
Grensoverschrijdend gedrag
Grensoverschrijdend gedrag is schadelijk omdat het de fundamentele waarden van respect en veiligheid aantast. Het kan leiden tot ernstige psychologische en fysieke schade bij slachtoffers, waaronder angst, depressie en posttraumatische stress. Bovendien tast het het vertrouwen aan binnen relaties en gemeenschappen, en creëert het een omgeving waarin intimidatie en misbruik worden getolereerd. Het is een serieus probleem dat de integriteit van mensen en de maatschappij ondermijnt.
Eerlijk is eerlijk
Tegenwoordig kun je er echt niet meer omheen: het woord ‘grensoverschrijdend gedrag’ vliegt je om de oren. Het lijkt wel of het begrip uit het niets is opgedoken, zo vaak hoor je het op tv en lees je het in de krant. En eerlijk is eerlijk, dat is volkomen terecht. Nederlandse artiesten, tv-makers, mensen van wie je het totaal niet verwachtte – ze vallen bij bosjes van hun voetstuk. Van verbaal geweld, woorden die snijden als messen tot gedrag dat alle perken te buiten gaat. En dan hebben we het natuurlijk nog niet eens gehad over de seksuele kant, dat duistere gebied waar zo velen hun vingers al aan hebben gebrand.
MeToo
De huidige MeToo-beweging heeft een dam doorgeprikt. Wat al jarenlang onderhuids borrelde, is nu met een enorme klap naar buiten gekomen. Mensen durven eindelijk te vertellen wat hen is aangedaan en de vinger te leggen op die ongelijke machtsverhoudingen die overal opduiken. Denk aan de baas tegenover de werknemer, de leraar tegenover de leerling. Zelfs binnen de veilige muren van een gezin, waar je je juist geborgen zou moeten voelen, kan het volledig misgaan.
De verleiding
Ook de kerk blijft niet buiten schot. Die enorme kloof tussen leiders en gemeenteleden kan soms zo breed worden dat je er van alles in kwijt kunt. Vooral tijdens pastoraal werk, wanneer een predikant of ouderling alleen is met iemand, kan de situatie een gevaarlijke wending nemen. Ik heb het helaas van dichtbij meegemaakt: evangelisten en predikanten die compleet onderuitgingen, hun roeping kwijtraakten omdat ze dachten dat de regels voor hen niet golden of de verleiding niet konden weerstaan.
De gevarenzone
In mijn tijd als teamleider op de middelbare school had ik dagelijks te maken met meisjes van vijftien, zestien jaar. Sommigen zagen er al uit als volwassen vrouwen – ja, de natuur trekt zich niks aan van leeftijdsgrenzen. Regelmatig kwam ik in situaties terecht waarin ik alleen zou zijn met zo’n leerling, maar ik had mijn principes. De deur bleef open, of ik haalde gewoon een collega erbij. Zo simpel was het. Die ene keer in de lift zal ik nooit vergeten. Een meisje vroeg: ‘Meneer, mag ik mee naar boven?’ Ik antwoordde: ‘Jij neemt de lift maar, ik pak wel de trap.’ Zo hield ik mezelf uit de gevarenzone.
Want geloof me, er hoeft niet eens iets te gebeuren. Een foute blik, een opmerking die verkeerd valt, en voor je het weet, hangt er een smet op je naam. Ik kende een collega die altijd al bij de meisjes onder de loep lag: ‘Hij kijkt altijd zo.’ Je reputatie is zo om zeep, en die krijg je maar heel moeilijk terug.
The Shepherd’s Staff
Onlangs las ik iets van Ralph Mahoney, een man die de klappen van de zweep kent. Hij heeft een handboek van meer dan duizend pagina’s geschreven voor kerkleiders wereldwijd, vooral in landen waar het geloof zwaar onder druk staat. Het heet ‘The Shepherd’s Staff’– een Bijbelschool tussen twee kaften. Mahoney spreekt klare taal over seksuele verleidingen. Sommige christenen denken dat hun geloof hen een soort schild geeft tegen dit soort dingen. ‘Dwaasheid,’ noemt hij dat, en hij heeft groot gelijk.
De Bijbel zegt weliswaar dat we de duivel moeten weerstaan, maar bij hoererij klinkt een heel ander advies: vluchten. Rennen voor je leven. We hebben macht over boze geesten, dat is waar, maar bij seksuele verleiding moeten we de benen nemen. Neem Jozef. Toen Potifars vrouw hem probeerde te verleiden, deed hij precies dat: hij vluchtte. Hij liet zelfs zijn kleed achter. Dat is de houding die God van ons vraagt.
Vluchten betekent niet alleen wegrennen als iemand je openlijk probeert te verleiden. Het betekent ook dat je jezelf moet beschermen tegen situaties waarin de verleiding de kop op kan steken. Voor mensen in een christelijke bediening gaat het dan vooral om die momenten waarop je counseling geeft aan het andere geslacht.
Mahoney schrijft daarover: ‘Ik ken een evangelist die nooit alleen is met een vrouw. Waar hij ook naartoe gaat, zijn vrouw of een mannelijk teamlid gaat mee. Slimme predikanten laten zich niet in situaties vinden waarin Satan makkelijk toegang tot hen heeft.’
Verstandig
Wanneer je counseling geeft aan het andere geslacht, zorg er dan voor dat er altijd iemand in de buurt is. Laat de deur open. Maak het simpelweg onmogelijk dat zonde kan plaatsvinden, dan gebeurt het ook niet. Paulus verwoordt het zo: ‘…en besteed geen zorg aan het vlees om begeerten op te wekken.’ Met andere woorden: doe niets en ga nergens naartoe waar je vleselijke natuur de overhand kan krijgen. Het is misschien niet de makkelijkste weg, die voorzichtigheid, maar wel de verstandigste. Want wie zijn hart kent, weet dat het ‘arglistiger is dan enig ding.’
In de Bijbel staat in 1 Petrus 5:8 (HSV): ‘Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden.’ Dit lijkt me een uitstekend advies: breng jezelf nooit in een positie waarin de vijand je te grazen kan nemen.

@wimvanputten