
In gesprek met Jan Slot

Jan en Imma Slot
“We zijn rijker geworden door voor anderen en voor Hem te gaan leven.”
Na 57 jaar blikken we terug op een wonderlijk leven.
Een leven geleid door vertrouwen
Het is een warme hereniging als ik Jan Slot na zevenenvijftig jaar weer op deze manier ontmoet. We kennen elkaar sinds 1968, uit de tijd dat we beiden deel uitmaakten van de jeugdgroep van de Gereformeerde Kerk in Rotterdam. Het voelt bijzonder om na al die jaren samen terug te blikken op een leven vol wendingen, uitdagingen en – zoals Jan het zelf noemt – wonderen.
Van Rotterdam naar de wereld
Jan Slot werd geboren in Friesland maar groeide op in Rotterdam, waar onze paden elkaar kruisten. “Eigenlijk kreeg ik een nieuw leven in België,” vertelt hij over zijn multinationaliteit. Zijn levensreis leidde hem van Rotterdam naar Eindhoven, vervolgens naar Engeland, daarna naar Afrika – eerst Ghana, later Kameroen – en uiteindelijk weer terug naar Nederland, waar hij nu al jaren in Amersfoort woont.
Wanneer ik hem vraag of hij Rotterdam mist, lacht hij: “Ik mis Rotterdam niet, al is dat misschien jammer. Ik kom er wel eens. Vooral in de eerste jaren in Eindhoven kwam ik wel eens in de buurt van Rotterdam, bij Ridderkerk. Dan deed ik mijn raampje open en dacht ik: ‘Wat ruikt de auto toch?’ Maar het was de omgeving.”
Het keerpunt op zestienjarige leeftijd
Voor Jan is er één herinnering die boven alles uitstaat: zijn bekering op zestienjarige leeftijd. “Mijn allermooiste herinnering, die heb ik met jou gedeeld,” zegt hij tegen mij. “We waren net verhuisd naar Schiebroek. Ik had bijna geen geld, en mijn broer bood me aan: ‘Als je slaagt voor je mulo-examen, dan krijg je het weekend van de nieuwe Gereformeerde Jeugdvereniging van Schiebroek cadeau.’ Ik dacht: ‘Dat is een risico, want als ik zak heb ik geen geld.’ Dus ik gaf me op.”
Tijdens dat weekend in België gebeurde iets bijzonders. Er was een klein groepje waar ook ik toe behoorde, samen met Jan de Haan, Teun Stortenbeker, Willem van der Linden en Jaap van der Ree. “Jullie gingen bidden met iemand die zijn ‘hart aan de Heer wilde geven.’ Ik wist helemaal niet wat dat betekende. Ik was heel gespannen, stotterde elk woord en had overal huiduitslag. Toen jullie met die jongen gingen bidden – ik weet niet meer wie het was – heb ik stiekem meegebeden. Er kwam zo’n diepe vrede in me, dat ik wist: ‘Ik mag er zijn.’ Die vrede is nooit meer weggegaan.”
Een leven van geloof en daad
Deze bekering werd de basis voor alles wat volgde in Jans leven. “Je draagt je leven op aan de Heer en alles komt daaruit voort,” legt hij uit. Dit principe werd al vroeg op de proef gesteld toen hij en zijn vrouw Imma pas zes weken getrouwd waren. Een jongeman in grote problemen had hulp nodig, en Jan en Imma namen hem in huis – een beslissing die niemand zou aanraden zo kort na het huwelijk.
“Hij is ruim tweeëneenhalf jaar bij ons blijven wonen en is later vanuit ons huis getrouwd. God had daarvoor gezorgd. Het gaat nog steeds goed met hem; hij helpt nu zelf andere mensen.” Hoe konden zij zo’n zware beslissing nemen? “Ten eerste voelden Imma en ik het tegelijkertijd op ons hart, en we hadden er geen onenigheid over. Ten tweede waren er mensen om ons heen die ons steunden.”
Architect van beroep, dienstknecht van hart
Als architect heeft Jan aan indrukwekkende projecten meegewerkt, waaronder grote overheidsgebouwen in Den Haag. Wanneer ik hem vraag of hij daar trots op is, corrigeert hij me zachtjes: “Het woord trots past niet bij me. Ik noem het dankbaarheid. Het is een wonder.”
Hij illustreert dit met een concreet voorbeeld. “Op een gegeven moment leidde ik een groep van veertig, vijfenveertig man. We hadden veel te weinig werk. Ik bid daarvoor. Ik bid ook voor mijn werk. Ik hoorde van een groot project in Den Haag: de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken.” Na een telefoontje met de Duitse architect mocht hij zich de volgende dag presenteren. “Fantastisch! Ik maakte een presentatie, ging er de dag daarop heen en belde een dag later op: ‘Was dit voldoende of heeft u nog meer nodig?’ Hij zei: ‘Nee, we hebben net besloten.’ Mijn secretaresse zei: ‘Godzijdank!’ En een van mijn projectleiders zei: ‘Dit is een geschenk uit de hemel.’ Ik merkte: God zorgt voor ons.”
Crisis als keerpunt
Niet alles verliep echter van een leien dakje. In Ghana, waar Imma ernstig ziek werd onder verdenking van een levertumor, raakte hun huwelijk in een crisis. “We dachten dat we een redelijk huwelijk hadden, maar het stond op zijn grondvesten te schudden. Ik had te hoge verwachtingen van haar en zij van mij.”
De oplossing kwam door nederigheid en gebed. “Op een gegeven moment hebben we samen een afspraak gemaakt: we gaan allebei op de knieën en bidden samen tot God: ‘Heer, wilt U mij wijzen op mijn fouten?’ Dat is voor ons een keerpunt geweest.” Dit werd later de basis voor hun huwelijkspastoraat. “Toen we terugkwamen in Nederland, begon God ons langzamerhand te gebruiken voor andere stellen. Het begon klein, maar het groeide.”
Beproeving in de zending
Ook in het zendingswerk kende Jan zware beproevingen. In Kameroen, waar hij werkte met bijbelvertalers, kwam er een brief van de organisatie: “We bewonderen je, je doet goed werk. Fantastisch wat je allemaal doet. Geweldig. But… je mag niet terugkomen tenzij je onvoorwaardelijk alles doet wat wij zeggen, zonder er één woord over te spreken.”
“Ik heb me kapot gewerkt en me kapot gehuild. Ik heb nog nooit zoveel gehuild. We waren er helemaal kapot van.” Toch bleef zijn vertrouwen overeind. Later werd hij zelfs gevraagd voor de PR-afdeling van diezelfde organisatie. “Kan ik nog enthousiast vertellen over iets waar ik zoveel problemen heb gezien? Ja, dat kan ik, want ik heb zoveel parels gezien in de zending.”
Filosofie van het vertrouwen
Jans levensfilosofie is helder: “Er zit één draad in ons leven en dat is: God zorgt. God zorgt voor ons, ook in diepe dalen.” Hij citeert graag Psalm 23: “Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij.”
“In zo’n dal voelt het niet zo, het voelt alsof God even weg is, maar Hij is er wel. De toppen van de bergen vinden we leuker, maar in de dalen leer je meer.” Wat leer je daar dan? “Dat Hij, coûte que coûte, koste wat het kost, altijd voor ons blijft zorgen.”
Inspiratie uit authenticiteit
Wanneer ik Jan vraag naar mensen die hem hebben geïnspireerd, noemt hij naast mijzelf namen als Anne van der Bijl, Jan Pit, Kees Goedhart en Ger Prakken. “Wat zij uitademden van hun eigen geloof, wat ze doorgaven. Hun authenticiteit.”
Dit raakt een belangrijk punt: “We zijn niet bedoeld om eenheidsworst te zijn. We mogen allemaal zijn wie God ons in onze DNA heeft gemaakt. We hoeven niet op elkaar te lijken. We mogen op onze authentieke manier God dienen.”
Dromen voor de toekomst
Ook op zijn mooie leeftijd heeft Jan nog dromen. Hij en Imma zijn bezig met een boek met de titel “Help! Wij zijn zo verschillend.” Het gaat over een van hun kernboodschappen: “God zet iemand naast je om jou te vormen naar Zijn beeld. Het is juist geweldig als je getrouwd bent met iemand die anders is. Als je met dezelfde bent getrouwd, kan die je niks geven.”
“Mijn grote droom is dat God ons daarin kan gebruiken. Dat we anderen tot steun mogen zijn in hun geloof en hun huwelijk en dat we die stroom van echtscheidingen helpen te stoppen.” Hij wijst op de maatschappelijke gevolgen: “Wist je dat de huidige woningcrisis voor een deel te wijten is aan echtscheidingen? Een echtpaar met kinderen gaat uit elkaar en zowel de man als de vrouw heeft een huis nodig waar de kinderen kunnen komen.”
Een nalatenschap van wonderen
Als slotwoord deelt Jan iets bijzonders. “Laatst heb ik met de kinderen na de kerst aan de koffie gezeten en ik zei tegen ze: ‘Ik wil het met jullie hebben over de nalatenschap.’ Toen zei mijn dochter: ‘Moeten dan de kleinkinderen weg?’ Ik zei: ‘Nee, die nalatenschap, dat huis, de auto of de caravan, verdelen jullie samen maar. Maar mijn nalatenschap zijn de dingen die God in ons leven heeft gedaan, die ben ik aan het optekenen.’ Dat is een lijst van dingen waarin we hebben gezien hoe God heeft gewerkt. Dat is mijn nalatenschap.”
God is een God van wonderen
“God is een God van wonderen,” vat Jan zijn leven samen. “En dan bedoel ik dat we dat niet altijd zien, maar dwars door alles heen gebeurden er bijzondere dingen in ons leven.” Het betekent niet dat alles altijd van een leien dakje gaat, maar wel dat God erbij is en voor je zorgt.
We hebben gemerkt dat we niet voor onszelf zijn gaan leven, maar voor anderen en in de eerste plaats voor Hem. Heeft het ons minder gemaakt? Nee, we zijn rijker geworden. We zijn veel rijker geworden door voor anderen en voor Hem te gaan leven. We zijn hartstikke rijk geworden. En dan bedoel ik niet financieel. Dat mag er ook zijn, maar het gaat in de eerste plaats om je leven met God en met elkaar.”
Na zevenenvijftig jaar blijkt de vriendschap tussen twee jongens uit Rotterdam uitgegroeid tot iets moois. Jan en Imma zijn nog altijd bezig anderen te helpen, te inspireren en hoop te geven. Een leven geleid door vertrouwen – dat is misschien wel de beste samenvatting van Jan Slots verhaal.
Hier kunt u het hele gesprek beluisteren

@wimvanputten