
Het verhaal van Jelmer
Een periode uit mijn leven
Kralingen
Zijn naam was Jelmer. Jelmer van Delft. Net als ik woonde hij in Kralingen, die oude Rotterdamse wijk, vlak bij het Kralingse Bos en de Plas.
Het moet in de tweede klas zijn geweest toen hij ineens in onze klas stond. Zomaar, aan het begin van het nieuwe schooljaar. Een nieuwe leerling – altijd leuk weer een nieuwe leerling erbij. Hij kreeg een herkansing zullen we maar zeggen, want later hoorde ik het verhaal: van het gymnasium weggestuurd omdat hij niets uitvoerde. Niet omdat hij het niet kon – integendeel. Jelmer bezat die mooie combinatie van verstand en een ondeugende slimheid. Waarom hij het op school liet afweten, is me altijd een raadsel gebleven.
Van gymnasium naar de mulo – een degradatie, zou je denken. Maar Jelmer leek er geen moment wakker van te liggen. Hij had die benijdenswaardige eigenschap om de schouders op te halen voor wat anderen een afgang zouden noemen. Hij trok zich er weinig van aan.
Vriendschap
Onze vriendschap groeide vanzelf. Elke ochtend dezelfde route naar school, elke middag weer terug. Door weer en wind fietsten we door de Rotterdamse straten, door Kralingen, naar school en weer naar huis. Zo ontstaat vriendschap tussen jongens: door gedeelde kilometers, door samen tegen de wind in te trappen. Maar vooral veel lachen om elkaars grappen.
Al snel merkte ik wat voor een bijzondere gast Jelmer eigenlijk was. Hij nam me eens mee naar zijn schaakvereniging, ergens in een donker lokaal in Kralingen. Ik keek toe hoe hij het opnam tegen een oude rot in het vak, iemand die al jaren prijzen won. Jelmer versloeg hem gewoon met zijn bravoure. Zo nonchalant als hij alles deed.
Op het voetbalveld was het niet anders. Techniek, snelheid, overzicht – hij had het allemaal. Toen ik hem meenam naar onze Christelijke voetbalvereniging Unicum, speelde hij binnen de kortste keren in een hoger elftal dan ik. Maar hij deed daar niet moeilijk over. Jelmer had nooit de neiging om zich te bewijzen of op te scheppen.
En dan was er nog zijn uiterlijk. Knap, was hij, en hij was het zich ook bewust. Hij maakte er gebruik van in zijn contact met de meisjes van school en in de kerk. Bruin haar, mooie donkere ogen – de meisjes vielen voor hem. Hij hoefde zijn best er niet voor te doen; ze kwamen vanzelf.
Hij had alles mee
Eigenlijk had Jelmer alles mee. Verstand, talent, uiterlijk, charme. Je zou denken: zo iemand wordt later succesvol in het leven. Zijn leven leek op weg naar succes en geluk.
Na de middelbare school ging hij naar de Kweekschool – zo heette de lerarenopleiding toen nog. Hij rondde die succesvol af, werd onderwijzer. Een vak dat bij hem paste: de combinatie van slimheid, geduld die hij altijd al had en een flink portie vrolijkheid.
Op onze negentiende raakten we elkaar kwijt. Zo gaat dat op die leeftijd. Ik kreeg verkering, hij sloeg zijn eigen pad in. Later hoorde ik dat hij verliefd was geworden op een Rooms-Katholiek meisje. Hij kwam uit een Gereformeerd nest, net als ik. Ik herinner me nog hoe we samen in de kerken in de Jeruzalemstraat of aan de Avenue Concordia zaten, boven op de galerij. Wat hebben we daar gelachen, stiekem tussen de psalmen door.
Uit het oog verloren
Dan breekt het moment aan dat je elkaar uit het oog verliest. Wij beiden gingen zo onze eigen weg.
Over Jelmers verdere leven druppelden de berichten langzaam binnen, zoals dat gaat met nieuws over mensen die uit je directe kring zijn verdwenen. Hij was gescheiden. Zijn kinderen mocht hij niet meer zien. De man die ooit alles in handen leek te hebben, zag het leven door zijn vingers glippen als zand.
Hij verhuisde naar Noord-Brabant, ergens bij Tilburg in de buurt. Opnieuw beginnen, een nieuwe baan in het onderwijs. Maar ook daar brak het leven hem op. Ziekte – ik weet niet wat voor ziekte. Thuisblijven. Ontslag. Het isolement sloot zich om hem heen als een benauwde kring, die volgens mij knellend voor hem moet zijn geweest. Geen gezin meer. Geen familie in de buurt. Geen kerk. Geen vrienden uit de tijd dat het leven nog onbegrensd leek.
De kroeg werd zijn thuis
Wat hem restte was de kroeg. Daar vond hij zijn nieuwe thuis, zijn nieuwe gezelschap. Jelmer bleef Jelmer – hij kon de sfeer nog altijd maken, mensen aan het lachen krijgen. Misschien heeft hij daar nog goede tijden gehad. Hoop ik.
Veertig jaar later – misschien nog langer – sloeg ik mijn landelijk dagblad open. Een klein advertentietje, gemakkelijk over het hoofd te zien. Jelmer van Delft was overleden. Door zijn ziekte, stond er. En wanneer de begrafenis zou zijn. Ik reed naar Brabant. Na al die jaren nog één keer Jelmer zien, al was het dan alleen om afscheid te nemen. Met als herinnering, onze gezamenlijke jeugdjaren.
Pijnlijk afscheid
Het was een sombere bedoening. Weinig mensen, weinig troostvolle woorden. Een paar familieleden, wat kennissen, misschien die kroegvrienden. De eenzaamheid hing als mist over de hele plechtigheid. Dit was het dus – het einde van iemand die ooit de wereld aan zijn voeten leek te hebben. Voor het succes bestemd was.
Ik reed verdrietig naar huis. Niet alleen vanwege Jelmer, maar ook vanwege de vreemde wending die het leven kan nemen. Want waar hij alles had meegekregen – het verstand, de talenten, de schoonheid – daar had mijn leven juist een andere richting gekregen door iets wat je niet kunt afdwingen of verdienen: geloof.
Misschien was ik minder begaafd, minder knap, minder succesvol dan Jelmer in die jonge jaren. Maar God had mijn leven een wending gegeven die ik nooit had kunnen voorzien. Een gelukkig huwelijk, een mooi gezin, een gemeente waar ik thuishoorde. Alles wat Jelmer was kwijtgeraakt, had ik onverdiend ontvangen.
Net als koning Saul
Die avond, terwijl ik nadacht over mijn oude vriend, kwam koning Saul in mijn gedachten. Ook zo iemand die alles had meegekregen. Groot van gestalte, knap van uiterlijk, door God zelf uitverkoren om koning te worden over Israël. En toch – we weten hoe het met hem afliep. Hoe hij ten slotte zelfmoord pleegde omdat hij de overmacht van zijn vijanden niet meer aankon.
Zo kan het gaan. Je wordt geboren met alle papieren voor een succesvol leven, maar ergens onderweg raakt het stuur uit je handen. Relaties breken, vriendschappen verwateren, de grond onder je voeten wordt weggeslagen. Saul raakte in zijn eenzaamheid vervreemd van alles wat hem lief was geweest – van zijn volk, van zijn familie, uiteindelijk zelfs van God.
Hij stierf alleen, gevallen in zijn eigen zwaard.
Net als Jelmer, maar dan op zijn eigen manier. Hoe pijnlijk is dat!

@wimvanputten