
De IK – teller
Succes wordt niet opgeëist als eigen verdienste, maar toegeschreven aan Gods genade.
De Ik-cultuur
Het is een klassieker uit de Nederlandse tv-geschiedenis: de heren van Veronica Inside zitten aan hun vertrouwde bar en nemen gniffelend een recent voetbalgala door. Op het scherm zien we Louis van Gaal, die met zijn onnavolgbare wijze een speech houdt. Aan tafel bij Wilfred Genee, Johan Derksen en René van der Gijp wordt de ‘ik-teller’ erbij gepakt. Bij elke keer dat de trainer naar zichzelf verwijst, klinkt er een virtueel gejuich. Dat fragment werd hét symbool voor het reusachtige ego van Van Gaal; het ultieme bewijs dat wie voortdurend ‘ik’, ‘mij’ en ‘mijn’ roept, wel een rasechte narcist móét zijn.
‘Ik’ als teken van kwetsbaarheid
Zonder Louis direct op de bank bij de psycholoog te willen leggen: het is eigenlijk heel fascinerend dat de wetenschap hier heel anders naar kijkt. Onderzoek wijst namelijk uit dat een overdaad aan zelfverwijzingen meestal helemaal geen teken is van een opgeblazen ego, maar juist van diepe onzekerheid.
Het zijn vaak de mensen die worstelen met emotionele stress, sombere gevoelens of zelftwijfel die statistisch gezien het vaakst naar zichzelf verwijzen. Eigenlijk is dat best logisch: wie niet lekker in zijn vel zit, is nu eenmaal meer bezig met zijn eigen innerlijke belevingswereld. Psychologen noemen dit self-focused attention. Wanneer je mentaal in de knoop zit of je sociaal ongemakkelijk voelt, keert de blik naar binnen. Je bent constant bezig met je eigen rol, je eigen pijn en je eigen ongemakken, maar – paradoxaal genoeg – ook met je eigen succes en populariteit als houvast. De wereld wordt klein en het ‘ik’ word de enige lens waar je nog doorheen kijkt.
De levenshouding van Paulus
Als je kijkt naar de bekende predikers en wereldwijde bedieningen, zie je die focus op het ‘zelf’ vaak terug door vaak mooie foto’s op de cover. De focus ligt op hun organisatie, hun bereik en hun invloed. Ze maken zichzelf groot. Maar leg daar de apostel Paulus eens naast, dan zie je een totaal andere houding. Een compleet andere manier van denken en doen.
Want wanneer Paulus over zijn geloof of zijn relatie met Jezus spreekt, staat onze Heer altijd centraal. Zijn taalgebruik is er niet op gericht om zichzelf op een voetstuk te plaatsen of zijn eigen cv op te poetsen. Hij vertelt simpelweg hoe hij God zoekt en hoe hij dat leven met God tastbaar probeert te maken voor de mensen om hem heen. Zijn motto? “Niet ik, maar Christus.” Dat is de kern van alles wat hij doet.
De gekruisigde ik
In zijn brieven, zoals in Galaten 2:20, legt Paulus uit wat hij bedoelt met die ‘gekruisigde ik’. Dat is waar het volgens hem om draait: dat we met Christus gekruisigd zijn. Maar wat betekent dat in de praktijk? In feite zegt hij dat we afstand moeten doen van onze eigen belangen zodra we Jezus gaan volgen.
“Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij,” schrijft hij. Dat zijn nogal woorden. Het is het einde van je eigen autonomie, het einde van dat ego dat altijd op de eerste plaats wil staan. Maar let op: dat is geen pleidooi voor jezelf onzichtbaar maken of weg te cijferen in de zin van “ik stel niets voor”. Dat zie je soms in bepaalde kringen, maar dat is niet wat Paulus bedoelt. Integendeel. Hij zegt juist dat je er mag zijn, maar wel in de juiste verhouding. Het is een leven in afhankelijkheid. Je ‘ik’ verdwijnt niet, maar krijgt een nieuwe bron: Jezus.
Hard werken, maar niet op eigen kracht
Paulus was bepaald geen terughoudend type. Hij geeft gerust toe dat hij keihard heeft gewerkt – soms zelfs harder dan de rest. Hij wist wat hij waard was en wat hij had bereikt in het verspreiden van het evangelie. Maar dan komt een doorslaggevend detail. In 1 Korinthe 15:10 zegt hij: “Niet ik, maar de genade van God.”
Dat is de les voor ons allemaal, hoe mooi je plek of je talent ook is. We mogen die ruimte innemen, maar wel met het besef dat we het niet uit eigen kracht doen. Paulus is daar in zijn brieven aan de Filippenzen en de Corinthiërs heel eerlijk over: zijn kracht wordt juist zichtbaar in zijn zwakheid. Hij weet dat als zijn woorden impact hebben, dat niet komt door zijn spreekvaardigheid, maar door de Geest die erdoorheen werkt. En het resultaat mag er zijn: tweeduizend jaar later lezen we zijn woorden nog steeds.
Een actief doorgeefluik
Paulus weigert de eer van zijn succes voor zichzelf op te eisen. Hij ziet zichzelf als een instrument, een doorgeefluik. Maar vergis je niet: dat is geen passieve rol. Het vraagt om een actieve inzet en een bewuste keuze om je door de Geest te laten leiden.
Waar we bij Louis van Gaal de ik-teller lieten lopen, zie je bij Paulus een heel andere score. Als je telt hoe vaak hij naar Christus verwijst in zijn brieven, kom je op meer dan driehonderd keer uit. Driehonderd! Zijn focus is glashelder. Woorden als “in Christus” en “door Christus” vormen de rode draad in zijn hele schrijven.
Het oude is voorbij
Voor Paulus moet de ‘oude mens’ plaatsmaken voor de ‘nieuwe’. Hij gebruikt in zijn brief aan de Colossenzen het beeld van kleding: het is alsof je een oude, versleten jas uittrekt en een gloednieuwe jas aandoet. De ik-cultuur van nu, die “ik, ik, ik-mentaliteit”, staat haaks op alles waar Paulus voor stond. Juist omdat hij niet zichzelf op een voetstuk plaatste, maar volledig vertrouwde op God, groeide hij uit tot een van de meest invloedrijke figuren die de geschiedenis rijk is. Hij liet zijn oude leven resoluut achter zich en koos ervoor om zich te laten leiden door de Geest. Dat is wat pas écht indruk maakte; hij hoefde niet zo nodig zelf in de schijnwerpers te staan.

@Wim van Putten