
In gesprek met Gert van den Brink

De liefde vond een weg
Een gezin tussen twee werelden
Gert en zijn vrouw Mahima vormen een gezin dat je op het eerste gezicht misschien niet meteen verwacht. Hij, een Hervormde jongen uit het doodstille Putten; zij, een Vrijgemaakte Gereformeerde uit het bruisende Amsterdam. Ze leerden elkaar kennen via de christelijke datingsite Funky Fish. Al snel bleek dat de culturele en kerkelijke verschillen behoorlijk wat groter waren dan ze aanvankelijk dachten.
Mahima, als tweejarig meisje uit India geadopteerd, groeide namelijk op in een totaal andere traditie. Gert herinnert zich lachend haar eerste kerkgang in Putten: “In Amsterdam hadden ze het orgel al dertig jaar geleden naar buiten geschoven, en de dominee stond in zijn overhemd. Hier kwam een statige predikant in toga de kansel op.” Haar eerste reactie, die hij nooit meer vergeet, was goud: “’Waarom heeft die man een vleermuispak aan?’”
Uiteindelijk streken ze neer in Putten. Dat vroeg voor Mahima een flinke aanpassing aan het collectieve dorpsdenken. “De eerste vijf à zes jaar heeft ze het hier echt lastig gehad,” geeft Gert ruiterlijk toe. “Ze kwam uit de stad, waar je als individu je eigen plan trekt. Maar sinds onze zoon Jesse er is, heeft ze de plek omarmd. Hij kan hier tenminste gewoon op straat spelen, zonder angst.”
Zes jaar zwijgen
De eerste jaren van hun huwelijk stonden in het teken van een opvallende zoektocht. Gert en Mahima gingen letterlijk ‘een rondje kerken doen’ en bezochten zo’n beetje elke kerk in de omgeving – op de katholieke na. Ze kwamen er niet uit en waren daardoor uiteindelijk zes jaar lang kerkloos.
“We keken zondagochtend naar Nederland Zingt, en daarna viel er een oorverdovende stilte,” vertelt Gert. “Je merkte gewoon dat je als gelovige ook je broeders en zusters nodig hebt. Ik miste de gemeenschap en de verbondenheid. Op een gegeven moment zei ik tegen Mahima: ‘Joh, ik krijg gewoon meer en meer een hekel aan mezelf. Ik verander in een zelfingenomen eikel.’ Ik miste de tweemaal-per-zondag-stilzetting uit mijn jeugd.”
De botsing tussen Amsterdam en Putten uitte zich trouwens ook in alledaagse conflicten. De Putterse manier van goedmaken was een tijdje zwijgen en dan weer ‘gewoon’ doen. “Maar zij wilde praten. ‘We gaan zitten en we gaan het uitpraten.’ Dat was ik totaal niet gewend. Dat heb ik écht van haar moeten leren.”
De strenge God en het bosbankje
Gerts eigen geloofsreis kreeg een verrassende wending op zijn zeventiende. Hij groeide op met het godsbeeld van een strenge, alziende Rechter. “De wet werd wekelijks voorgelezen. Je probeerde het, en faalde elke week weer. Dat werkte nou niet bepaald motiverend, zeg maar.”
De doorbraak kwam op een Youth for Christ-kamp. De eerste keer was hij er vooral om met vrienden te “leren bier drinken,” maar het tweede kamp was heel anders. Hij werd geraakt door het verdriet in de levens van leeftijdsgenoten en hoe ze elkaar opvingen. “Ze gingen voor elkaar bidden, zingen en troosten. Opeens werd ik jaloers op een christen. Voor het eerst van mijn leven.”
Op de laatste avond van het kamp liep hij het bos in, vond een bankje en beleefde zijn bekeringsmoment. “De kennis van God had ik al. Het moest alleen nog even zakken naar het hart.” Een vriendin op de jeugdvereniging zag het direct: “Hey Gert, wat is er met jou gebeurd?” Het verschil was simpel: “Vroeger moest ik door het stukje met liedjes uit de Opwekkingsbundel heen bijten. En nu wilde ik zingen en ik wilde niet meer ophouden.”
De onverwachte roeping
Als “stille jongen met een rijke binnenwereld” zwierf Gert door het onderwijssysteem. Hij studeerde Management, Economie en Recht, maar kwam er al gauw achter: “Als ik naar mijn hart luister, wil ik hier helemaal niks mee.” Wat hij wél ontdekte, was het theater. Op feesten en partijen merkte hij dat hij “de zaal kon pakken.” De moeder van een bruid zei: “Gert, hier moet je wat mee doen. Jij stapt het podium op en er gebeurt wat.” Hij kocht een gavetest, zocht op internet naar “iets wat je met je geloof kunt combineren en met creativiteit,” en kwam terecht bij het theaterteam Switch van Youth for Christ. Op zijn drieëntwintigste werd hij aangenomen. Later volgde de docent drama-opleiding in Zwolle.
De echte doorbraak kwam door een toevallige ontmoeting in de trein met Hans, een vriend van zijn jongere broer. Hans stelde voor om samen afscheidsmusicals te gaan ontwikkelen. Gert aarzelde geen moment, de uitspraak van Pippi Langkous in gedachten: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.” Hij begon met het schrijven van korte sketches, geïnspireerd door jeugdheld André van Duin. “Dat vond ik geweldig, hoe die gewoon in een hele korte sketch van vijf minuten emoties kon raken en de lach op het gezicht kon toveren”
Wat Gert en Hans meteen opviel bij bestaande musicals, was het gebrek aan humor. Gerts aanpak was dan ook anders: hij schrijft humor op verschillende niveaus, van grappen voor kleuters tot woordgrapjes voor ouders en grootouders. “Woordgrappen zijn echt voor de ouders. Dan krijg je zoveel bonuspunten.”
Een zwaard van Damocles
Op 1 januari 2018, omstreeks half één ’s nachts, veranderde Gerts leven abrupt. Na een heftige epileptische aanval werd hij wakker in het ziekenhuis. Een tumor van vijf centimeter in zijn hoofd werd ontdekt. Wat opvalt, is hoe Gert reageerde. “Toen ik wakker werd en iedereen om me heen in paniek was, was ik dat niet. Want ik wist: als dit misgaat, ga ik gewoon rechtstreeks naar Jezus. De geloofstheorie werd op dat moment geloofspraktijk.”
Hij begon zijn zegeningen te tellen: hij was net anderhalf jaar verzekerd voor arbeidsongeschiktheid na jaren onverzekerd te zijn geweest, ze hadden net een hypotheek voor hun huis geregeld, én de musical voor groep acht was drie dagen daarvoor ingeleverd bij de corrector. “Het voelde echt alsof God alle schaakstukken op het bord al had neergezet, in het besef dat ik zou vallen.”
Gelukkig bleek het om het meest gunstige, traag groeiende scenario te gaan. Gert werd geopereerd, kreeg chemo en bestralingen, maar een deel van de tumor kon niet worden weggehaald zonder ernstige handicaps te veroorzaken. Het is nu, zoals hij het noemt, een zwaard van Damocles. “Ik krijg elk half jaar een scan en tot nu toe is het gelukkig steeds: het is stabiel.” Ondanks de wisselende energie bleef Gert schrijven. “Al moest ik soms de energie opbrengen om een uurtje of twee per dag iets eruit te persen. Maar het is er gewoon gekomen.”
De warmte van de kerk en familie
Juist vóór de ziekte vonden Gert en Mahima eindelijk hun plek in een kleine evangelische gemeente. “We zijn daar terechtgekomen omdat we ons er gewoon zo welkom voelden. Ze waren nog steeds blij dat we er waren, zelfs als ik op de achterste rij zat met een gezicht als een zuurpruim.” De warmte van de gemeenschap was cruciaal. De koster trok extra stoelen uit de kast als de achterste rij vol was, want hij wist: die mensen willen graag naar achteren. Dat was de warmte. Zo voelden we ons welkom en geaccepteerd.
Ook inhoudelijk klopte het. “De woordverkondiging – we leerden elke week wat nieuws. Het leven als overwinnaar in je geloof, stappen nemen, groeien – daar heb ik ontzettend veel in kunnen leren.” Het kantelpunt was onverwachts: “Ik had op een gegeven moment een dienst waarbij er maar één lied was, één zin die mij raakte. En toen liep ik zó gezegend de dienst uit. Want Hij heeft maar één zin nodig om je te raken, hè?”
Toen de ziekte toesloeg, vormden zowel de kerkelijke gemeente als zijn eigen familie en andere naasten een onmisbare kring van steun: “Dan word je ziek en staat er opeens iemand op de stoep met een pan soep. Kaartjes kwamen uit allerlei hoeken. Dat is een bak liefde die je over je heen krijgt.”
Broodschrijver en laatbloeier
Inmiddels is Gert zestien musicals verder en werkt hij aan nummer zeventien. Hij is een echte ‘broodschrijver’: “Elk jaar moet er een musical komen. Ongeveer een half jaar zijn we creatief bezig, het andere half jaar met promotie, klantcontact en distributie.”
Op zijn zesenveertigste noemt hij zichzelf een laatbloeier. “Natuurlijk denk je achteraf weleens: ‘Had ik maar eerder ontdekt waar mijn passie lag.’ Maar ik ben pas op mijn tweeëntwintigste, drieëntwintigste de theateropleiding binnengestapt. Ik was toen nog niet aan toe aan wat een klasgenootje van zestien al deed.” Ondanks de beperkte energie – “Ik werk vijf uur op een dag en dan is het gewoon op” – blijft hij vernieuwen, recent nog door de samenwerking met een professionele christelijke rapper. Wat blijft, is de kracht van verhalen en gemeenschap. “Woord is vluchtig, maar beeld is pakkend,” zegt Gert. Hij blijft musicals schrijven die generaties kinderen hun basisschool laten afsluiten met humor en muziek, en kerstmusicals die het verhaal van Jezus’ geboorte vertellen.
“Een kerk is meer dan alleen maar een club mensen die op zondag bij elkaar komen,” besluit hij. “Dat is een familie die om je heen staat.” Voor iemand die zijn plek zocht, die zes jaar kerkloos ronddobberde, die een tumor in zijn hoofd kreeg – voor hem is die familie alles. Elke musical die hij schrijft, elke lach, elk moment waarop God een hart raakt – dat zijn de zegeningen die hij blijft tellen.

@Wim van Putten