In gesprek met ….


Het verhaal van Ico Abis


‘Je verleden hoeft niet je toekomst te bepalen’

Wanneer ik ’s ochtends even door mijn Facebook-tijdlijn scrol, kom ik regelmatig een bericht tegen van Ico Abis. Samen met zijn vrouw Andrea deelt hij zijn dagelijkse overdenkingen over zijn leven met God. Hoewel veel mensen dat doen, is Ico’s verhaal toch anders. Het raakt me dieper. Hij is namelijk ernstig ziek, en als er geen goddelijk wonder plaatsvindt, kan zijn aardse leven binnenkort voorbij zijn.

Ik heb diep respect voor hem en voor zijn vrouw, die dagelijks trouw aan zijn zijde staat. Zijn onwankelbare vertrouwen maakt diepe indruk op me. Dat inspireerde me om hem te vragen of ik hem mocht interviewen, zodat zijn getuigenis ook andere mensen zou kunnen zegenen.

Ico’s antwoord was hartverwarmend, maar ook eerlijk. ‘Goedemorgen Wim, dank voor je reactie op mijn dagelijkse schrijfsels,’ schreef hij. ‘Als het wonder uit de hemel niet op aarde plaatsvindt, zal mijn tijd hier nog maar van korte duur zijn. Ik probeer die tijd – als er energie genoeg is – met mijn geliefden door te brengen. Hierdoor ga ik geen ‘nieuwe’ contacten meer aan. Vind het heel mooi wat je doet, veel zegen toegewenst. Wil je wel een link toesturen over mijn getuigenis. Warme groet, Ico.’

Ik begreep hem volledig. ‘Dag Ico, ik snap je helemaal,’ antwoordde ik. ‘Ik heb zelf de afgelopen vijf jaar twee keer kanker gehad, dus ik weet dat er in zulke momenten, zeker als er medisch gezien geen hoop meer is, weinig energie overblijft. Natuurlijk maak je dan de keuze die je hebt gemaakt met betrekking tot nieuwe contacten. Stuur mij je getuigenis maar toe, dan kan ik het op een bepaalde manier gaan verwerken. Sterkte en zegen van onze Heer toegewenst. Groet, Wim.’

Ico stuurde me de links van twee video’s, een van een programma van de EO en een van Xpedition Glory. Ik heb de verhalen uit deze video’s gebruikt om het verhaal van Ico toch te kunnen vertellen, zonder dat ik hem persoonlijk heb gesproken.

Wie is Ico Abis?

Ico Abis is een man die, geconfronteerd met kanker en zijn naderende dood, met opmerkelijke waardigheid en geloof zijn laatste levensfase doorleeft. In zijn persoonlijke reflecties toont hij zich als iemand die eerlijk naar zijn verleden kijkt – hij geeft toe 27 jaar lang zonder geloof te hebben geleefd – maar vooral uitstraalt wat hem nu drijft: een diepe dankbaarheid voor de kleine dingen, onvoorwaardelijke liefde voor zijn vrouw Andrea en hun gezin, en een rotsvast vertrouwen ondanks intense fysieke pijn.

Zijn lichaam wordt steeds zwakker en soms slaapt hij wel 20 uur per dag, toch blijft zijn geest helder en zijn hart warm. Hij ziet wonderen in vrienden die spontaan zijn tuin komen doen, koestert het eenvoudig samen bidden met Andrea, en gaat nog naar zijn gemeente toe zolang zijn lichaam het toelaat.

Ico is een man zonder illusies over zijn toestand, maar met een opmerkelijke innerlijke rust. Hij spreekt openlijk over zijn ‘laatste verhuizing’ naar de hemel, maakt zich zorgen over de wereld waarin zijn kleinkinderen moeten opgroeien, en benadrukt tot het einde het belang van vrede en vergeving. Zijn verhaal is er een van menselijke kwetsbaarheid en geestelijke kracht, van bewust afscheid nemen terwijl er nog ruimte is voor liefde, dankbaarheid en hoop.

Een jeugd vol duisternis

Maar het verhaal van Ico begint veel eerder, in een kindertijd die eigenlijk geen kindertijd was. Als je op je vijftiende in de jongensprostitutie belandt achter het Centraal Station in Amsterdam, is er in je leven al heel wat gebeurd.

‘Ik heb geen kindertijd gehad,’ vertelt Ico zelf. ‘Mijn kindertijd was een leven vol mishandeling en misbruik. Dus geen kindertijd.’ Het begon toen Ico een jaar of drie, vier was. Zijn vader was naar Nederland gekomen en had zijn moeder ontmoet. Halverwege de jaren zestig van de vorige eeuw vertrokken ze naar Italië, waar zijn vader samen met zijn opa een veetransportbedrijf begon. Maar er werd stevig gedronken, en als zijn vader dronken was, werd hij zeer agressief.

‘Elke vier dagen was je aan de beurt en dan weet je gewoon dat je in elkaar geslagen wordt,’ vertelt Ico. Vaak zaten ze al klappertandend aan tafel van: ‘O jee, hoe komt papa thuis?’ Het slaan en mishandelen van Ico had eigenlijk geen reden nodig – al lag zijn vork maar een beetje scheef naast zijn bord, dat was voldoende reden om die kleine jongen hard te slaan.

Het donkerste geheim

Maar dat was niet het enige wat Ico meemaakte. Als hij overdag de klappen van zijn vader had gehad, begon ’s nachts opnieuw de ellende. Dan begint het misbruik. Vanaf zijn vijfde jaar werd dit kereltje al regelmatig seksueel misbruikt door zijn oudste broer. Ruim tien jaar lang leefde Ico in angst – overdag bang dat zijn vader dronken thuiskwam en hem zou slaan, ’s nachts bang dat zijn broer zich weer aan hem zou vergrijpen.

‘Ik was jaloers op dat vriendje van mij die overleden was. Dus dan praat je over een zeer jonge leeftijd dat ik al een doodswens had,’ bekent Ico. Een doodswens – ja, als kind. Bij wie kon hij terecht? Nergens. Misschien heeft hij een poging gedaan om het aan iemand te vertellen, maar die vertelde het aan zijn vader. Er was altijd een soort dreiging: als dit buiten de deur komt, dan is het huis te klein.

De vlucht naar verder verderf

Toen Ico vijftien was, keerde het gezin terug naar Nederland. Zijn vader was gestopt met drinken, de agressiviteit was weg, en zijn broer was in Italië achtergebleven omdat hij in het leger zat. Voor Ico stopten het misbruik en de mishandeling, maar hij kon er niet mee omgaan. Hij had zo’n onrust dat hij gewoon niet meer thuis kon wonen.

‘Ik kon mijn vader niet meer aankijken, mijn moeder ook niet meer,’ vertelt hij. Dus besloot hij van huis weg te lopen. Hij pakte de trein en wist eigenlijk niet waar hij naartoe kon. Hij kwam terecht in Amsterdam. De eerste nacht in Amsterdam werd hij meegenomen, gedrogeerd en misbruikt. Hij raakte aan de drugs, het gokken en het drinken. De verslaving was begonnen. Hij vluchtte van huis, maar kwam in hetzelfde terecht, hier in Amsterdam.

Ico raakte verslaafd aan drugs, gebruikte heel veel alcohol, raakte verslaafd aan gokken en prostitueerde zichzelf om aan geld te komen. ‘Alles om maar niet te hoeven voelen,’ zoals hij het zelf omschrijft. En dat ging zo jaren door – jaren van prostitutie, van drugs gebruiken, het steeds verder wegzakken in verdriet, ellende en pijn.

De wanhoop en de wending

Op zijn 27e was Ico zo ver dat hij zei: het is nu echt klaar, ik stop met leven. Het verdriet was te groot, hij trok het niet meer. ‘Met dat gevoel liep ik buiten – ik maak er een eind aan.’

Maar juist op dat moment gebeurde er iets bijzonders. Ico had wel een godsbesef – in Italië, het hartstikke katholieke land, was hij door de nonnetjes onderwezen op school en was hij misdienaar geweest. En dus schreeuwde Ico het uit naar God om in te grijpen als Hij wilde dat Ico bleef leven.

‘Als er dan nog een God zou zijn, moest Hij nu ingrijpen,’ dacht Ico. En dat gebeurde ook. ‘God vond het wel waard dat ik leefde. Hij vond het niet waard dat ik dood zou gaan.’ Hoe merkte hij dat? ‘Dat ik rust kreeg. En rust had ik nooit ervaren. Ik hoorde vogeltjes fluiten, ik rook als het ware de natuur, ik zag de vrolijkheid in de mensen. Het was ineens een soort openbaring. En de behoefte naar dat verslavende middel was weg.’

De weg naar genezing

Ico liep wel eens langs een evangelische gemeente waar hij altijd gezang hoorde. Op een dag stapte hij naar binnen. In de kerk werd hij aangesproken door iemand aan wie hij vrij snel zijn verhaal vertelde. Deze man begeleidde Ico naar hulp – hij kwam bij een christelijke psychiater en ging in therapie.

Na vele maanden van heftige therapie ontdekte Ico een belangrijke sleutel om los te komen van zijn pijn en angst van het verleden. ‘Ik heb ervaren dat bij mij de genezing pas plaatsvond op het moment dat ik zelf ook kon vergeven.’ Hij realiseerde zich: als ik God vraag om vergeving van wat ik heb gedaan, hoe kan ik dan zelf mijn biologische vader en mijn broer niet vergeven?

‘Nadat ik mijn vader heb vergeven, heb ik ook niet meer de pijn gevoeld en de mishandeling. Je weet dat ze er zijn, maar ik ben bewust een nieuwe relatie met hem aangegaan.’ In de laatste maand van zijn vaders leven waakte Ico een maand lang bij zijn bed. Hij regelde de begrafenis en sprak op de uitvaart – waarbij hij alleen maar goede dingen vertelde. Hetzelfde gebeurde met zijn broer. Ook hem kon hij vergeven, ook daar mocht hij de begrafenis regelen. ‘Wat heeft dat je gegeven?’ vraagt de interviewer. ‘Rust en vrede,’ antwoordt Ico. ‘Rust en vrede.’

Een nieuw leven

God gaf Ico zeven jaar rust, en toen werd hij op een morgen wakker uit een droom waarin God letterlijk tegen hem zei: ‘Wat ik voor jou gedaan heb, dat mag je voor jezelf houden, maar je mag het ook aan de mensen vertellen.’

Ico solliciteerde bij De Hoop in Dordrecht, een afkickkliniek, en werd daar aangenomen. Later werkte hij bij Stichting Verslavingszorg en startte hij zijn eigen afkickkliniek. Tot op de dag van vandaag helpt hij mensen in ambulante vorm. ‘God heeft het kwade en de dingen die ik heb meegemaakt weer gebruikt om later mensen te kunnen helpen, mensen te kunnen bemoedigen, mensen als het ware ook te laten zien: ook al ben je misbruikt, ook al ben je mishandeld, laat je verleden niet bepalen wat je toekomst wordt.’

De laatste fase

En nu, in zijn laatste levensfase, geconfronteerd met kanker, blijft Ico getuigen van Gods goedheid. Zijn vrouw Andrea staat hem dagelijks terzijde, en ondanks zijn ziekte blijft zijn vertrouwen onwankelbaar.

Als ik aan Ico denk, dan zie ik een man die het diepste dal heeft doorlopen dat een mens kan meemaken, maar die door Gods genade niet alleen uit die diepte is getrokken, maar ook tot zegen is geworden voor vele anderen. Zijn verhaal toont aan dat geen leven te beschadigd is voor Gods liefde, geen verleden te zwaar voor Zijn genade, en geen toekomst te donker voor Zijn licht.

‘Je verleden hoeft niet je toekomst te bepalen’ – dat is de boodschap die Ico ons nalaat. Een boodschap geboren uit ondraaglijke pijn, maar gedragen door onwankelbaar geloof.


@Wim van Putten