
In gesprek met Henk Dik
Het verhaal van Henk en Nelly Dik
Als jonge gelovige, midden jaren zestig, bezocht ik zo nu en dan de Volle Evangelie gemeente in Rotterdam. Ze kwamen samen in het imposante Groothandelsgebouw, en later verhuisden de gemeente naar de kleine zaal van De Doelen. Een van de jeugdleiders was een zekere Henk Dik.
Nu, vele decennia later, kruisen onze paden opnieuw. Henk heeft een indrukwekkende staat van dienst in het Koninkrijk van God. Hij was jarenlang stichter en leider van een gemeente in Roosendaal en intensief betrokken bij stichting Opwekking. Het voelt als een voorrecht om hem te mogen interviewen. Wat volgt is ons gesprek, een terugblik op de geschiedenis en een blik op de toekomst.
De start van alles
In oktober 2025 vieren Henk en Nelly hun diamanten bruiloft: zestig jaar getrouwd. Hun verhaal begon in 1961, toen ze elkaar leerden kennen in de Volle Evangelie Gemeenschap van broeder Rothuizen in Rotterdam. Het was de start van een levenslange reis vol geloof, gemeentewerk en een onvoorwaardelijke liefde voor mensen.
Wortels in moeilijke grond
Henks verhaal begint in wat hij omschrijft als een ‘dramatische’ huisgemeente – een mix van de Jehovah’s Getuigen en een pinkstergemeente. Als nakomertje groeide hij op in een omgeving waar angst en religieuze dwang de boventoon voerden. Zijn moeder, een gelovige vrouw, had deze gemeente gevonden in haar zoektocht naar God, nadat zijn oudere broer epilepsie kreeg.
‘Ik vond het dramatisch,’ vertelt Henk over zijn jeugd. ‘Alles wat je niet zou willen, dat was daar.’ Op zeventienjarige leeftijd moest hij van de HBS af, omdat de gemeenteleider vond dat lichamelijke oefening ‘van weinig nut’ was. Een beslissing die zijn toekomst drastisch veranderde.
De wending kwam in 1958, toen broeder Osborn naar Nederland kwam voor een evangelisatiecampagne. Hoewel zijn huisgemeente daarop tegen was, ging Henk toch luisteren. ‘Ik was zestien jaar en ik werd zo geraakt door het evangelie. Ik had dat eigenlijk nog nooit op die manier gehoord.’
De ontmoeting met Johan Maasbach
Het contact met Johan Maasbach, de tolk van broeder Osborn, bleek cruciaal voor Henks ontwikkeling. Op een zaterdagmiddag bad hij openlijk om naar Lekkerkerk te mogen gaan om Maasbach te horen spreken. Hij wist dat dit gevolgen zou hebben.
Die avond in Lekkerkerk hoorde hij een luide stem: ‘Vreest niet, want Ik ben met u. Ik heb u geroepen. Ik hou u bij de hand gevat’ (Jesaja 41 vers 10). Toen hij thuiskwam, lieten de gemeenteleiders hem weten dat hij voorlopig niet meer welkom was bij de samenkomsten. Hij was in de ban gedaan.
‘Ik was eigenlijk van plan om daar ook niet meer naartoe te gaan,’ zegt Henk met een glimlach. Met de bemoediging uit Jesaja ging hij regelmatig naar samenkomsten van Johan Maasbach in Den Haag.
Een nieuw thuis
Bij broeder Rothuizen in de Volle Evangelie Gemeenschap vond Henk eindelijk zijn plek. ‘Hij ving mij gelijk heel liefdevol op,’ herinnert hij zich. Rothuizen gaf hem wijze raad: ‘Probeer als je in de gemeente komt één oor open te houden. Want als je ze allebei dichtdoet, hoor je niet als God spreekt.’
Het was in deze gemeente dat Henk Nelly leerde kennen. Hun eerste ontmoeting leidde tot een verloving in 1964 en een huwelijk in 1965. Rothuizen zegende hun huwelijk, en vanaf het begin waren ze betrokken bij het gemeentewerk. Ze startten het jeugdwerk ‘Christ’s Ambassadors’, gebaseerd op de tekst ‘Gij zijt gezanten van Christus.’ Het centrum van dit werk was een jeugdkelder onder hun woning in de Burg. Meineszlaan in Rotterdam.
Het Roosendaalse avontuur
De verhuizing naar Roosendaal in de jaren zeventig was een sprong in het onbekende. ‘We kenden niemand in Brabant,’ vertelt Henk. Maar God had Zijn plannen. Een advertentie in het Algemeen Dagblad voor een ‘luxe herenhuis te huur in Roosendaal’ leidde tot een nieuwe fase in hun leven. ‘Ik werkte voor een ingenieursbureau en was vertegenwoordiger voor een radiostation in Ecuador,’ legt Henk uit over zijn veelzijdige carrière in die tijd. Maar Gods roeping werd steeds duidelijker.
De geboorte van een gemeente
In 1975 begon wat later zou uitgroeien tot een bloeiende gemeente. Het startte eenvoudig: Rob en Joke Alberts uit Breda vroegen Henk om hulp bij bijbelstudie. ‘Misschien zijn er meer mensen die dat leuk vinden,’ zei Henk tegen Nelly. Een advertentie in het Brabants Nieuwsblad leidde tot telefoontjes van geïnteresseerden. ‘Plotseling waren we in plaats van met z’n vieren met wel tien, twaalf mensen,’ herinnert Henk zich. Toen de groep bleef groeien, zocht hij contact met lokale dominees. De hervormde dominee gaf hem profetisch advies: ‘Doorgaan.’
In het voorjaar van 1976 begonnen ze met huissamenkomsten op zondagochtend. Zevenendertig mensen, jong en oud, kwamen in hun woonkamer. Binnen twee maanden waren het er zestig. Ze vonden uiteindelijk onderdak in ‘De Levensschool,’ een gebouw van een Rooms Katholieke onderwijsstichting. Een opvallend detail: in het lokaal dat ze kregen, hing een grote tekening die Henk jaren eerder van broeder Rothuizen had gekregen. Het was het verhaal van de verloren zoon – een perfect symbool voor hun missie om mensen te bereiken met het evangelie.
Uitdagingen en groei
Vanaf de eerste zondag in maart 1977 waren er wekelijkse erediensten en de gemeente groeide gestaag, maar niet zonder uitdagingen. Henk herinnert zich vooral de moeilijke periode tijdens de ‘Toronto-beweging’ in de jaren negentig. ‘Plotseling hadden wij de Geest niet en dan hadden zij de Geest wel,’ beschrijft hij de verwarring die ontstond.
‘Mensen gingen weg, want ergens anders was het wel en bij ons niet,’ vertelt hij over een van zijn dieptepunten. Op een ochtend, toen hun jongste zoon Gideon in het ziekenhuis lag en er net weer een brief was gekomen van iemand die de gemeente verliet, brak hij in zijn auto. ‘Heer, als ik heel eerlijk ben, ik vind er geen zak meer aan,’ bad hij door zijn tranen heen. Toen hoorde hij een stem vragen: ‘Maar voor wie doe je het eigenlijk?’ Het herinnerde hem aan zijn levensmotto, dat hij met Nelly deelde voor hun eerste kus: ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid.’
Nelly’s wijsheid
Nelly speelde een cruciale rol in het behoud van de eenheid in moeilijke tijden. ‘Elke dag zei ze tegen mij: “Henk, bewaar je hart en belijd de eenheid,”’ vertelt hij. ‘Ik werd er soms helemaal chagrijnig van, maar dat heeft ons bewaard.’ Deze wijsheid hielp niet alleen Henk, maar ook het leiderschapsteam om verenigd te blijven, zelfs toen er een tweede gemeente in Roosendaal ontstond die een andere richting opging.
Verzoening en genade
Een bijzonder moment kwam later toen de leiders van deze tweede gemeente terugkwamen. ‘Luister eens, God heeft het niet bevestigd. God heeft jullie werk wél bevestigd,’ zeiden ze, en ze gaven het hele bedrag terug van de verkoop van hun gebouw. ‘Ik had geen gevoel van “zie je wel, we hebben gelijk gehad,”’ reflecteert Henk. ‘Ik vond het zo ontroerend dat ze kwamen erkennen dat hun werk niet gezegend was.’
Leven met verlies
Het gemeenteleven bracht ook confrontaties met leed en verlies. De eerste sterfgevallen in de gemeente raakten Henk diep. Vooral het verhaal van een vrouw die stierf aan kanker op zevenendertigjarige leeftijd blijft hem bij.
‘“Henk,” zei ze op haar sterfbed, “ik snap het niet allemaal. Ik begrijp het niet allemaal. Ik weet dat de Goede Herder er is, maar ik zie Hem niet. Maar ik hoor wel het tikken van Zijn staf.”’ Deze woorden leerden Henk om mensen in hun lijden te helpen door hun blik op God gericht te houden. ‘De dood is wel de laatste vijand, maar de dood is niet de overwinning,’ werd zijn overtuiging.
Het bijzondere geschenk: Gideon
Toen Nelly in de veertig was en zwanger van hun vijfde kind, werd hun aangeraden een vruchtwaterpunctie te laten doen vanwege de verhoogde kans op een kind met een beperking. Nelly’s antwoord was helder: ‘Ons hele leven staat in het teken van geven aan God, van onszelf, en ook aanvaarden van God wat Hij ons geeft.’
Gideon werd geboren met het syndroom van Down. Toen een gemeentelid vroeg waarom God hun dit gegeven had, antwoordde Henk: ‘Waarom zou God ons dat niet geven?’ ‘Het heeft ons gezin en ons leven verrijkt, en verrijkt ons nog steeds,’ zegt Henk over zijn jongste zoon. ‘Het heeft ons de kwetsbaarheid laten zien, en ook dat er in het onvolmaakte nog een volmaakter plan is van God.’
Wijze lessen
Na decennia van gemeenteleiderschap heeft Henk enkele kernlessen geleerd die hij graag doorgeeft aan jonge predikers:
- Neem tijd voor ontwikkeling: ‘Ik zou nu jonge predikers zeggen: neem tijd om je te ontwikkelen. Studeer en laat je helpen.’
- Zorg voor verbinding: ‘Wat ik nu een gevaar vind bij jonge predikers, is dat je zo zelfstandig wordt dat je niemand meer nodig hebt.’
- Bewaak de prioriteiten: Hij wijst op ‘de tirannie van het dringende’ – het gevaar om altijd bezig te zijn met urgente zaken ten koste van het belangrijkste. ‘Jezus had niet alle steden bezocht en niet alle zieken genezen, maar Hij zei wel: “Het is volbracht.”’
De kracht van authenticiteit
Een bijzonder moment was toen hun zoon Marc, die televisiewerk doet, werd geïnterviewd over het zijn van een voorgangerszoon. Marc zei: ‘Mijn vader is op maandag niet anders dan op zondag.’ Voor Henk was dit de mooiste bevestiging van zijn leven: echtheid in geloof en leven.
Open Doors en Opwekking
Gedurende vijf jaar werkte Henk voor Open Doors, waar hij bijbelsmokkelaars uit Amerika trainde. Later was hij 28 jaar lang betrokken bij Opwekking. ‘Opwekking is geen kerk, en daar heb ik dus met vreugde aan mee mogen helpen,’ vertelt hij over deze periode die hem bracht in contact met het bredere evangelische landschap.
Het geheim van volharding
Toen Henk op 65-jarige leeftijd met pensioen ging, kon hij de gemeenteleiding succesvol overdragen. ‘Ik vond het wel een mooi moment om te kunnen overdragen,’ reflecteert hij. ‘En dat ik los kon laten.’
Na hun verhuizing naar Putten hebben Henk en Nelly opnieuw hun gave van verbinding ingezet. Ze kwamen in een gemeente die ‘een drama’ was, maar mede door hun inzet en warmte en samen met een aantal toegewijde mensen, heeft het zich ontwikkeld tot een ‘heel warme gemeente.’
De laatste boodschap
Gevraagd naar zijn laatste boodschap voor de kerk, is Henks antwoord helder: ‘Mensen aanmoedigen om te volharden in het navolgen van de Heer. Onze trouwtekst was “Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, zult gij vrucht dragen.”’ ‘Ik zou altijd willen dat mensen vrucht blijven dragen. En dat stopt niet als je 75, 80 of 85 bent. Het gaat erom hoe je eindigt – dat is wat werkelijk telt.’
Een nalatenschap van liefde
Het verhaal van Henk en Nelly is er een van trouw, volharding en onvoorwaardelijke liefde voor mensen. Door hoogte- en dieptepunten heen hebben ze vastgehouden aan hun roeping om mensen te verbinden met God en met elkaar. ‘Mensen staan voor ons centraal. Tot op de dag van vandaag,’ vat Henk hun levensmissie samen. In een tijd van kerkelijke verdeeldheid en individualisering blijft hun boodschap actueel: blijf dicht bij Gods Woord, maar ook dicht bij elkaar.
Hun verhaal eindigt niet met hun diamanten bruiloft. Zoals Henk zelf zegt: ‘Mijn levensverhaal is nog niet afgelopen. Ik beleef nog zoveel dingen.’ En zo gaan ze verder, hand in hand, nog steeds dienend en verbindend, tot aan de voltooiing van hun aardse roeping. ‘Volhard, blijf vrucht dragen,’ blijft hun boodschap. Want uiteindelijk gaat het niet om wat je doet, maar hoe je eindigt. En dat verhaal schrijven Henk en Nelly nog steeds, dag voor dag, in liefde en dienst aan God en hun medemens.

@Wim van Putten