
In gesprek met
Irma van Ommen
Deel 1

Van afwijzing tot onwrikbaar geloof
Het verhaal van Irma van Ommen
Irma zit tegenover me; ze heeft een respectabele leeftijd, al zou je dat absoluut niet zeggen. “Ze schatten me op 18,” lacht ze, “maar ze weten wel beter. Toch een leuk compliment.” We staan aan het begin van een heel bijzonder gesprek, want Irma’s levensverhaal is er een dat begint met diepe afwijzing en eindigt met een onwrikbaar, rotsvast geloof.
Een moeizaam begin
“Ik ben verwekt door een Duitse officier,” vertelt Irma kalm. “Gek genoeg heeft me dat nooit een minderwaardigheidsgevoel gegeven. Ik heb dat in elk geval nooit zo ervaren. In mijn kindertijd was ik een gehoorzaam meisje; het soort koppigheid dat je bij leeftijdgenootjes kon tegenkomen, dat kende ik niet.”
Om Irma’s geschiedenis echt te snappen, moeten we eerst het verhaal van haar moeder kennen. Een verhaal dat eigenlijk al generaties lang over afwijzing gaat. Irma’s moeder werd zelf op zevenjarige leeftijd in de steek gelaten door haar eigen moeder. “Ze zat met haar zusje op een krukje. Ze had twee jurkjes aan. Al het andere in huis was weg. Oma was vertrokken en had de andere kinderen meegenomen.”
Irma’s moeder vond onderdak bij een tante in Haarlem, maar verhuisde later, vanwege haar astma, naar Harderwijk. Ze groeide daar op bij een vermogend echtpaar dat haar als hun enig kind vreselijk verwende. “Toch moest ze op haar zestiende terug naar haar moeder om te gaan werken,” licht Irma toe.
Oorlog, liefde en de geboorte
Het was 1943, midden in de oorlog. Irma’s moeder was 23 en woonde bij haar oudste zus in IJmuiden. Irma’s moeder vertelde haar later: “Mijn moeder bleef maar zeggen dat ik slecht was. En toen dacht ik: ik zal je laten zien hoe slecht ik ben. En toen is ze helemaal losgeslagen.”
Ze werd smoorverliefd op een Duitse officier. Zó verliefd dat ze met hem meeging naar Duitsland, midden in het oorlogsgeweld, naar Bremerhaven. “Het moment suprême brak aan: ze moest bevallen. Ze lag moederziel alleen in het ziekenhuis. En wat deed hij? Hij ging met zijn moeder naar een concert, terwijl zijn vriendin weeën had.”
Irma’s moeder doorstond de bevalling in haar eentje. “Hoe tragisch is dat eigenlijk?” verzucht Irma. De dag erna kwam de verwekker langs en gaf het kindje een naam die Irma tot op de dag van vandaag met gemengde gevoelens uitspreekt: “Irmgard Herta Marie. Herta… vroeger noemden ze herdershonden zo. Vreselijk, gewoon.” Maar gelukkig was er een kraamverpleegster met medelijden. Die heette Irma. “Ze zei: ‘Ach kind, zo’n verschrikkelijke naam voor zo’n zonnetje.’ En zo heeft mijn moeder mij Irma genoemd.”
De vlucht naar Nederland
Irma’s moeder had een vreselijke droom over bombardementen die hun huis troffen. In de droom pakte ze haar kind, maar toen ze de luier omdeed, bleek het ineens een jongetje te zijn. “Ze schrok wakker, volledig overstuur. Daarop heeft ze, midden in de oorlog, al haar spullen gepakt en is ze teruggegaan naar Nederland.” Mijn moeder leefde weliswaar niet met God, maar ze ervoer wel degelijk dat Hij haar door deze droom gewaarschuwd had.
Terug in Harderwijk ging haar moeder werken voor de Wehrmacht als tandartsassistente. Baby Irma bracht de dagen door bij de nonnetjes. En daar ging het bijna mis. “Ik werd doodziek. Ik kreeg een groot abces. Een jong nonnetje fluisterde tegen mijn moeder: ‘U moet uw kind hier weghalen. Ze gaat absoluut dood.’ Moeder-Overste had namelijk de opdracht gegeven: doe dat moffenkind maar in de linnenkamer en ze hoeft geen eten.”
“Daarom zeg ik altijd: zie je die lijn, hoe de Heer daar altijd is geweest van kinds af aan in mijn leven,” reflecteert Irma.
Opgegroeid in Amsterdam
Uiteindelijk vluchtte haar moeder naar Amsterdam. Ze vond werk via een advertentie: een gescheiden man zocht een huishoudster. “Dat werd eigenlijk mijn vader. Hij heeft me nooit geslagen. Hij sloot me in zijn hart en accepteerde me volledig. Hij was dol op mij en droeg zelfs een foto van mij bij zich in zijn portefeuille. Maar het huwelijk met mijn moeder was een verstandshuwelijk, snap je?”
Irma groeide op als oudste van uiteindelijk vier meisjes. Die gevoelens van afwijzing en verwerping bleven een rol spelen. Het was een geestelijke invloed die zich voortzette, van de ene generatie naar de andere, door alle geslachten heen. Haar moeder zei dingen die bleven hangen: “Irma is het kind dat uit liefde is verwekt, en de rest was zomaar gekomen.” Ze speelde Irma ook uit tegen haar zusje. “Dan zei mijn moeder bijvoorbeeld, waar mijn zusje bij was als puber: ‘O, jij was zo lelijk. Mensen schrokken zich rot. En Irma was zo’n mooi kindje.'”
Maar Irma heeft nu meer begrip: “Mijn moeder heeft ooit gezegd: als je geen arm hebt, kun je hem ook niet uitstrekken. Eigenlijk kon mijn moeder het gewoon niet, ze was onmachtig, snap je?” Ik heb geleerd door de problemen en het gedrag heen te kijken naar de mens die erachter schuilt. Zo wordt het gemakkelijker om lief te hebben zonder te veroordelen.
Bekering op vijftienjarige leeftijd
Het gezin kwam tot geloof via de buren. Irma’s moeder veranderde, en uiteindelijk werden ze allemaal gelovig. “Ik was de laatste die tot geloof kwam,” vertelt Irma.
Op haar vijftiende ging ze mee naar een feest. Daar was een architect, van een paar jaar ouder. “Hij had duidelijk een oogje op mij. En ik was zó naïef.” Ze gingen naar zijn huis. Zijn ouders waren er niet. “Toen bleek het gewoon een seksorgie te zijn. Ik zei dat ik naar de wc moest, ben daarheen gegaan en vervolgens keihard naar huis gefietst, huilend.”
Eenmaal thuis, in haar kamertje, viel Irma op haar knieën. “Here God, als U die Heer bent waarover ik gehoord heb, laat U Zich dan alstublieft aan mij zien.” En toen – dat vergeet ik nooit meer – was haar kamer eerst helemaal donker en ineens vulde een helder licht de ruimte, maar vreemd genoeg had ze geen angst; die was compleet verdwenen. Een geweldige rust kwam over haar. In dat moment gaf ze haar hart aan de Here Jezus.
De liefde van haar leven
Op de jeugdavonden ontmoette Irma de broers Jan en Ab van Ommen. Jan was haar jeugdleider en verloofd. “Ik snapte er helemaal niks van wat die verloofde nou in Jan zag. Ik vond hem helemaal niet leuk.” Maar na een jaar, toen Irma zeventien was, sloeg de vonk over. “Toen werd ik verliefd op hem. En dat vond ik zó erg. Een jongen die verloofd was én mijn jeugdleider. Hij was bijna vijf jaar ouder dan ik. Daar heb ik werkelijk veel over gebeden, want ik wenste het niet. Ik wilde niets liever dan dat die gevoelens zouden verdwijnen. Alle meiden in de kerk waren gek op Jan en Ab.” Irma speelde het slim: “Ze kwamen allemaal bij mij uithuilen. En ik zei dan met een stalen gezicht: ‘Wat zien jullie nou in Jan?'”
Tijdens een predikerscursus in Markelo verzorgde Irma op zondagmorgen de zangdienst. Jan kwam binnen. “Hij vertelde: ‘Ik kwam binnen en jij deed daar de zangdienst.’ Als hij nu nog had geleefd, had hij nog geweten wat ik aanhad. Hij zei: het was alsof ik door de bliksem werd getroffen.’” Jan had net een moeilijke periode met zijn verloofde achter de rug. “Toen is hij het bos in gegaan en op de hei gaan liggen. En daar heeft hij gebeden: ‘Heer, heeft U haar gezien? Ik geloof het. Ik ga haar vragen. En als ze ja zegt, dan wordt ze mijn vrouw.’ “
Jan was meteen duidelijk: “Hij zei: ‘Irma, je weet dat ik verloofd ben geweest. Maar ik heb nooit seks met haar gehad, want dat wilde ik bewaren voor ons huwelijk.’ Nou, komende uit zo’n bijzonder gezin waarin ik ben opgegroeid, vond ik dat fantastisch. Wij zijn inderdaad allebei als maagd getrouwd. En daar zijn wij beiden erg dankbaar voor geweest. Vanaf de eerste dag waren we eigenlijk gewoon zielsverwanten.”
Een huwelijk vol liefde
“Heb je een gelukkig huwelijk gehad?” vraag ik. “Fantastisch, gewoon!” antwoordt Irma zonder enige aarzeling.
Hun huwelijk werd ingezegend met een lied: “Waar liefde woont, gebiedt de Heer zijn zegen. Daar woont Hij zelf, daar wordt zijn heil verspreid.” Hun trouwtekst kwam uit Kolossenzen 3:1: “Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.”
“Durk Sprik, een bekende prediker in die tijd, belde Jan op toen hij die kaart met de tekst kreeg. Hij zei: ‘Jan, je hebt het helemaal verkeerd, man! Je gaat trouwen, dan ga je toch niet een vers kiezen ‘want gij zijt gestorven?’ Jan zei: ‘Dan moet je het toch nog even beter lezen.'” De loyaliteit naar elkaar in hun huwelijk was ongelofelijk. “Dat fundament kan de hele wereld aan. De Here God is er altijd en de Here Jezus draagt ons door alles heen.”
Kinderloos, en toch…
Negen jaar lang waren Jan en Irma kinderloos. Ze overwogen adoptie, gingen zelfs naar een kinderhuis in Italië kijken. Uiteindelijk probeerden ze hormoonpreparaten. “Daar ben ik zwanger van geworden. Dat was echt heel bijzonder. Toen kregen we onze dochter. En twee jaar later kregen we nog een zoon.”
Pleegkinderen
Later kwamen ze in contact met pleeggezinnen in hun gemeente. “We hadden twee kinderen, maar we hadden eigenlijk een groot gezin gewild. Jan hield van kinderen en ik ook.” Ze besloten pleegouders te worden. “Bij elk kind dat kwam, hebben we altijd gebeden: ‘Heer, U kent onze kwaliteiten en U kent ook onze valkuilen. We bidden U dat U het juiste kind bij ons brengt.'”
Jeugdzorg had geen jonge kinderen. “Ons oudste kind, onze dochter, was toen tien. En onze zoon was acht. Alles onder de acht is prima, vonden we. Maar dat deden ze dus niet. Aan alle kinderen die bij ons gewoond hebben, hebben we onze liefde en geloof kunnen delen. We hebben altijd een groot hart voor de kwetsbaren gehad.”

@Wim van Putten