
In gesprek met Bob Hofmans
Een leven uit genade
Deel 2
Hier een samenvatting van deel 1: Geboren in 1939 in Maastricht, groeide hij op in Rotterdam-IJsselmonde met een avontuurlijke jeugd in de polders. Na zijn militaire dienst werkte hij bij Verolme Machinefabriek, waar gesprekken met collega Piet over geloof hem triggerden de Bijbel zelf te bestuderen. Dit leidde tot een radicale bekering – het evangelie zakte van zijn hoofd naar zijn hart.
De overstap van de gereformeerde kerk naar de pinkstergemeente zorgde voor een pijnlijke breuk met zijn ouders, vooral bij zijn doop. Maar later kwam het goed. In zijn moeders huisbijbel vond hij jaren later een schoolblaadje uit 1948: "Jezus is geboren, Jezus is de baas."
Hij ontwikkelde een visie over het Koninkrijk van God als werkelijke realiteit. Voor hem betekent geloof vrijheid in Christus: leven door de Geest, niet onder de wet.
Geloof is geen theorie, maar leven in de kracht van de Geest.
Een glimp van de eeuwigheid
Een heel bijzondere ervaring had ik na een zware hartoperatie in 2011. Ik kreeg regelmatig hartstilstanden – op de meest rare momenten viel ik op de grond. Ik was dan even volledig buiten bewustzijn, maar na een paar seconden of minuten kwam ik weer bij. Uiteindelijk heb ik daardoor een pacemaker gekregen.
Tijdens een van die keren dat ik buiten bewustzijn was – je zou kunnen zeggen dat ik even dood was, want mijn hart klopte niet meer – had ik een bijzondere ervaring. Ik was in een ruimte die leek op een ruimtevaartschip, een ronde bol met ronde vensters waardoor je naar buiten kon kijken. Ik was daar heel bewust, heel aanwezig, ik leefde gewoon. Maar ik kreeg de behoefte om even terug te denken aan mijn aardse leven.
En ik ontdekte dat dat niet ging. Aan de binnenkant van die bol zaten allemaal ladenkastjes, zoals je die vroeger in apotheekwinkels had. Ik trok al die kastjes open, maar er zat helemaal niets in. Ik heb dat zo begrepen – althans, zo interpreteer ik het – dat als je in Gods Koninkrijk bent, bij de Heer, je geen herinnering meer hebt aan het verleden. Aan wat geweest is.
Ik ben niet in de hemel geweest – er zijn mensen die beweren van wel. Die ervaring heb ik niet. Maar wel een bijzonder moment dat ik bij God was en eigenlijk terugverlangde naar de aarde, en dat bleek daar niet te bestaan.
Het heeft me geen moment beangstigd. Ik heb nooit angst gekend als het om de geestelijke wereld gaat. De boodschap dat je verlost bent, dat Jezus je Redder is, heeft mij bevrijd van alle angst op dat gebied. De dood jaagt mij geen angst meer aan.
Bewaard door genade
Wat ik al een tijdje, en dus nu nog steeds, heel sterk realiseer: ik leef uit genade. Er is geen enkel ding te bedenken wat ik zelf gepresteerd heb als het gaat om mijn geestelijke leven. Het is steeds God die mij op het pad heeft gezet, God die mij gered heeft – ook in het natuurlijke leven.
Een van de momenten die mijn geloof een enorme boost hebben gegeven, gebeurde toen ik op de autosnelweg reed richting ons vakantiehuisje. Ik reed honderd kilometer per uur en kwam in de buurt van Nijkerk tot de conclusie dat ik bewusteloos raakte. Het ging niet snel, maar heel bewust. Ik schrok: dit is foute boel, ik rijd honderd kilometer per uur en raak buiten bewustzijn. Dat was een kort moment, daarna was ik echt out.
Ik kwam pas weer bij toen de auto stilstond. De motor was gestopt en ik stond een paar meter voor een sloot, aan de zijkant van de snelweg op een landweggetje. Het is echt alsof je een lichtknopje aan en uit doet. Het knopje ging om en ik was out. Het knopje ging om en ik was weer helemaal bij. Ik wist niets van de tussenliggende periode.
Kennelijk ben ik op de vluchtstrook gaan rijden, naast de vangrail. Daar waar de vangrail de grond in ging, sloeg ik rechtsaf en stopte ik voor de sloot. Ik wist nergens van. Het is volledig buiten mij omgegaan. Ik kan niet anders zeggen dan: de Heer heeft óf mij een engeltje gestuurd die dat deed, óf Hij heeft het zelf gedaan. Ik heb nu zoiets van: mij kan niks meer gebeuren. Dat was heel bijzonder.
Geestelijke strijd
Er is altijd strijd, denk ik. Een strijd die je tot aan het einde van je leven blijft ervaren, want je leeft in een wereld die niet geregeerd wordt door God, maar door de machten der duisternis. Jezus zegt tegen Pilatus: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” Daarmee geeft Hij duidelijk aan dat iemand anders aan de touwtjes trekt in de wereld.
Voor mezelf geldt: die strijd blijft, alleen sta ik er nu anders in. Ik heb nu meer de houding van een overwinnaar – zoals dat in de Bijbel ook genoemd wordt. Overwinnaars in Christus, uiteraard. Die strijd, ja, ik ken nu ook de machten van de duisternis enigszins. Ik weet welke tactiek ze toepassen. Daardoor, door het leven met de Heer, ben ik er beter tegen gewapend, of beter gewaarschuwd. Het is er wel, maar ik ben er meer tegen bestand.
Toen ik pas tot geloof kwam in de zestiger jaren, was er een besef van verandering in de wereld. De wereld was heel erg onchristelijk, en je werd als christen duidelijk herkend en soms ook wel een beetje veracht. Daardoor voerde je meer een soort geestelijke strijd. Als ik vandaag de dag in de kerk rondkijk, zie ik die geestelijke strijd, zoals ik die gekend heb, niet meer zo. Ik ervaar het leven van de doorsnee christen als iemand die gelooft, wedergeboren is, Jezus volgt, maar niet zozeer leeft uit de kracht van de Heilige Geest.
Toevallig zocht ik onlangs op internet naar een evangelist die ik ken van vroeger: Bart Doornweerd. Hij zei: “Ik ben dienstbaar in de gemeente, in de kerk van Christus, in de kracht van de Heilige Geest.” Vanuit die gedachte, vanuit die houding, kon hij het evangelie verkondigen en mensen verder helpen. Die kracht – “dienstbaar in de kracht van de Heilige Geest” – betekent dat je je dienstbaar opstelt naar je medegelovigen, maar dat dat geen onderdanige houding is, niet een ‘ik in mijn kleine hoekje’. Omdat je leeft vanuit de kracht van de Heilige Geest, kun je als christen ook sterk zijn.
Dienstbaarheid in plaats van superioriteit
Iemand vroeg me eens of het niet kan leiden tot een gevoel van superioriteit als je zegt dat je de Heilige Geest hebt en anderen niet. Dat kan, zeker. En ik heb het zelf wel enkele keren meegemaakt dat ik dacht: die houding is van bovenaf, je staat boven de ander. En dat is niet de bedoeling. Je bent juist geroepen als dienaar. Wij kunnen de mensen in de wereld dienen – dat deed Jezus ook. Als je daarboven staat, heb je het volgens mij niet goed begrepen.
Als je de Heilige Geest hebt – dat is de Geest van Christus – dan verandert dat je houding eerder in een dienstknechtrol dan in superioriteitsdenken. In de pinkstergemeente waar ik nu lid van ben, is een heel fijne sfeer. Ik merk heel duidelijk dat de oudsten zich opstellen als dienstbaar aan de gemeente. Ik heb ook situaties gekend waarbij een voorganger of oudsten zich boven de gemeente stelden en dat ook nadrukkelijk lieten merken. Ik denk dat dat niet de bedoeling is.
Inspirerende mensen
Er is één naam die ik absoluut moet noemen als het gaat om mensen die mijn leven hebben verrijkt: Jo van de Brink. Hij was een leraar in het evangelie – hij leeft niet meer. Hij kwam zelf ook uit een gereformeerde kerk, kwam in contact met de Pinksterbeweging, ging studeren, de Bijbel bestuderen met zijn vrouw en ze kwamen tot geestelijke inzichten die mij geïnspireerd hebben.
Met name het contact dat deze man had met zijn hemelse Vader en de inzichten die hij had gekregen in het Koninkrijk van God, in de geestelijke wereld, de realiteit daarvan – die hebben mij enorm geholpen in mijn denken. Als er één naam genoemd moet worden, dan is dat die van hem.
“Merkwaardig genoeg merk ik tot op de dag van vandaag dat hij door heel veel mensen verguisd is. Ik begrijp dat niet, want ik heb door hem geleerd om het Koninkrijk van God beter te begrijpen; het heeft mijn leven verrijkt.”
Twijfel en zekerheid
Iemand vroeg me eens of ik wel eens getwijfeld heb. Misschien wel op cruciale momenten, maar ik kan me dat niet zo goed herinneren. Twijfel over mijn zaligheid? Nee, zeker niet. Nooit.
Natuurlijk heb je wel eens twijfel in je natuurlijke leven, dat je niet precies weet welke keuze je zou moeten maken. Maar dat zijn meer de gewone levensvragen, simpelere dingen eigenlijk. Vaak kun je dan ook met je hemelse Vader overleggen. Dat is de EHBO voor een christen.
Ik ben nu op de leeftijd dat ik me realiseer dat ik de langste tijd op aarde gehad heb. Dat mij een gunstige toekomst wacht, daar ben ik van overtuigd. Dus ik heb daar niet zoveel problemen mee. Er gebeuren van allerlei dingen in je leven, maar mijn leven is in de handen van de Heer. Als ik overlijd, kom ik ook goed terecht. Ik wil best nog wel een tijdje leven, en ik doe mijn best om het evangelie uit te dragen, zoveel mogelijk als dat kan.
Lessen van een leven
Met de kennis van nu zou ik sommige dingen misschien anders hebben gedaan. Wat het meeste accent krijgt, is denk ik mijn houding tegenover medegelovigen. Vroeger, toen we als jeugd gingen evangeliseren, had ik toch een beetje een belerend toontje. Ik sprak met mensen over het evangelie – met de beste bedoelingen, want je wilde mensen Jezus leren kennen – maar het was een soort ‘voet tussen de deur en ze moesten luisteren’-mentaliteit.
Die methode zou ik zeker niet meer gebruiken. Gedurende de loop der jaren werd het heel duidelijk dat evangeliseren veel meer ligt op het persoonlijke vlak: relatie met mensen, kennissen, familie, in je vereniging. Niet aan de deur bellen en zeggen: “Nu komt het evangelie.” Dat heeft ook te maken met leeftijd en met karakter.
Nu, als ik in de kerk kom, zijn de meeste mensen jonger dan ik. Ik heb een afwachtende houding, omdat ik geloof dat God ieder mens – ook als je oud bent – toch gaat gebruiken in Zijn dienst, in Zijn Koninkrijk. Mijn roeping is, denk ik, leraar, bijbelleraar. Ik kan mensen heel veel vertellen, maar ik wacht liever af totdat ik duidelijk merk dat God mij ergens voor gebruiken wil.
In de gemeente is dat ook een aantal keren gebeurd. Oudsten kwamen naar me toe en vroegen me om een taak te doen: het evangelie verkondigen, getuigenis geven, het avondmaal leiden, een dienst openen of sluiten. Ik neem de houding aan dat ik opensta voor vragen van mensen. En ik merk dat mensen ook op grond van mijn leeftijd en ervaring in het geloof naar me toekomen en vragen: “Hoe denk jij daarover? Wat vind jij daarvan?”
Het is niet passief, maar meer afwachtend, ondersteunend. Ik zie jonge mensen die echt potentie hebben, en als ze het aan mij vragen, zeg ik: “Laat die alsjeblieft voorgaan, de jongere groep.”
Genade
Als ik terugkijk op mijn leven, van het doopbad tot nu, dan is er één woord dat alles samenvat: genade. Genade in mijn behoud tijdens gevaarlijke momenten. Genade in de mensen die God op mijn pad bracht. Genade in de vrijheid die ik vond in Christus. Genade in de relatie met mijn hemelse Vader.
Ik zie achteraf duidelijk de hand van de Heer, die mij bewaard heeft in heel veel zaken – lichamelijk, maar ook geestelijk. Dat ik niet uitgegleden ben in verkeerde dingen of in verkeerde situaties terechtgekomen ben. Alles is genade.
En wat dat betreft kan ik met zekerheid zeggen: mij kan niks meer gebeuren. Ik leef uit genade, en dat zal zo blijven tot het einde van mijn dagen.

@Wim van Putten