
De Vondelkerk in vlammen
Een nieuwe hoop voor geloof en gemeenschap
“Niet meer te redden”
De Vondelkerk bij het Vondelpark staat in brand. Met afschuw keek ik naar de beelden op televisie tijdens die nieuwjaarsnacht van 2026. Terwijl de wereld feestvierde en Amsterdam zich vol overgave opmaakte voor de jaarwisseling, kleurde de hemel boven de stad onheilspellend rood. De monumentale Vondelkerk stond in lichterlaaie. Rond middernacht stortte de torenspits in. “Niet meer te redden,” oordeelde de brandweer nuchter. De oorzaak? Waarschijnlijk gewoon vuurwerk.
Tragische fout
Hoewel het pijn doet om die stenen te zien vallen en de toren te zien instorten, leert de geschiedenis ons een waardevolle les: geloof is niet afhankelijk van een gebouw. Wanneer muren bezwijken, ontstaat er paradoxaal genoeg juist ruimte voor iets nieuws. Soms wordt iets hersteld in zijn oude glorie, zoals we zagen bij de Notre-Dame. Die werd in 2019 door een tragische fout tijdens werkzaamheden door brand verwoest, maar na een ongekende inzet en honderden miljoenen aan donaties opende deze schitterende kathedraal in 2026 weer haar deuren.
Die nieuwe tempel
Dit doet me denken aan de tweede tempel in Jeruzalem. De Babyloniërs hadden de prachtige tempel van Salomo met de grond gelijkgemaakt. Maar toen het volk onder leiding van koning Cyrus eindelijk mocht terugkeren, pakten ze de herbouw van de stad én de tempel direct op. Toen die nieuwe tempel klaar was, barstte de jonge generatie uit in gejuich. De ouderen echter, zij die de pracht van de eerste tempel nog hadden gekend, huilden. Ezra beschrijft hoe zij rouwden omdat de nieuwe tempel soberder was, in niets te vergelijken met de grandeur van weleer.
Cijfers liegen niet
Het uiterlijk veranderde, maar de essentie bleef. Vandaag de dag zien we een vergelijkbare, ‘stille’ brand woeden. Onderzoeken wijzen op een uittocht van gelovigen; het geloof in Jezus lijkt naar de rand van de samenleving te zijn verbannen. Dat merk je aan de krimpende politieke aanhang, maar vooral aan de lege banken in de kerk op zondagochtend. Cijfers liegen niet: ongeveer duizend van de 2100 kerken in Nederland worden afgestoten. Dat is bijna één op de twee à drie (of: een aanzienlijk deel). Je kunt je afvragen: is dit een verbetering of een verslechtering? Puur cijfermatig is het natuurlijk een enorm verlies. Maar het is ook het logische gevolg van een fundamentele verschuiving.
Vroeger was de kerk een ‘volkskerk’. Je was hervormd of katholiek simpelweg omdat je erin geboren was, een automatisme. Dat is voorbij. We zijn verschoven naar een ‘keuzekerk’. Men gaat niet meer uit traditie of familiegewoonte, maar omdat er een heel bewuste keuze wordt gemaakt voor de Kerk van Jezus Christus.
Minder zichtbaar
Jezus zei het al: “Mijn kerk kan niet verwoest worden.” Zijn belofte in Mattheüs 16 is klip-en-klaar: “Ik zal mijn gemeente bouwen en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.” Gebouwen zijn tijdelijk en vergankelijk, maar de universele Kerk is onuitroeibaar. Ze is misschien minder zichtbaar in de oude structuren, maar juist opvallend aanwezig in een nieuwe, jongere generatie.
Tegen de stroom in getuigen zij op straat, bidden ze voor anderen en spreken ze woorden van hoop en genezing uit. Hun leven is oprecht toegewijd aan Christus. Voor het eerst sinds 1966 zien we dat generatie Z geloviger is dan de generatie vóór hen. Dat is bijzonder. In een tijd van eenzaamheid, verwarring en dreiging — waarin we ons moeten voorbereiden op onzekere tijden — zoeken zij naar authenticiteit. De verschuiving van traditie naar ervaring is overal zichtbaar: in worshipavonden, Alpha-cursussen en op sociale media, waar jonge mensen, influencers en zelfs bekende sporters onomwonden uitkomen voor hun geloof.
Misschien kleiner
In Lucas 18 vraagt Jezus: “Zal Ik nog geloof vinden?” Hij doelt daarmee niet op monumentale stenen of instituten, maar op levend geloof in de harten van mensen. Dus ondanks de as van de Vondelkerk en de dalende statistieken die de oudere generatie pijn doen, is er sprake van herstel van een geestelijke tempel. Een kerk die licht verspreidt. Misschien kleiner, minder bureaucratisch en minder vanzelfsprekend, maar wel veel dichter bij de kern.
De brand in de Vondelkerk markeert het einde van een gebouw, maar absoluut niet het einde van het geloof. De geschiedenis leert ons — kijk naar de Reformatie — dat juist wanneer de buitenkant wegvalt, mensen weer opstaan voor de essentie: leven met Jezus door genade. Onze kerken mogen dan branden en de aantallen mogen afnemen, uiteindelijk zal de Kerk van Jezus triomferen. Misschien niet in gigantische kathedralen, maar in eenvoudige huiskamers. Stenen kunnen branden, maar het fundament van ons geloof is vuurvast. De Kerk blijft bestaan als een stad op een berg, een licht op de kandelaar dat de liefde van God blijft verspreiden.
@wimvanputten

Startpagina