In gesprek met ….


Assie Friso


Deel 1

Van Workum tot Dubai

Een leven in dienst van Ismaël

Op een prachtig landhuis zit ik tegenover Assie, een vrouw die met zichtbare trots vertelt dat ze 67 is. Haar levensverhaal begint in Workum, dat kleine Friese stadje met 4.000 inwoners. “Ik ben een échte Fries,” zegt ze met een glimlach. “Ik praat met God nog steeds Fries.”

Wortels in een kruidenierswinkel

Assie groeide op in een gereformeerd gezin met twee jongere broers. Haar ouders runden een kruidenierswinkel, en zij hielp al van kleins af aan mee. “Ik ben niet anders gewend dan dat je gewoon de handen uit de mouwen steekt en aanpakt,” vertelt ze. Haar vader was een rechtvaardige, strenge, maar vooral bijbelvaste man met een groot hart voor de politiek. Hij richtte zelfs een eigen partij op.

Toch was het beslist geen kil, religieus gezin. “We werkten heel veel samen en gingen natuurlijk altijd twee keer naar de kerk. Toen we dat op een gegeven moment niet meer deden… ja, dat was wel even anders,” lacht ze. Haar godsbesef was er altijd. “Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het eerst ben gaan bidden. Volgens mij bad ik al toen ik baby was!”

Als elfjarig meisje speelde ze domineetje, met een doosje op tafel als lessenaar, de overdenking van de dominee lezend en psalmen zingend. “Ik wilde altijd iets met ‘het koninkrijk’ doen. Zo noemde ik het toen niet, maar ik wilde hoe dan ook iets voor God doen.”

Youth for Christ en levend Geloof

De puberteit, wat vaak een tijd van afzetten is tegen het geloof, verliep bij Assie echter opvallend gladjes. Toen ze vijftien was, kwam Youth for Christ (YfC) voor het eerst naar Workum. “‘Daar ga ik heen,’ dacht ik meteen,” herinnert ze zich. “Wij waren gewend aan gospelgroepjes in de kerk die keurig drie liedjes zongen en netjes weer gingen zitten. Maar door wat deze jongens, met hun spijkerjasjes en lange haren, zongen gingen we nadenken over wat ze zongen. Dat kwam uit hun hart, niet uit hun hoofd. En toen dacht ik: wat zij hebben, dat wil ik ook!”

Het was haar eerste echte ontmoeting met levend geloof. In de bijbelstudiegroepjes van YfC kwamen mensen van verschillende kerken samen. “We hebben in die jaren, denk ik, echt een opwekking in Workum gehad.”

Maar het thema bekering zorgde voor verwarring bij de altijd verlegen Assie. “Ik dacht: ja jongens, hallo. Ik ben toch altijd met God omgegaan? Hoe moet ik nou tot bekering komen? Wat zijn mijn zonden dan?” Ze hoorde mensen om haar heen praten over wat ze allemaal gedaan hadden, maar dat merkte ze bij zichzelf niet zo.

De doorbraak kwam tijdens een avond met Tonneke Bijker in Lemmer. Zij legde uit over de twee bomen: die van kennis van goed en kwaad, en de Boom des Levens. “Aan die boom van kennis hingen dingen die ik wél herkende: jaloezie, roddel. Toen ben ik daarna naar de nazorg gegaan. Ik kon alleen maar huilen, het raakte me zó. Toen heb ik echt een keus gemaakt voor Jezus.” Ze was vijftien. “Niet dat mijn leven toen ineens drastisch veranderde, maar het was wel een heel duidelijk moment.”

Van Nederland de wereld in

Na deze bekering volgde een intensieve periode. Assie werkte op het hoofdkantoor van YfC, deed een diaconaal jaar en werd later ook stafmedewerker. Ze volgde de School van Jeugd met een Opdracht (JmeO). Van jongs af aan wist ze: “Ik ga nog een keer de zending in.”

Later kwam ze bij Teen Challenge terecht, het opvangcentrum voor drugs- en alcoholverslaafden in Haarlem. Toen dat dichtging, was ze even in dubio. “Mijn hart lag echt bij gebed. Ik vond het ook heel moeilijk als er niet gebeden werd.” Bij JmeO ging de wereld voor haar open over wat voorbede is, wat profetisch is, en dat God kan spreken. “Bediening, gebed, bevrijding… Dat was het.”

Toen Teen Challenge stopte, deed Assie de voorbedeschool. “Toen was het heel duidelijk: ik ga de zending in. Maar er was nog geen specifiek land wat God me had gegeven.”

Ontmoeting met Piet van Walsem

Ze kwam terecht in Shelter (voorheen Berea) in Haarlem. “Ik wist dat ik van de gemeente Immanuël naar Berea moest gaan.” Daar zag ze Piet van Walsem lopen. “Hij was een leider. Mensen zeiden dat ik met hem moest gaan praten over Oost-Europa en over zijn werk in het Midden-Oosten.”

“Ik had niet direct het idee dat ik met hem moest gaan praten. Het was allemaal nog te pril. God moet het óók laten zien, dat proces moet rijpen.” Maar God zei wel tegen haar: “Je moet voor die man gaan bidden.” Een half jaar lang bad Assie voor Piet van Walsem, zonder dat hij het wist.

Totdat twee maanden later de oudste van de gemeente, die verantwoordelijk is voor de voorbede, naar het voorbedeteam kwam en vertelde: “Piet gaat een gebedsreis organiseren naar Bahrein, een klein landje bij Saoedi-Arabië. Hij zou heel graag willen dat het voorbedeteam, waar ik deel van was mee gaat.”

Thuiskomen in Bahrein

Voor Assie was dit haar kans. “Ik stapte in Bahrein uit het vliegtuig en het was alsof ik thuiskwam. Ik was er nog nooit geweest, nog nooit in een moslimland! Ik voelde zó de liefde van God.” Terwijl veel teamleden geïntimideerd waren door de zwarte jurken van de vrouwen en de witte van de mannen, voelde Assie: “Ik kom thuis.”

Die week vertelde Piet zijn nieuwe missie. Tijdens het joggen had hij een beeld gekregen: een baby in zijn armen, verwond, onaantrekkelijk, met blauwe plekken. Een baby die niet leuk was om aan te zien. “Wie is die baby?” vroeg hij aan God. “Dat is Ismaël. Ismaël is verwond, is afgewezen. Eigenlijk wil niemand deze baby.” “Wat moet ik doen met deze baby?” “Zou jij de liefde van Mij naar die baby willen brengen?”

Dat was de start in 1998 van zijn nieuwe organisatie: Desert Stream. Toen Piet dit deelde, dacht Assie: “Dit is wat ik wil. Ik voelde die liefde natuurlijk al.” De volgende dag vroeg hij of ze in zijn nieuwe stichting wilde werken als voorbedeleidster. “Net zoals Reinhard Bonke een Suzette Hattingh had. Piet had niets om aan te bieden, geen financiën. Van toen af aan ben ik ook van giften gaan leven. En toen is het in een sneltreinvaart gegaan.”

Een totaal andere wereld

Bahrein was een totaal andere wereld, een mannenwereld. Maar Assie ervoer iets bijzonders: “Nu denk ik weleens: wat heb ik als vrouw onvoorstelbaar veel kunnen doen. Ik ben er naartoe gegaan om te dienen.”

Ze werkten via de lokale kerken en stelden zich onder hun autoriteit. “Ik kwam om voorbede te doen. Maar kreeg veel open deuren om onderwijs te geven over voorbede.”

Er waren twee soorten kerken: de bovengrondse kerk (Indiase, Filipijnse, Afrikaanse, Koreaanse gemeenschappen) en de ondergrondse kerk (de echte Bahreinen, Omanen die zich bekeerd hadden). Die laatsten leefden uit vrees voor hun familie in het verborgene.

“Ik wist toen ik daar ging werken dat ik niet alleen een keuze maakte voor het land, maar ook voor mijn leven. Ik heb op een dag ook echt een bewuste keuze daarin gemaakt.” Dit was voor de komende jaren haar bestemming.

Op de bres staan

Het werk bestond uit het geven van seminars over voorbede en het organiseren van gebedsteams. Maar wat is voorbede nu eigenlijk?

“Ik geloof dat God zoekt naar bidders die op de bres gaan staan,” legt Assie uit. “In Ezechiël staat het heel mooi: ‘Ik zoek mensen die op de bres gaan staan, die als het ware namens het volk naar God gaan.’ “

Haar favoriete voorbeeld is Mozes. “Het volk had het Gouden Kalf gemaakt. God zei: ga maar naar beneden, Ik ben er helemaal klaar mee, Ik stop ermee. Maar Mozes zei: U hebt beloftes over het volk gegeven. Als U nu stopt, heeft de vijand eigenlijk gewonnen.” Mozes ging opnieuw de berg beklimmen en ging tussen het volk en God in staan. “‘U mag mijn naam wel uitwissen uit het boek, als U maar het volk redt.’ ” “Dat is voor mij het cruciale van voorbede. Het is vaak een onzichtbare rol.” Niet altijd zichtbaar in de wereld, maar wel hoorbaar in de hemel.

Een ander voorbeeld is Ananias, die maar één keer in de Bijbel genoemd wordt. Hij kreeg de opdracht om naar de Rechte Straat in Damascus te gaan, waar Saulus zat, en hem de handen op te leggen. “Hij had wel zo zijn bedenkingen. Ik vraag me af hoe vaak hij getwijfeld heeft tijdens die wandeling naar dat adres. Maar stel je voor dat hij het niet had gedaan! Wat ik zo opmerkelijk vind aan dit verhaal is de belangrijke rol die Ananias had. Hij zette Saulus vrij in een wereldwijde bediening! – de kracht van gebed, wat kan dat ongelooflijk veel bewerkstelligen.”

Een bijzondere ontmoeting

Na jaren van gebed in Bahrein kwam er een bijzonder moment. Assie stond met een vriendin op het trottoir terwijl bussen vol Arabische mensen naar Mekka vertrokken voor de Hadj. Er stond een file en ze stonden vlak bij een auto met open ramen. Een Arabische man vroeg: “Ga je ook naar de Hadj?” “Nee, maar gaat u?” “Ik ben er al geweest, ik ga niet weer voor een tweede keer.” “Ik ben al rein, dus ik ga niet meer.” Hij zat een beetje te brommen. Toen zei hij ineens: “Gezien de situaties in de wereld denk ik erover om christen te worden.”

Assie bad in die fractie van een seconde: “Heer, wat moet ik nou zeggen, voordat die file weer gaat rijden?” Ze kon nog net zeggen: “Vraag aan de Heer Jezus of Hij zich wil openbaren aan u.” En de auto reed weg.

Later, terug bij de Arabische voorganger, deelde ze dit. “Dit is onmogelijk,” zei hij. “Zij mogen niet eens in het openbaar zoiets zeggen.” Een bekeerde moslimvrouw voegde eraan toe: “Dit is onvoorstelbaar.” Maar het was voor Assie een glimlach van God, een teken van genezing. “God is iets aan het doen. Blijf bidden jongens, de deur staat op een kier, we moeten doorgaan.”

Van Bahrein naar Dubai

Na Bahrein ging Assie naar Oman, waar ze een huis van gebed opzette dat tien jaar functioneerde. Maar in Dubai had ze totaal geen zin in. “Ik vind Dubai vreselijk, zo’n bubbel van welvaart en rijkdom. Ik werd altijd misselijk in die stad.”

Totdat ze Bahrein niet meer in mocht. Na ondervraagd te zijn tot half vier ’s nachts, kreeg ze haar paspoort terug met de boodschap: “Je mag het land niet meer in.” Een Arabische voorganger stelde voor: “Ga dan naar Dubai.”

“Oh nee, ik ga echt niet naar Dubai,” protesteerde ze. Maar een paar dagen eerder had ze tijdens gebed sterk gevoeld dat God zei: “De deur waardoor je Bahrein binnenging zal dichtgaan, een andere deur zal geopend worden. Wees flexibel, je komt voor een verrassing te staan.” Ook haar broer had profetisch voor Dubai gebeden voordat ze wegging, wat ze toen wegwuifde. “Ons profeteren is onvolkomen, dacht ze, dit kan niet kloppen. Ik dacht: mijn broer heeft het deze keer mis, maar het bleek een zuiver woord te zijn.” Op het vliegveld besefte ze: die deur is letterlijk gesloten, ik ga nu naar Dubai, en God opent nieuwe deuren.

In Dubai kwam ze in contact met een groep voorgangers die een plan hadden: 31 kerken zoeken die één dag per maand 24 uur bidden, zodat heel Dubai elke dag in gebed staat – een kettinggebed. “Ik zei: dan wil ik ook alle gebedscoördinatoren die elke kerk heeft, trainen. Ik wil conferenties over gebed organiseren.” Zo heeft ze dit werk met vele kerken gedaan. Elk jaar organiseerden ze een grote conferentie. Dit was echt een hoogtepunt in haar werk.



@Wim van Putten