Persoonlijk


De zegen die toch gegeven werd

Een persoonlijke ervaring

Dwars door het zwijgen heen

In 1975 verhuisden we naar onze nieuwe woonplaats en werden we lid van de plaatselijke Volle Evangeliegemeente. Onze geloofsweg was destijds gestart in een pinkstergemeente in Rotterdam-Zuid, waar we ook zijn gedoopt door onderdompeling. Nadat we ons daar een paar jaar hadden ingezet, kreeg ik een baan als maatschappelijk werker in mijn nieuwe woonplaats aangeboden, wat de reden was van onze verhuizing. We wilden weer snel betrokken raken bij een kerk. Zo sloten we ons aan bij deze gemeente, wat op dat moment nog een klein groepje mensen was.

De sympathieke voorganger kon prachtig en schilderachtig preken. Hij sprak enorm tot mijn verbeelding en zijn woorden raakten mij altijd weer; hij was een zachte, vriendelijke herder van de gemeente. Na verloop van tijd veranderde er echter wat in de gemeente. Er kwamen nieuwe leiders, de stichter van de gemeente moest plaatsmaken en vertrok naar elders. De sfeer veranderde en ook de boodschap werd anders. De prediking sloot in toenemende mate aan bij een specifieke pinksterstroming die op dat moment bepalend was in Nederland.

Geïsoleerd

De nieuwe voorganger voelde zich geroepen voor deze taak. Hij was een overtuigd volgeling van een bekende Nederlandse bijbelleraar, wiens denkbeelden hij niet alleen overnam, maar ook verder uitwerkte in de plaatselijke gemeente. Dit leidde ertoe dat de gemeente geïsoleerd raakte binnen evangelisch en pinkster-Nederland. Wanneer we een activiteit wilden ondernemen, bijvoorbeeld als we met de jeugd naar Opwekking wilden, stuitte dat altijd op weerstand, omdat we in onze gemeente toch alles al hadden. Dit benauwde mij en ik werd er niet blij van. We besloten vaak hierin toch onze eigen weg te gaan. We hadden een mooie jeugdgroep en ondernamen allerlei activiteiten, zoals twee reizen naar Zuid-Italië om daar te evangeliseren en te helpen bij een opvangcentrum. Binnen deze gemeente vormden we als jeugdgroep bijna een eigen gemeente met een eigen sfeer, die toch wel verschilde van de algemene lijn.

Omdat we ons volop inzetten en onze harten hadden verbonden met de mensen, bouwden we een grote vriendenkring op. Deze diepgewortelde contacten brachten ons veel plezier en voldoening. Na een jaar of tien als jeugdleider te hebben gediend, volgde de roeping tot het oudsteschap. Dit kwam voort uit onze relatie met de mensen, mijn liefde voor het Woord, maar bovenal de roeping die God in ons leven had gelegd.

De koers van de gemeente

Tijdens onze tijd in Rotterdam, de gemeente waar we zijn gedoopt, was er al tijdens de doop een profetie over mijn leven uitgesproken. God zou mij gebruiken in zijn Koninkrijk en mij onder andere het Woord laten brengen, wat vanaf mijn bekering al was begonnen. Uiteindelijk dienden we deze gemeente in totaal 25 jaar met lief en leed, met moeilijke momenten, maar vooral met veel moois. De koers van de gemeente werd echter steeds uitgesprokener, met standpunten die botsten met de algemene leer in de pinksterwereld.

Het ging om thema’s als de erfzonde, Israël en de strijd in de hemelse gewesten. Zeker de laatste jaren ontwikkelde de voorganger exclusieve denkbeelden over Belial en de koningin des hemels. Ik voelde me daar absoluut niet mee verbonden. Mijn trouw aan de gemeente bleef echter groot, waardoor ik mij bleef focussen op mijn roeping, samen met mijn vrouw, voor pastoraat en jeugd. Het was pure liefde voor de gemeente en zorg voor de mensen, ook al stond ik niet meer achter de verkondigde leer.

Een visioen

We bleven onze eigen weg gaan. Naast de activiteiten in de gemeente bezochten we regelmatig andere plaatsen. We gingen naar conferenties van andere groeperingen en bezochten ontmoetingen van leiders in de regio en op landelijk niveau. Tijdens één zo’n ontmoeting vroeg een bekende Nederlandse profeet onverwacht of hij voor ons mocht bidden. Hij kende ons niet, wist niets van ons leven en was niet op de hoogte van onze taak in de gemeente. Hij profeteerde dat God een nieuwe weg voor ons had. In een visioen zag hij een station waar een trein binnenreed. Wij stapten uit en stapten vervolgens in een nieuwe trein. De boodschap was helder: er zou verandering komen. Dit ging dwars tegen onze eigen gedachten in, want we waren sterk verbonden met de gemeente, onze vrienden en onze verantwoordelijkheden.

Een maand of twee later bezochten we een andere bijeenkomst, georganiseerd door de leider van een naburige gemeente. Er spraken deze keer predikers uit Amerika. Voor de tweede keer werd ik eruit gepikt en naar voren gehaald. De prediker wilde over mij een profetie uitspreken. Mijn vrouw, die het liefst op de achtergrond blijft, werd er ook bij geroepen. Toen zij naast me stond, hoorden we de profetie dat de Heer ons een nieuwe roeping en een nieuwe plaats zou geven, precies in lijn met de eerdere boodschap. Na 25 jaar in onze gemeente namen we uiteindelijk de beslissing. We wisten welke weg God ons wees en dat we in een andere gemeente zouden gaan dienen. De taken die we altijd al hadden gehad, konden we daar voortzetten, vooral in het pastoraat.

Andere plekken

De laatste dienst in onze oude gemeente brak aan. Ik had het besluit gedeeld binnen de oudstenraad en mijn toenmalige taken neergelegd, omdat ik wist dat God ons riep voor iets nieuws. De andere oudsten accepteerden dit echter niet; ze geloofden niet dat deze stap van God was. Zij zagen onze eigen gemeente als de enige plek waar God zijn zegen gaf. De boodschap die daar klonk, was in hun ogen de boodschap van het Koninkrijk van God, waar al het andere voor moest wijken. Als ik hieraan terugdenk, vind ik dat nog altijd een hoogmoedige gedachte. Ik heb namelijk op veel andere plekken gezien dat de heerlijkheid van God krachtiger aanwezig was dan in onze eigen gemeente.

Ik geloof niet dat God zich beperkt tot één specifieke plek omdat men daar denkt de juiste leer te verkondigen. De oudsten weigerden onze keuze te accepteren, waardoor er geen mededeling aan de gemeente werd gedaan. Iemand die 25 jaar had gediend, kreeg geen kans om afscheid te nemen. Ik stelde de voorganger nog voor om zelf kort te vertellen hoe God ons had geleid, maar dat mocht niet. Zelfs het vooraf op papier zetten van mijn woorden, waar hij inzage van zou krijgen, wees hij af.

Zo zaten we die zondagochtend voor het laatst in de zaal, zonder dat iemand van onze geliefde gemeente van onze keuze wist. Ik hoopte tot het laatste moment dat er tijdens de mededelingen nog iets over ons vertrek zou worden gezegd, maar er bleef alleen maar stilte over tot het einde van de dienst. Er werd geen zegen over ons uitgesproken, wat ons pijn deed na al die jaren van dienen.

De zegen

Aan het eind van de dienst, toen de gemeente de zegen had ontvangen en iedereen zijn jas al wilde aantrekken, stond er een broeder op. Deze man wist van niets. Hij bezocht de gemeente nog maar kort en kende de strakke regels niet. De liturgie lag altijd vast en spontane acties waren ongebruikelijk; alles moest vooraf overlegd worden. Dwars tegen alle regels in vroeg deze broeder of we nog een nieuw, onbekend lied konden zingen. Dit verraste iedereen; niemand was dit gewend, zo ook wij niet. Hij gaf een lied op en de tekst raakte ons diep:

Overvloedig geef Ik u; zoals de Vader Mij zond, zo zend Ik u.

Ga en deel mijn liefde uit; vrede zij u. (Opwekking 503)

Wij hadden dit lied nog nooit gehoord en ik kon mij ook niet herinneren dat wij dat ooit in de gemeente gezongen hadden. Wat een vertroosting bracht dit. Mijn vrouw en ik waren dolblij dat de Heilige Geest precies wist wat er in ons hart leefde. De Heer liet zien dat Hij de leiding had over onze beslissing en gaf ons via deze broeder op eenvoudige wijze een zegen mee. Dit laat zien dat wanneer mensen je tegenwerken en het oneens zijn met je keuze, terwijl je de leiding van God ervaart, je vertrouwen mag hebben op zijn zegen. Hij gebruikt daarvoor soms ongebruikelijke ‘kanalen’, dwars tegen alle menselijke en religieuze regels in.


@wimvanputten

Naar
Startpagina