In gesprek met ….


Het verhaal van Jan van Leeuwen


Hij leek de wereld aan zijn voeten te hebben

‘Goedemiddag mevrouw’

Ik heb vandaag een ontmoeting met Jan van Leeuwen. Een man van de pleinen, van de Veluwe. Niet de Veluwe van de bossen en de heidevelden, maar die van Putten, van Ermelo, van Apeldoorn. De pleinen waar de gewone mensen hun dagelijkse gang gaan. En daar staat hij, Jan. Een beetje een eenzame strijder, soms met een maatje, maar altijd met die microfoon in de ene hand en de Bijbel in de andere.

Het is geen schreeuwer, geen man die je het geloof door de strot duwt. Eerder een man die een getuigenis aflegt, een getuigenis van liefde. Zijn grote liefde, dat is Jezus. Als je langsloopt, spreekt hij je aan, persoonlijk, bijna vertrouwelijk. ‘Goedemorgen meneer, ik hoop dat het goed met u gaat. Jezus houdt van u.’ Of: ‘Goedemiddag mevrouw, fijn dat u eventjes naar me luistert. Jezus heeft u lief.’

Zoals hij het zegt, voel je dat het menens is. Dat het recht uit zijn hart komt. Een hart dat overloopt van liefde, zowel voor de mensen die hij ontmoet als voor zijn God. En nu, vandaag, mag ik hem spreken. Een man met een hart, voor mensen, voor Jezus.

Van welvaart naar waarheid

In een tijd waarin succes vaak wordt gemeten aan materiële rijkdom, vertelt Jan van Leeuwen een verhaal dat deze wereldse waarden op hun kop zet. Zijn levensverhaal is een van diepgaande transformatie: van een welvarende ondernemer naar een man die zijn roeping vond in het dienen van de meest kwetsbaren in de samenleving.

De ondernemer

Jan was een geboren zakenman. Al op zijn achttiende haalde hij zijn vrachtwagenrijbewijs, reed hij in een BMW en had hij de gave om ‘van stenen bijna geld te maken’. Toen hij op drieëntwintigjarige leeftijd werd ontslagen, begon hij voor zichzelf op de markt met fruit. Vier winkels volgden al snel en Jan werd in Gelderland een kampioen in zijn vak.

“Ik had de macht wel in pacht,” herinnert hij zich. “De wereld lag aan mijn voeten. Geld was alles – je kon toch alles kopen? Ik ging op vakantie, maakte reizen, kocht later zelfs een Porsche. Iedereen wilde wel een keer bij mij in de auto.” Het uitgaansleven, de aandacht, de bewondering – Jan genoot van alles wat zijn succes hem bracht. Vanuit zijn gereformeerde achtergrond zag hij zijn welvaart als een zegen. In zijn kerk was geld nooit een probleem geweest. “Hoe zwaarder de kerk, hoe rijker de mensen zijn. Hoe groter de auto’s,” observeert hij nuchter.

Het sprookjeshuwelijk en de schaduw

Jan trouwde met een vrouw op wie hij ‘knettergek’ was. “Smoorverliefd,” zoals hij het zelf omschrijft. Een sprookjeshuwelijk waarin slechts één ding ontbrak: na drie jaar nog steeds geen kinderen. Vijf jaar lang baden Jan en zijn vrouw elke avond om een kind.

Toen werd Janick geboren – zwaar gehandicapt, met een levensverwachting van slechts een week. Het was een keerpunt dat Jan deed twijfelen aan alles wat hij dacht te weten over God en het leven.

De worsteling met geloof

Jans jeugd was doordrenkt van religieuze verwachtingen die hij nooit kon waarmaken. Door bloedarmoede kon hij slecht leren, wat leidde tot slechte cijfers voor psalmlessen en problemen bij zijn belijdenis. Op zijn drieëntwintigste, rijdend in zijn vrachtwagen van Twello naar Apeldoorn, riep hij uit: “Heer God, ga mij alstublieft voorbij, want aan uw eisen kan ik niet voldoen.”

Het antwoord dat kwam was verrassend:

“Jan, dat zijn niet Mijn eisen, maar de eisen van je kerk.”

Dit moment veranderde zijn leven. Hij begreep dat ‘kom zoals je bent’ meer betekende dan alleen de woorden van een liedje – het stond voor daadwerkelijke acceptatie van onvolmaaktheid.

De ontdekking van ware liefde

Zijn zwaar gehandicapte zoon Janick werd zijn leermeester. “‘Tot Mijn eer zo geboren,'” hoorde Jan God zeggen in het ziekenhuis. Het kind dat volgens de wereld ‘niks waard’ was, toonde hem wat echte liefde betekende.

“Mijn zoon had geen verstand, maar had wel die wijsheid die voor wijzen en verstandigen verborgen is,” vertelt Jan. “Door dit kindje is het zichtbaar geworden. Dat kinderlijke geloof van hem, die liefde die hij had, zijn lach – dan zag je ook echt een glimlach van de Heer.”

Zeventien jaar lang zorgde Jans vrouw dagelijks voor hun zoon, soms uren bezig met één maaltijd of medicijnen. Toen Janick stierf, ging er meer verloren dan alleen een zoon: het huwelijk overleefde het verdriet niet. Vijf jaar geleden gingen Jan en zijn vrouw uit elkaar.

De roep naar de straat

Deze ervaringen vormden Jan tot de straatevangelist die hij vandaag is. Hij voelt zich geroepen tot de meest kwetsbaren, de verschoppelingen – precies zoals Jezus deed. “Jezus zegt: ‘Ik ben gekomen voor de zwakkeren, niet voor de sterken,'” legt Jan uit. “Waar de wereld wegkijkt, daar kijk ik juist naartoe.”

Zijn evangelisatiewerk brengt hem naar tattooshops, bij zwervers, op markten – overal waar mensen zijn die door anderen gemeden worden. “Als er een zwakke is in uw midden, moet je die midden in de kerk zetten, want het is een zegen voor de hele gemeente,” citeert hij zijn leidraad.

Weerstand en doorzettingsvermogen

Het pad van een straatevangelist is niet gemakkelijk. Jan werd van markten gejaagd, kreeg bedreigingen – er stond zelfs een briefje op zijn deur dat iemand hem wilde vermoorden. Kerken wezen hem af omdat hij ’te slecht’ was.

Maar ook hierin vond hij kracht. “Hoe meer strijd, hoe groter de overwinning. Hoe zwakker ik ben, hoe mooier de woorden worden,” heeft hij geleerd. Zijn reactie op afwijzing is kenmerkend: “God, ik weet dat ik slecht ben. Dat hoeven ze me niet te vertellen. Maar u hebt gezegd dat u voor zondaars bent gekomen, en een zondaar ben ik.”

Acceptatie en vergeving

Het diepste inzicht dat Jan heeft verworven, is acceptatie van zijn eigen onvolmaaktheid. “Als ik niet accepteer dat dit mijn leven is, kan ik ook geen vergeving ontvangen,” reflecteert hij. “Wie één wet overtreedt, heeft de hele wet overtreden. Dus ik ben ook een moordenaar, ik ben ook een overspeler. Ik heb ook alles gedaan wat niet mocht. Maar als ik dit niet ervaar, waarom zou ik dan een zondaar naar Jezus brengen?”

Een leven in dienst

Vandaag leidt Jan een kleine gemeente waar de zwakken en eenvoudigen een thuis vinden. Mensen die elders misschien niet passen, vinden bij hem acceptatie. Hij past zijn preken aan het niveau van zijn toehoorders aan, zorgt voor koffie en koekjes en creëert een omgeving waar iedereen welkom is.

Zijn boodschap is eenvoudig maar krachtig: God houdt van de zwakken, de verstotenen, degenen die door de wereld over het hoofd worden gezien. In zijn eigen pijn en verliezen heeft hij deze waarheid ontdekt, en nu deelt hij haar met anderen die net als hij worstelen met de discrepantie tussen wereldse verwachtingen en goddelijke genade.

Jans verhaal is een van nederigheid, van het loslaten van eigen kracht en het vertrouwen op iets groters. Van welvaart naar waarheid – een reis die hem uiteindelijk meer rijkdom heeft gebracht dan al zijn eerdere successen bij elkaar.


@Wim van Putten