
In gesprek met Nynke van Beinum

John en Nynke
Een reis van geloof, liefde en vertrouwen
Het verhaal van Nynke
“Ik ben echt een dankbaar en een gezegend mens.” Dat zijn de woorden waarmee Nynke van Beinum haar verhaal begint en eindigt. Ze vormen de rode draad door haar leven, vol diepte- en hoogtepunten, uitdagingen en zegeningen.
Een rustige jeugd als basis
Nynke Nauta, nu negenenzestig jaar oud, werd geboren in Vijfhuizen. “Mijn vader kwam uit Friesland,” vertelt ze, “en is na de oorlog naar het westen gekomen vanwege mijn moeder, op wie hij verliefd was geworden.” Het bleek een goede keuze, want Nynke herinnert zich een heel lieve vader en een bijdehante moeder die oprecht van elkaar hielden.
Haar gezin was gereformeerd, maar op een manier die het geloof niet echt tot leven bracht. “Er werd een stukje gelezen aan tafel, maar er werd nooit echt over gesproken of persoonlijk gebeden.” Eén moment raakte haar echter diep: als ze jarig was, noemde haar vader haar naam in zijn gebed. “Dat vond ik altijd heel fijn. Hij ziet me.” Die woorden zouden later een veel diepere betekenis krijgen.
Huwelijk en gezin: de zoektocht naar verbinding
In 1979 trouwde Nynke met John, die acht jaar ouder was en uit hetzelfde dorp kwam. Ze kende hem via zijn jongste zusje. Zesenveertig jaar later kijkt ze terug op een huwelijk dat gegroeid is van twee mensen die naast elkaar leefden naar een diepgaande verbondenheid.
“John en ik zijn twee uitersten,” vertelt ze eerlijk. “Hij is heel anders dan ik. Dat blijft uitdagend, maar is ook heel leuk, omdat we van elkaar weten hoe verschillend we zijn.”
In het begin was die verbinding er nauwelijks. “We hielden wel van elkaar, en de kinderen waren ons gezamenlijke project, maar er waren geen diepe gesprekken. Je wist niet hoe je dat moest vormgeven.”
Na een jaar huwelijk werden hun oudste twee kinderen, een zoon en een dochter, snel achter elkaar geboren. De jongste, Jenny, kwam acht jaar later en was eigenlijk hun bekeringskindje. Toen ik tot geloof was gekomen, wilde ik heel graag nog een kind – samen met God. Zij was echt een toegift, een kind met een gouden randje.”
Het keerpunt: een eenvoudig gebed
Het jaar 1988 bracht een ommekeer. Nynke kwam in contact met vriendinnen die heel natuurlijk praatten over geloof en de Bijbel. “Zij hadden echt de Here Jezus leren kennen, zagen God als waarheid en wisten dat je daar een relatie mee kon hebben.”
Het moment van verandering was heel eenvoudig. “Ik ben op een gegeven moment op mijn knieën gegaan – dat zie ik nog steeds voor me – en heb gebeden: ‘Ik wil weer met u praten zoals ik deed als kind.’ Dat was eigenlijk het enige gebed.”
Het resultaat was overweldigend. “Daarna was ik gewoon blij. De wereld kreeg kleur. Ik kreeg geestelijk inzicht. En daar heb ik niets voor gedaan – dat heeft God in mij gedaan.” Die verandering viel ook John op. Waar Nynke eerst vaak ontevreden was en op materiële zaken focuste, werd ze nu een vrouw die meer zorgde voor het huishouden en de kinderen. “Dat is niet iets wat ik bewust heb gedaan, maar gewoon wat God in me uitwerkte.”
Avontuur en zorg: een hart voor de wereld
Haar geloof bracht Nynke’s avontuurlijke kant naar boven. Ze ging met de kleine Jenny naar Oeganda, ontving Afrikaanse kinderen van een kinderkoor in huis, en reisde naar Roemenië en Zuid-Afrika. “Ik heb altijd wel een beetje geleerd om zelf de slingers op te hangen. Dat avontuurlijke element vind ik leuk, maar dan wel het liefst met een doel.”
Tegelijkertijd ontwikkelde ze een hart voor pastoraat. Door het onderwijs van Noortje Goossens leerde ze veel over hoe mensen in elkaar zitten. “Zij is een voorbeeld: ondanks dat ze intellectueel en begaafd is, leeft ze in eenvoud, zonder koude drukte, maar wel heel echt zichzelf.”
De zwaarste beproeving: Zac
Het leven nam een dramatische wending toen Jenny naar India ging voor zendingswerk. Daar ontmoette ze Cameron, een muzikant die door God geroepen was om gospelmuziek in het Hindi te maken. Ze trouwden en kregen een zoon: Zac.
Toen Zac tien maanden oud was, werd hij ziek. Wat begon met koorts, eindigde in een epileptische aanval van anderhalf uur. Drie maanden lag hij op de IC in een Hindoe-ziekenhuis, terwijl de coronamaatregelen ervoor zorgden dat zijn ouders er nauwelijks bij konden zijn en de grootouders niet naar India konden reizen.
“Zac kwam er zwaar gehandicapt uit,” vertelt Nynke. “Hij kon helemaal niets – alleen liggen en lachen. Maar we hielden ontzettend veel van dat kind.” Jenny en Cameron keerden terug naar Nederland en woonden tien maanden bij John en Nynke in. “We hadden in die jaren een huis gebouwd dat groot genoeg was voor een heel gezin. Eerst dachten we: ‘Moeten we wel zo groot?’, maar dat was Gods voorziening.”
Vertrouwen in het donker
De zorg voor Zac was vierentwintig uur per dag intensief. “Niets ging beter met Zac. We konden bidden wat we wilden, maar het ging eigenlijk steeds een beetje slechter. Dat was heel verdrietig om te zien.”
Toch wankelde Nynke’s geloof niet. “Je weet gewoon diep vanbinnen: God is goed. We vertrouwen erop, Heer, dat uw weg de beste is. Als je je daar niet aan vast kunt houden, wat heb je dan? Tegen wil en dank blijf je gewoon vertrouwen.”
Toen Zac uiteindelijk overleed, was er intens verdriet, maar ook een vreemde dankbaarheid. “Zac is nu bij de Heer,” zegt Nynke. “Hij is verlost van alles wat hij niet kon, en dat is een troostende gedachte.”
Maar Zac was niet het enige kleinkind dat ze moesten loslaten. Ook haar dochter Marieke en schoonzoon Cor verloren hun zoontje, David. Hij werd met 32 weken geboren en stierf kort daarna. Het verdriet om David was net zo intens, maar anders van aard: een plotselinge, rauwe schok, in tegenstelling tot de langzame achteruitgang die ze bij Zac hadden doorgemaakt.
“We hebben vier kleinkinderen in onze armen en twee in de hemel,” zegt Nynke, met die mix van dankbaarheid en weemoed in haar stem die je zo vaak hoort bij mensen die zoiets hebben meegemaakt. “Je vraagt je af: waarom? Maar dan denk je: waarom ook niet? En wat verandert een antwoord op die vraag? Helemaal niets. Het lost het verdriet niet op. Het verandert niets aan de situatie.”
De vrucht van volharding
Nu, op negenenzestigjarige leeftijd, kijkt Nynke terug op een leven dat is gevormd door Gods genade. Het huwelijk met John is uitgegroeid tot een diepe verbondenheid. “We hebben geen geheimen voor elkaar. Ook misstappen die we hebben begaan, hebben we samen uitgewerkt.”
Ze heeft haar ‘favoriete rotgevoel’ – het gevoel gedoogd te worden – overwonnen door inzicht en door erover te praten met God en John. Ze doet nog altijd pastoraal werk en heeft geleerd haar grenzen te herkennen. “Als ik mensen niet verder kan helpen, ben ik er niet verantwoordelijk voor en laat ik het probleem bij wie het is.”
Een dankbaar hart
Grote dromen heeft ze niet meer. “Ik zou wel een camper willen, maar John wil het niet,” zegt ze lachend. Wat haar wel bezighoudt, is haar hart om mensen te helpen. “Daar wil ik nog wel even mee doorgaan.”
Als er iets is wat Nynke’s verhaal kenmerkt, dan is het wel de eenvoud waarmee zij door het leven gaat. Geen koude drukte of poespas, maar een oprecht vertrouwen dat zelfs in de zwaarste tijden niet wankelt.
“Ik ben een dankbaar mens,” zegt ze aan het eind van haar verhaal. “Ik ben echt een dankbaar en een gezegend mens.” Dit klinkt niet hol als je haar verhaal kent – het is het verhaal van een vrouw die heeft geleerd dat Gods wegen niet altijd begrijpelijk zijn, maar wel altijd goed.

@wimvanputten