In gesprek met ….


Gesprek met Jan Best

Deel 1


Wat je leest, is een bijzonder drieluik dat draait om Jan en Anneke Best. Hoe je hun levensverhaal in één zin samenvat? Zeeman, zeiler, zendeling. Daar zit een wereld van avontuur achter. Samen delen ze inspirerende verhalen over hun werk in de havens op de zeeschepen. Bijzondere momenten van geloof en genade die ze als koppel meemaakten.

Zee, liefde en geloof

Het verhaal van Jan Best

Als Jan Best zijn leven in een paar woorden moet samenvatten, kiest hij voor een krachtige drie-eenheid: zeeman, zeiler, zendeling. Drie loopbanen, drie roepingen die hij één voor één volgde. Maar achter die ogenschijnlijke eenvoud schuilt het meeslepende verhaal van een man die compleet bij zijn kladden werd gegrepen door God, wiens leven totaal op z’n kop ging, en die uiteindelijk zijn echte bestemming vond op de kade van IJmuiden – met een Bijbel in zijn hand in plaats van een bevelschrift.

De onbedwingbare roep van de zee

“Ik was een jongetje van vijf toen ik al zeeman wilde worden,” vertelt Jan. “Ik weet eigenlijk niet beter. En in mijn hart ben ik dat eerlijk gezegd nog steeds.” Geboren in Koog aan de Zaan in 1944, groeide hij op in de Zaanstreek, maar zijn hart klopte voor de zee. Waar die immense liefde vandaan kwam? Geen idee. “Dat is waarschijnlijk overgeërfd van een verre voorvader of zoiets. Ik was de enige in de hele familie die voer. Dat werd door mijn ouders ook niet echt op prijs gesteld, hoor. Ze dachten: ach, dat waait wel weer over. Maar het is dus nóóit overgewaaid.”

En nee, die fascinatie is nooit verdwenen. “Dat majestueuze, die weidsheid… ik kan het bijna niet in woorden vatten,” zucht hij. “Als ik nu langs het strand loop en ik hoor de branding op het strand neerslaan, dan doet dat me iets.” Zelfs vandaag de dag, als hij schepen opgaat in IJmuiden om het evangelie te brengen, springt zijn hart nog op. “Dan stap ik aan dek en ruik ik die scheepsolie, de verf, de zilte zeelucht. Die kombuisluchten, de hele mix. Dan gaat mijn hart nog steeds zo tekeer. Daar zou ik het liefst zo mee wegvaren, maar dat ga ik dus niet doen.”

Wat hij nog wel heeft gedaan is zeilen. “Zeilen is altijd mijn grote passie geweest,” vertelde hij me eens. “Mijn allerlaatste scheepje was een prachtige Engelse Zeilyawl. Daar heb ik me wel 22 jaar lang enorm mee vermaakt!” Ze had een bijzondere naam, die Yawl: ICHTHUS. Een naam met een diepe betekenis, want de letters staan voor ‘Jesous Christos Theo Uios Soter’. Vrij vertaald: ‘Jezus Christus, Zoon van God, Redder’. Hij noemde haar dan ook zijn drijvende evangelisatiemiddel, een prachtige manier om zijn geloof en zijn liefde voor het water met elkaar te verbinden.

Een man van de wereld

Jan klom op tot kapitein. Zijn rang gaf hem absolute macht over zowel de bemanning als het schip; hij was de eindverantwoordelijke voor alles. Het maakte hem tot een man die door het leven stapte met de neus in de wind en niemand iets verplicht was. “Ik was de wereld al tien keer rond geweest en was echt een man van de wereld. Ik was wel gelovig, maar op een heel laag pitje. Een man met verbeelding. Heel eerlijk, soms ronduit walgelijk,” bekent hij nu.

Die periode, voordat hij Anneke leerde kennen, had hij een behoorlijk ruig leven geleid. Hij praat er liever niet over – het is privé. Maar hij erkent ruiterlijk: “Er is een duistere fase in mijn leven geweest.” Een oud leven vol keuzes die blijvende sporen nalieten.

De totale ommekeer

Alles veranderde toen hij 24 was. Na 26 maanden in ‘de Oost’ te hebben gevaren, kwam hij terug met studieverlof voor zijn tweede rang. Hij was single, en iemand attendeerde hem op een bijbelstudieweekend voor jongeren. “Dat was gewoon een verkapte huwelijksmarkt,” zegt hij met een lach. “Ik dacht: nou, dan ga ik daar maar eens kijken.”

Hij kwam pas laat aan, op zaterdagavond tegen zessen. Tijdens de pauze kwamen alle jongeren de trap af in het grote landhuis in Lage Vuursche. En daar zag hij haar. Helemaal langs de zijkant. “Ik stond dertig meter bij haar vandaan. Toen dacht ik bij mezelf: dát is mijn vrouw.”

Voor Anneke was het minder vanzelfsprekend. “Er stond zo’n jonge gast,” herinnert zij zich. “Ik had verhalen gehoord over dat losbandige leven van hem. Ik dacht: nou, het moet wel héél wat worden, wil ik daarin meegaan.”

Maar het werd wat. “God heeft mij echt bij mijn kladden gegrepen,” vertelt Jan met nadruk. “Hij heeft mij uit de wereld getrokken waarin ik leefde en mij met mijn voeten op de Rots, op Christus, gezet. Anneke is het middel geweest om mijn leven een totale ommekeer te geven.”

Anneke zette hem weer met beide benen op de grond. “Zij zei: ik heb liever dat je een beetje gewoon doet in plaats van een beetje kapsones. Wat dat betreft is dat wel een ommekeer in mijn leven geweest.”

Varen voor het gezin

Ze trouwden in december, een dag die direct door verdriet werd overschaduwd. Anneke’s moeder werd twee weken voor de bruiloft geopereerd en kwam niet meer bij. “We zijn als bruid en bruidegom nog bij haar op bezoek geweest in het ziekenhuis. Een vreselijke trouwdag. Iedereen liep te huilen.”

In januari zette Jan koers naar Lagos om daar als derde stuurman aan de slag te gaan op een schip van de Koninklijke Java-China Paketvaart Lijnen. Na een tijdje gooide hij het roer om en nam ontslag bij de rederij. Hierna werkte hij als eerste stuurman op verschillende hopperzuigers. De echte stap volgde op zijn zesentwintigste: toen werd hij kapitein. Dit had een groot voordeel, want zo kon hij eindelijk vaker thuis zijn. Het leven als zeeman betekende lange periodes van afwezigheid. “Er was geen e-mail of mobiel. Ik was gewoon helemaal van de wereld,” legt hij uit. “Zij kreeg na drie weken een blauwe brief en dan zat ik alweer op een andere plek.” Dit heeft hij twee jaar volgehouden. Omwille van Anneke, de kinderen en het gezin, besloot Jan te stoppen met varen. Hij ging werken op luchthaven Schiphol. De dagelijkse rit vanuit Heiloo – een uur heen, een uur terug – was slopend. Daarom verhuisden ze in 1974 naar Alphen aan den Rijn, om de reistijd te halveren: nog maar vijfentwintig kilometer. Ze kochten een huis en zijn er nooit meer weggegaan. Nu, vijftig jaar later, wonen ze nog steeds in Alphen, één huis opgeschoven van hun eerste woning.

Een verrassende Schiphol-carrière

Op Schiphol werkte Jan 27 jaar en kreeg hij alle kansen om zichzelf te ontwikkelen. “Echt een prima werkgever, ik heb een mooie loopbaan gehad,” zegt hij. Hij werd verantwoordelijk voor sneeuwruimen en gladheidbestrijding en was twintig jaar lang secretaris van een internationale werkgroep van grote West-Europese luchthavens.

Vijf jaar voor zijn pensioen kreeg hij de toezegging dat hij het hoofd zou worden van een groep van 150 man. “Ik was eigenlijk min of meer al Hoofd Uitvoering. Ik zou de totale leiding krijgen.” Maar op het laatste moment is die functie aan zijn neus voorbijgegaan. Niet omdat hij iets verkeerd had gedaan, maar omdat de directie liever iemand anders op die plek wilde.

“Dat was voor mij wel een behoorlijke tegenvaller. Ik vond dat heel lastig om te verteren,” geeft hij toe. “Ik dacht: Heer, hoe kan dat nou? Wat heb ik verkeerd gedaan?” Hij liep huilend door het Bospark in Alphen aan den Rijn, alleen met zijn verdriet en vragen.

Maar die teleurstelling werd de opening naar iets veel beters. Hij zette een consultancy op binnen Schiphol, gespecialiseerd in sneeuwruimen en gladheidbestrijding. Door zijn internationale contacten kon hij zijn kennis verkopen aan andere luchthavens. “Dat ging buitengewoon goed. Daar is echt heel veel geld mee opgeleverd voor de luchthaven.”

Met 55 ging hij met pensioen en kreeg hij toestemming om het consultancywerk als eenmanszaak voor eigen rekening te doen. Nog zeven jaar lang deed hij dat werk. “Ik had nooit verwacht dat het zo zou lopen. Het heeft me echt geen windeieren gelegd. Ik had helemaal niet op die stoel gemoeten; ik moest juist iets heel anders gaan doen.”

De derde roeping dient zich aan

Toen Jan met pensioen ging, sprak hij tot de Heer: “Heer, ik wil. Ik heb nu de tijd. Wat kan ik voor U doen? Wat kan ik voor U betekenen?” Daarvoor was hij altijd ’s morgens heel vroeg naar zijn werk, ’s avonds laat thuis, en in het weekend nog druk met zijn baan.

Sindsdien, nu al 26 jaar, begint hij elke dag met een stille tijd. “Zeven dagen in de week, elke ochtend. Ik ga om 7.00 uur mijn bed uit. Dan spreek ik met de Heer en lees ik. Ik doe aanbidding, dankzegging en ik stel vragen aan de Heer. En dan vraag ik of Hij alstublieft iets tegen mij wil zeggen, een boodschap voor mij heeft.”

Elke dag krijgt hij een antwoord. “Dat beschouw ik gewoon als een antwoord van de Heer aan mij. Daar sta ik echt van te kijken. Soms hoor ik mezelf zeggen: ja, hoe is het mogelijk?”

Met bijbels naar de haven

Jan en Anneke zijn een indrukwekkend werk gestart: het bezoeken van schepen. Zij zien dit echt als een roeping van God voor hun leven. Inmiddels staat de teller op bijna 1300 bezochte vaartuigen. Dit vergde in de beginjaren een aanzienlijke inzet; ze bezochten soms wel vier, vijf of zelfs zes schepen per dag.

Dit ‘schepenwerk’ is in 2006 begonnen. De focus lag de eerste jaren uitsluitend op de cruiseschepen die in Amsterdam aanmeerden. Sinds 2009 zijn daar de vrachtschepen bij gekomen, onder meer in IJmuiden. Tot op de dag van vandaag vormt dit hun enige werkterrein. Zij besteden hier al hun tijd en energie aan.

Anneke wachtte in de auto met kleine geschenken voor de vrouwen en kinderen van de zeelieden, terwijl Jan de bijbels en de flessenscheepjes als cadeautje voor de kapitein bij zich had aan boord. “Ik heb als presentje voor de kapitein een scheepje in een fles,” legt Jan uit. “Die wordt gemaakt door een broeder uit Hardinxveld-Giessendam. Echt heel leuk en heel goed gedetailleerd. Daar begin ik dus mee. Maar ik zeg erbij: dit is alleen maar voor de aardigheid. Mijn hoofddoel is: ik heb het Woord van God, bijbels in jullie eigen taal, en die wil ik aan jullie geven.”

Zijn achtergrond als kapitein is daarbij een enorme hulp. “Heel veel mensen zien zo’n kapitein, die gedraagt zich meestal ook als een koning. Daar durf je eigenlijk niet aan te komen. Maar ik benader ze als gelijkwaardig. Vooral als ik vertel wat mijn achtergrond is, dan wordt dat meteen geaccepteerd. Dan zie je de hele verhouding, de sfeer wordt gelijk anders.”

Een eerste stuurman op een vriesschip (bevroren lading) zei aanvankelijk dat ze geen tijd hadden. “Toen zei ik: ik weet wat het is als eerste stuurman, dat je veel aan je hoofd hebt vlak voor vertrek. Toen keek hij op: ben je eerste stuurman geweest? Ja. Hij zegt: nu kunnen we praten. Kom, we gaan eerst even een bakkie doen.”

Ontmoetingen die blijven

Maar het zijn niet de vijf of zes schepen per dag die Jan het meest bijblijven. Het zijn de bijzondere ontmoetingen, de momenten waarop Gods hand zo voelbaar was.

Slechts twee keer werden ze weggestuurd. Een Russische kapitein zei alleen maar “no” terwijl hij met zijn hoofd in zijn bord zat te lepelen. Een Chinese kapitein was echt pisnijdig, kwam helemaal naar beneden op het dek om te zeggen dat Jan moest weggaan. “No Bibles on my ship.” Jan vermoedt dat het te maken had met zijn levensovertuiging: communist en atheïst.

“De eerste keer voel je je toch wel afgewezen, gekwetst,” geeft hij toe. “Maar die fase ben ik voorbij. Ik vind het eigenlijk alleen maar jammer voor henzelf. Ze onthouden zichzelf, zonder dat ze het weten, wat ze doen. En daarmee ook de bemanning.”

Maar veel vaker zijn het de ontmoetingen die hoop geven. Die Chinese kapitein met wie hij avondmaal vierde, bijvoorbeeld. Het schip zou om 11.00 uur vertrekken, maar Jan vroeg wat de man het meest miste. “Het medecontact, het contact met medechristenen,” antwoordde de kapitein. Op dat moment werd er aan de deur geklopt. Het vertrek was uitgesteld tot 14.00 uur.

“Ik zei: nu we toch tijd hebben, zou ik het op prijs stellen als wij met z’n drieën het avondmaal vieren. Hij zei: dat zou ik heel graag willen.” Met papieren bekertjes met wijn en een creamcracker vierden ze samen avondmaal. “We hebben elkaar nog nooit eerder gezien. We begrepen elkaar. En dan zitten we met z’n drietjes aan tafel en vieren het avondmaal.”

De tekst die hij altijd deelt

Er is één Bijbeltekst die Jan steevast aan de kapiteins laat lezen: Filippenzen 4 vers 6 en 7. “Wees u in geen ding bezorgd, maar laat alles met gebed en smeking bekend worden bij God.”

Hij legt het uit: “Die kapiteins moeten soms moeilijke beslissingen nemen. En ze kunnen niet te rade gaan bij hun collega’s, want die zijn allemaal ondergeschikt. Hij wordt geacht die beslissing zelf te nemen. In die gevallen, als je gelooft in God en Jezus, dan is er altijd een andere mogelijkheid. Die tekst uit Filippenzen 4. Daar kun je alles kwijt voor de troon van God, en dan krijg je de toezegging, een belofte, dat je de vrede van God in je hart krijgt. Dan kun je relaxen, dan kun je veel betere beslissingen nemen dan wanneer je hevig gespannen bent. Dat snappen ze en dat vinden ze allemaal waar.”

Een andere Chinese kapitein las een tekst voor uit dit zelfde gedeelte en zei: “The Lord is coming soon.” Jan keek verbaasd op, want in de tekst stond toch echt: “The Lord is near.” De kapitein hield echter voet bij stuk en herhaalde: “The Lord is coming soon.” Toen viel het kwartje bij Jan. Wat bleek? In de Griekse grondtekst kan het woord namelijk zowel met ‘nabij’ (in afstand) als met ‘aanstaande’ (in tijd) vertaald worden. De wederkomst van Jezus is dus echt aanstaand. Dat is feitelijk wat er staat! Bijzonder, hè? Dan steek je nog eens wat op!



@Wim van Putten