
Angst voor de vrijheid
Als geloof een kramp wordt: De strijd om échte vrijheid
Adieu God
Tijdens mijn studietijd las ik het boek Angst voor de vrijheid van de psychiater Erich Fromm. Hij legt daarin uit hoe mensen zich uit angst voor echte vrijheid gaan vastklampen aan regels, gewoonten en patronen. Ze timmeren hun eigen gevangenis dicht. Pas als je loskomt van knellende wetten en culturele tradities die je bedreigen, kun je waarlijk vrij zijn. Fromm was geen christen, maar zijn analyse bleef een inspiratiebron voor mij. Ik herken die dynamiek namelijk heel sterk in veel kerken en christelijke kringen.
In de jaren zestig en zeventig lieten massa’s mensen de kerk achter zich. Denk aan bekende schrijvers zoals Maarten ’t Hart en Jan Wolkers. Zij vonden, om wat voor reden dan ook, geen thuis in de kerk. Hoe het diep in hun hart zat met God, weet ik niet, maar ze keerden zich resoluut af van het systeem. Dat zien we vandaag de dag nog steeds gebeuren.
Je kent vast het tv-programma ‘Adieu God?’ van voormalig EO-presentator Tijs van den Brink. Hij sprak in de laatste afleveringen, vorig jaar, met bekende Nederlanders zoals Olcay Gulsen, Bram Moszkowicz en Wilfred Genee. Dit zijn allemaal mensen die vroeger een band met de kerk, synagoge of het geloof hadden, maar er bewust mee braken. Die breuk leidde bij sommigen tot vijandigheid en scherpe oordelen, waardoor ze alles wat met het geloof te maken heeft, negatief inkleuren.
Farizeïsche geest
Anderen reageren gelukkig milder omdat ze ook positieve herinneringen koesteren. Dit proces speelt allang niet meer alleen in de traditionele kerken. Ook in de evangelische en charismatische gemeenten is deze beweging op gang gekomen. De kerkverlaters vertrekken daar omdat er conflicten spelen tussen leiders en de gemeente. Er ontstaan spanningen, scheuren en tweedracht.
Het systeem kan een grote bedreiging vormen voor de mens. Laten we daarom eerst teruggaan naar de Bijbelse tijd. In de evangeliën zie je hoe Jezus voortdurend botst met de farizeeërs. Hij streed niet alleen tegen mensen met een bepaalde mening, maar vocht in de geestelijke wereld tegen een religieuze, vrome geest die mensen knechtte.
Deze farizeïsche geest is vandaag de dag nog steeds actief. De vormen veranderen, maar het blijft een gevaar voor de vrijheid die God voor je bedoelt. De Indiase voorganger Zac Poonen uit Bangalore, die helaas later zelf in opspraak is geraakt, schreef hier een boekje over. Hij bespreekt daarin wel vijftig kenmerken van deze religieuze geest en laat zien hoe die doorwerkt in het denken en handelen.
Uiterlijkheden
Zulke patronen beïnvloeden de houding naar anderen en naar jezelf. Mensen zijn dan erg trots op hun eigen godsvrucht en op de dingen die ze tot stand brachten. De focus ligt volledig op uiterlijkheden. Alles moet kloppen volgens de regels: van de kleding tot de haardracht.
We zien dat in sommige kringen nog steeds; uiterlijkheden bepalen daar alles en de toestand van het hart telt nauwelijks mee. Men mijdt zondaars omdat de eigen kring het veiligst voelt. Met de slechte buitenwereld wil men niets te maken hebben, terwijl Jezus juist zegt dat je de wereld in moet gaan om mensen te bereiken met Zijn liefde.
De nadruk ligt op onthouding en men schept op over veel bidden en vasten. Dat streelt alleen het eigen ego. Men uit felle kritiek op details die er niet toe doen. Denk aan de man die genas en met zijn matras door Jeruzalem liep. De religieuze leiders spraken hem daar direct op aan en noemden hem een zondaar; ze letten puur op zulke onbelangrijke uiterlijkheden.
Wettische houding
Haat en jaloezie drijven deze houding aan. Ze oordelen scherp en wijzen mensen af. Jezus noemt ze dubbelhartig en zegt dat ze de buitenkant van de beker reinigen, terwijl de binnenkant een rommeltje blijft. Vanuit die wettische houding wanen mensen zich rechtvaardig en vroom.
Jezus kijkt juist naar de binnenkant. Wie louter op de buitenkant let, veroordeelt de ander om elke kleine vlek. Zac Poonen legt uit dat deze geest mensen hard maakt. Er is geen begrip voor kwetsbare mensen met een slechte start of een ongelukkige jeugd. Men wijst ze af om hun misstappen.
Of het nu gaat om iemand die te veel drinkt of een vrouw die met veel mannen leefde: men mist het oog voor de oorzaak en de basis van het leven. Ik vind het prachtig hoe Jezus de vrouw bij de put benadert. Hij benoemt dat ze vijf mannen had en niet gelukkig is. Hij biedt haar levend water aan dat haar dorst voorgoed zal lessen.
Jezus rekent haar niet af op die vijf mannen; Hij laat haar merken dat God van haar houdt. Dat is de kern van het evangelie. Een ander kenmerk uit de lijst van Poonen is de jacht op de eer van mensen. Men bidt op de hoeken van de straat om indruk te maken, niet om met God verbonden te zijn. Het gaat ze om het applaus van de toeschouwers.
Vrijheidsberoving
Deze wettische manier van leven plaatst mensen in een kerker en veroordeelt ze; dit is absoluut niet de Geest van Jezus. Het berooft je van je vrijheid omdat je gevangen zit in regels. Wilkin van de Kamp schrijft mooie artikelen en boeken over de heiligheid en de liefde van God. Hij stelt dat de God van liefde in sommige situaties verandert in een God van moeten en niet mogen. Een God die je vastzet in gedragspatronen, denkpatronen en rituelen. Als je daar braaf aan voldoet, zit het wel goed. Dat speelde niet alleen vroeger; gemeenten leggen mensen ook nu nog zware lasten op.
Je moet twee keer naar de kerk, je moet veel bidden, je Bijbel lezen en je tienden geven. Je moet de voorganger eren als de man van God en je moet evangeliseren. Ik heb gezien hoe mensen daardoor in een enorme kramp schoten omdat ze die kwaliteiten of gaven niet in huis hadden, terwijl ze God dolgraag op een andere manier wilden dienen.
Soms eist men dat je in tongen spreekt, omdat je anders de Heilige Geest mist. Je mag de samenkomsten niet verzuimen, want anders volgt er meteen een vermanend vingertje. Ik maakte mee dat leiders mensen verboden om naar de Opwekkingsconferentie te gaan, terwijl God daar al jarenlang krachtig werkt door Zijn Geest.
Welkom
Zo verandert de christelijke bubbel in een gevang waar menselijke regels de liefde van God verdrijven. De Bijbel leert dat het huis van God een huis van liefde hoort te zijn. Een plek waar iedereen welkom is, tot rust komt en de Heer ontmoet. Geen plaats van vijandigheid en controle, maar een omgeving van vrijheid en verbondenheid met Jezus.
De apostel Paulus waarschuwt de Galaten hier al voor in zijn brief. In Galaten 5 vers 1 schrijft hij dat Christus ons bevrijdde om in vrijheid te leven. Hij roept op om stand te houden en je niet opnieuw een slavenjuk te laten opleggen. Dat juk komt van de boze; verbreek het en ga in vrijheid leven.
Echte vrijheid vind je in Christus, zodra je jouw hart losmaakt van gecompliceerde, menselijke regels. In 2 Korintiërs 3 vers 17 staat dat waar de Geest van de Heer is, vrijheid heerst.
Dat betekent geen vrijheid om er maar op los te zondigen of blind je eigen plan te trekken. Een kind van God leeft in vrijheid om in afhankelijkheid van de Heer zijn weg te gaan binnen de gemeente. De kerk is een plek die God zelf instelde zodat mensen samen tot Zijn eer leven. Maar als een kerk verandert in een gevang, wordt het een gevangenis die je ontwikkeling verstikt.
Zoek God en wees blij met de plek die Hij je geeft. Als die plek een gevangenis is geworden, breek er dan uit los. Begin bij de beperking in je eigen denken, vernieuw je gedachten en weet dat waar de Geest van de Heer is, daar echte vrijheid is.
@wimvanputten

Startpagina