Blogs


Het ijzeren bed van Koning Og  


Een verhaal van reuzen en geloof

Er zijn verhalen die je op het puntje van je stoel doen zitten. Verhalen waarin David het opneemt tegen Goliath, waarin het kleine het grote verslaat. Maar wat als ik iets schrijf over een bed? Een bed zo groot dat je er met z’n vieren comfortabel naast elkaar zou kunnen slapen, en dan nog ruimte over hebt voor de hond…. (Grapje).

In het boek Deuteronomium, hoofdstuk 3 vers 11, vinden we een opmerkelijke vermelding. De Bijbelschrijver vertelt niet zomaar terloops over meubilair – nee, hij heeft het over het bed van koning Og. Negen el lang, vier el breed. Omgerekend naar onze maten: ruim vier en een halve meter lang en bijna twee meter breed. Van ijzer nog wel. Waarom in hemelsnaam zou je zoiets opschrijven?

De laatste van zijn soort

Koning Og was geen gewone man. Hij behoorde tot de Refaïeten, een volk van reuzen dat de oude wereld bevolkte. Stel je voor: je loopt door de straten van je stad en ineens staat er zo’n kolossale gestalte voor je. Het moet hebben gevoeld alsof je tegenover een levende kathedraal van vlees en bloed stond.

Og was de laatste van zijn geslacht. Een erfenis uit een tijd waarin reuzen de aarde bewandelden. Zijn bed – dat ijzeren gevaarte – was niet zomaar een slaapplaats. Het was een monument, een bewijs van zijn bestaan. Lang nadat Og was gedood, stond dat bed er nog steeds, in de stad Rabba, als een stille getuige van vervlogen tijden.

Angst die veertig jaar meegaat

Veertig jaar eerder had het volk Israël al eens aan de grens van het Beloofde Land gestaan. Ze stuurden verkenners vooruit, twaalf man sterk. Wat die terugbrachten? Verhalen die je de stuipen op het lijf joegen. “Mannen van grote lengte,” meldden ze. “Versterkte steden tot aan de hemel.”

Het volk sloeg op hol. Ze wilden terug naar Egypte, terug naar de slavernij – alles was beter dan het opnemen tegen deze reuzen. Veertig jaar dwaalden ze door de woestijn, een hele generatie lang. Veertig jaar om die angst te laten bezinken, om een nieuw volk te laten opgroeien.

Nu stonden hun kinderen weer voor dezelfde uitdaging. Dezelfde reuzen, dezelfde versterkte steden. En daar was Og, de grootste van allemaal.

Meer dan een verhaal over meubilair

Waarom vertelt Mozes zijn volk over dat bed? Omdat hij ze wil laten zien wat God voor hen heeft gedaan. “Kijk,” zegt hij in feite, “jullie hebben gehoord van die reuzen. Jullie ouders waren er doodsbang voor. Maar deze Og – deze kolos met zijn ijzeren bed – die hebben we verslagen. God heeft hem in onze handen gegeven.”

Het is psychologie van de bovenste plank. Door eerst de enormiteit van de vijand te benadrukken – kijk eens naar zijn bed! – maakt de overwinning des te indrukwekkender. Het is alsof je vertelt hoe je een beer hebt verslagen, en ter bewijs zijn vel laat zien. Dat bed was een tastbaar bewijs. Iedereen kon ernaar kijken, erop kloppen, de afmetingen opmeten. “Zie je wel,” kon elke Israëliet zeggen, “zo groot was hij. En toch hebben we gewonnen.”

De kracht van het concrete

Er schuilt een diepe wijsheid in dit verhaal. Geloof is niet alleen maar een kwestie van mooie woorden en abstracte begrippen. Soms heb je concrete dingen nodig, tastbare bewijzen die je kunt aanraken en zien. Dat ijzeren bed was zo’n bewijs.

Voor het nieuwe geslacht Israëlieten, dat op het punt stond het Beloofde Land binnen te trekken, was dit verhaal een krachtige boodschap: als God jullie heeft geholpen om Og te verslaan – deze reus met zijn enorme bed – dan kan Hij jullie ook helpen bij wat er nog komen gaat.

Een bed dat spreekt

Dat bed van Og staat symbool voor iets groters. Het vertegenwoordigt alle obstakels die onoverkomelijk lijken, alle uitdagingen die te groot voorkomen. Maar het herinnert ons er ook aan dat er geen vijand zo groot is dat hij niet verslagen kan worden, geen uitdaging zo hoog dat ze niet overwonnen kan worden.

Misschien hebben wij allemaal wel zo’n “bed van Og” in ons leven – iets wat ons angstig maakt, wat onmogelijk lijkt te overwinnen. Het verhaal van koning Og en zijn ijzeren bed fluistert ons toe: ook de grootste reus valt uiteindelijk. Zelfs het meest indrukwekkende bed wordt op een dag een museumstuk.

En zo blijft dat bed, eeuwen later, nog altijd spreken. Niet over de macht van reuzen, maar over de kracht die groter is dan alle menselijke vijanden – hoe imposant ze ook mogen zijn.

Jouw strijd of zorgen

Hoe moeilijk de strijd in je leven ook is, hoe machtig de vijand zich lijkt aan te dienen. Hij zal niet langer over je heersen als je je bewust bent of wordt, dat je met de Heer in staat bent om jouw situatie of geestelijke vijand te overwinnen. Daarom zegt de apostel in Rom. 8:37: “Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons liefheeft.”  Door Christus zijn wij niet alleen overwinnaars, maar “meer dan overwinnaars”. Gods liefde stelt ons in staat om elke strijd te overwinnen.

En mocht je toch nog terugdeinzen voor alles wat je gevangenhoudt, bedenk dan dat je door je geloof tot veel meer in staat bent, dan dat je voor mogelijk hebt gehouden. Dit wordt ons aangemoedigd in het Schriftwoord uit Fil. 4:13: “Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.” Het herinnert ons eraan dat we, net zoals Israël machtige koningen kon verslaan door Gods kracht, ook wij in staat zijn om alle uitdagingen in ons leven aan te gaan en te overwinnen door de kracht die Christus ons geeft.


@wimvanputten