekenis

Ik zie haar geboortekaartje nog voor me. Een kaartje met een leuke, kleurige tuin erop, wat precies aansloot bij het visioen dat de broeder had gekregen toen hij voor ons bad.

Op de kaart hebben we de tekst gezet: ‘Met blijdschap zien wij de vervulling van de belofte.’ Die belofte staat in Psalm 37 vers 4: ‘Verlustig u in de Heer, dan zal Hij u geven de wensen van uw hart.’

We hebben ervaren hoe de Heer de wensen van ons hart heeft vervuld. In de eerste plaats door ons onze lieve dochter te geven, aan wie we met zoveel blijdschap en dankbaarheid terugdenken. Maar we zijn ook blij en dankbaar dat God Zijn hand al die jaren op haar en op ons leven heeft gehad. Zelfs dwars door alle moeilijke tijden heen – waarin het gestormd heeft in ons leven, zowel geestelijk als lichamelijk – mochten we weten dat de hand van God op ons leven was. Dat we ons mochten verlustigen in Hem.

En zo wil ik Hem eren, ook met dit getuigenis.


@wimvanputten